Reisverhalen

Column Anna: Wond

Ons zondagse vertrek uit Honolulu ging niet zonder slag of stoot.  Een roerend afscheidsfeestje van…

Redactie Zeilen

Na 18 mijl maakten we vast in Ko’Olina, een jachthaven als decoratief onderdeel van een Disney resort. Gek genoeg de enige haven waar je een beetje makkelijk rode scheepsdiesel kunt tanken. Na het vullen van de tanks kijken we elkaar vragend en met holle ogen aan. Nu doorvaren? “Zeg, heb je een box voor ons?” vraag ik aan de havenmeester. Die knikt en twintig minuten later liggen we tussen de sportvisboten. Het worden drie dagen van bezinken, wandelen en bijslapen. Stelletje feestbeesten die we zijn.

Op woensdag gooien we dan toch los. Drie keer slikken, want het stuk naar Alaska begint pittig. Achthonderd mijl aan de wind tegen de passaat in. Het leven beperkt zich tot de minimale handelingen: zeilen, navigatie, eten, slapen, overgeven. Langzaam wennen we aan het gebonk en aan de bakken water die overkomen. Reikhalzend kijken we uit naar het hogedrukgebied dat tussen 35 en 40 noord zou moeten liggen. Daar krijgen we even rust. Daarna brengen de mooie westenwinden ons wel naar Sitka.

Na een week is het zo ver. De barometer stijgt al dagen naar recordhoogte. De wind neemt langzaam af. Van gekkigheid weet ik niet wat ik eerst wil doen nu de boot weer rechtop ligt. Wietze start de motor ‘s nachts als we uiteindelijk bijna stilliggen. Bij het ontbijt kijken we verbaasd naar de snelheid. Een knoop lager dan normaal op de motor. We slaan hard achteruit om mogelijke troep uit de schroef weg te krijgen. Niks. Wietze bijt op z’n lip. We weten het antwoord wel: pokken. De Ala Wai haven in Honolulu staat bekend om de snelle aangroei van onderwaterschepen. Er ligt daar steeds een oliefilm op het water, dus Wietze had niet zo’n zin om daar de plomp in te gaan. Met een waterdichte camera op de bezemsteel filmden we de schroef. Zag er piekfijn uit. In Ko’Olina hadden we het er weer over. En hielden onszelf voor de gek met dat filmpje.

“Zes uur?” zegt Wietze. Net op tijd zie ik de twinkel in zijn ogen. Die zes uur gaat hij maximaal benutten. De rest van de dag is De Wond een dankbaar excuus voor van alles en nog wat. Lekkere dingen eten. Extra cola-rantsoen. Aanwijzen en uitleggen welke klusjes ik moet doen. Uitgebreide massages van rug (‘stijf van het zitten’) en been (‘beter voor de genezing’). Ik lach me rot en speel het spel naar hartenlust mee. Hij heeft het wel verdiend na die zwempartij.

Zes uur later halen we het verband eraf. Geen bloed, geen viezigheid. Mooi. Als ik de boel weer ingepakt heb, vraagt Wietze: “zou je even een trui voor me willen pakken?”. Ik grijns en zeg: “volgens mij kun je alweer prima op die voet staan”. Nog 1562 mijl te gaan naar Sitka.

Stille Oceaan op weg naar Alaska, juli 2016

Lees hier meer columns van Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Reisverhalen