Voor zeilers, door zeilers

Column Anna: Raft on the road

“Nou, willen jullie de volledige rondleiding?” vraagt Mike met een brede grijns. Wij lachen schaapa…

Tom is buitengewoon vriendelijk maar wijst ook resoluut het aanraken van het reddingsvlot af. “Meisje, toen jij nog geboren moest worden deed ik al vlotten” schept hij op. Ik grinnik maar even. “Ik weet dus best hoe het moet, maar ik mag het niet van mijn baas. Aansprakelijkheid hè”. Ja, dat liedje heb ik al een paar keer gehoord en ik raak geïrriteerd. “Zeg Tom, hoe slaap jij ’s nachts?” “Huh?” “Ja, je weet precies hoe je ons vlot moet servicen, maar toch wil je het niet doen. Je stuurt ons dus naar zee met een vlot dat niet geserviced is. Als het misgaat kunnen we je niet aansprakelijk stellen want dan zijn we dood. Als het goed gaat, stellen we je niet aansprakelijk omdat we daar geen reden toe hebben. Hoe kun jij als specialist hiermee nou leven?”  Het is even stil aan de andere kant van de lijn. Ik haal adem om mijn excuses aan te bieden voor mijn giftige reactie, maar hij is me voor. “Je hebt gelijk. Ik ga wat telefoontjes plegen”.

Twee dagen later belt hij terug. “Hier heb je het nummer van David. ‘Da Raftman’ doet exotische vlotten. Ik heb hem gesproken en hij weet dat je hem gaat bellen”.  Opgetogen bedank ik hem. Het contact met de fabrikant in Engeland had ook niet zoveel opties opgeleverd, dus deze strohalm pak ik graag vast. David had zijn huiswerk al gedaan en meldt zakelijk dat hij het merk niet kent, maar er op het eerste oog wel enthousiast over is. Hij gaat zich als importeur melden bij de fabrikant. Daarmee krijgt hij dan ook de training en certificering om ons vlot te servicen. Ik geloof mijn oren niet. “Zeg, waar in San Francisco zitten jullie eigenlijk?”. En dan komt de aap uit de mouw. “Wij zitten in Los Angeles” zegt David rustig. Jeemig, dat is zes uur rijden hier vandaan! Vanwege de gasfles die er in zit, lijkt het me redelijk kansloos om te proberen het op te sturen. Ik schiet in de lach: “David, we komen naar je toe”. Het certificeren neemt uiteindelijk nogal wat tijd in beslag. Maar dan komt het verlossende mailtje: we kunnen op pad. Auto en logeerplek geregeld en daar gaan we. Het rijden in Californië is geen straf, we genieten van het mooie landschap.

“Mike, wat is er nou merkspecifiek aan zo’n vlot?” vraagt Wietze. “Meestal alleen die vacuumzak die het vocht eruit moet houden” zegt hij. “Daarnaast kunnen er lampjes op zitten die merkspecifiek zijn. Verder is alles generiek: ernstvuurwerken, eten, drinken, dat soort zaken”. Hij wringt zijn forse gestalte in het vlot en stelt ondertussen allerlei vragen aan ons. Of we weten hoe we een vlot om moeten draaien? En in welke volgorde we erin moeten klimmen? We dreunen alles op. De veiligheidstraining die we járen geleden in Rotterdam deden heeft enorme indruk gemaakt. Tevreden bromt Mike vanuit het binnenste van ons vlot. Een tel later: “Hmmm. Dit klopt niet”. En hij maakt een oranje kastje los. Mopperend rommelt hij verder en klimt dan naar buiten. “Kijk. Dit is de batterij voor het stroboscooplicht dat bovenop jullie vlot hoort te zitten”. Ik zie Chinese tekens op het kastje. Daar worden ze dus gemaakt. “De een of andere slimmerik heeft het kastje niet goed gemonteerd en het licht zit op z’n kop. Het schijnt naar binnen. Daar zouden jullie dus helemaal gek van geworden zijn”. Ik kan zien dat hij nijdig is. Maar hij vermant zich en neemt alles in het vlot met ons door. “Peddels. Zijn meestal niet geschikt om te peddelen. Wel goed om iemand een lel mee te verkopen”. De twinkels zijn terug in zijn stem en wij grinniken mee. De zeeziektepillen, het mes, sponsjes, hoosemmertje, kotszakken, notitieblokje, ernstvuurwerken, stoppers om lekkages te repareren: alles hebben we in onze handen. Ik noteer wat zaken die we eigenlijk nog extra in de noodton moeten stoppen. Babydoekjes, mueslirepen.

Het vlot moet een nachtje onder druk blijven staan. Wij praten nog wat na en vertrekken naar ons logeeradres. Vlak bij de deur realiseer ik me dat het gesis dat ik de hele tijd hoorde, nu minder is. Zou er een lek in die persluchtinstallatie zitten? De volgende ochtend krijgen we het antwoord. Mike en David melden ons dat een overdrukventiel in ons vlot verkeerd geassembleerd was. “Jongens, als jullie het vlot hadden moeten gebruiken, hadden jullie de hele tijd moeten pompen. Eén van de drijvers liep gewoon leeg”. Daar schrikken we van. Hoe is het mogelijk dat zoiets zo afgeleverd wordt? Ik denk terug aan alle gesprekken met collega-zeilers die ons voor gek verklaarden dat we zoveel moeite deden om het vlot te servicen. ‘Kun je best vijf jaar mee wachten’ was de teneur. Blij dat we toch doorgepakt hebben.

Als we in de auto uitgelachen zijn, start Wietze de motor. “Met de vlam in de pijp”… galmen we als we de Interstate weer opdraaien. Nog zes uur te gaan.

Los Angeles, Verenigde Staten, maart 2017

Meer Reisverhalen
Dit nemen ze ons nooit meer af!
Vlogs |
Dit nemen ze ons nooit meer af!
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Reisverhalen |
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Reisverhalen |
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Op reis |
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Op reis |
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Twee Twintigers met een Tussenpensioen
Op reis |
Wanneer wordt een goed gebaar opeens gevaarlijk op zee?
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Reisverhalen |
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Twee twintigers met een tussenpensioen
Reisverhalen |
Op naar de Cook Islands!