Reisverhalen

Column Anna: De poepslurpboot

“Weer ijs op het dek” moppert Wietze. Kleumend zitten we in de kuiptent. Het is nog vroeg in de och…

Redactie Zeilen Leestijd 4 minuten

De boot ligt ‘au bain-marie’ in het ijskoude water, dus binnen is het ’s ochtends lekker fris. We ontbijten in de eerste zonnestralen in de kuiptent terwijl de kachel onderdeks de boel op temperatuur brengt. De feestdagen zijn achter de rug, het normale ritme lijkt zich weer te hervatten. De lichtenlijnen gaan hier en daar alweer naar beneden. ’s Nachts lijkt het donkerder dan eerst. Het hogedrukgebied zorgt voor spectaculaire zonsondergangen en sterrenhemels. Dat dan weer wel.

Wietze wijst. “Wat zou hij nou zeggen als hij ’s avonds thuis komt? Schat, zo lekker gewerkt vandaag. Weer een paar honderd liter opgezogen?” Ik volg zijn wijzende hand en moet lachen. Verderop vaart het raarste vaartuig dat we ooit gezien hebben. We hebben hem de ‘poepslurpboot’ genoemd. Jaren geleden, toen in Nederland de vuilwatertanks verplicht werden, gaf iemand de leegpompinstallatie de naam ‘poepslurpstekker’. Noem het kinderlijk vertier, maar bij ons aan boord is hij altijd zo blijven heten.

“We zijn verdorie de enige zoogdieren die zich niet in de natuur mogen ontlasten” concludeerde Wietze toen we het eerste milieupakket kregen. Die krijg je gratis in jachthavens. Een fijne berg papieren instructies en lijsten met boetes. Plus een kaart met alle uitpompstations. Het komt er in het kort op neer dat je toiletwater op moet vangen. Grijs water (douchen en gootsteen) mag gewoon geloosd worden. Het gebruik van biologisch afbreekbaar afwasmiddel en zeep wordt aangeraden. Sommige jachthavens gaan zelfs zo ver dat ze een verftablet in je holdingtank gooien. Als je dus onverhoopt toch illegaal de boel overboord zet, verraad de verf je meteen.

Nu zijn holdingtanks over het algemeen niet al te groot, dus voor de ‘liveaboards’ hier is de gang naar de poepslurpstekker een tweewekelijks genoegen. Het is, zeker in het weekend, een gezellig komen en gaan aan de steiger. Over en weer worden lijntjes aangegeven bij vertrek en aangepakt bij terugkeer. Elke keer vliegen de grappen over en weer. Het is nou niet dat je voor een lekker stukje varen losgooit, zullen we maar zeggen.

Maar voor degenen die zelfs dat te veel gedoe vinden, is er de poepslurpboot. Sterker nog, het zijn er twee. De concurrentie schijnt moordend te zijn en we horen dat ze in een neerwaartse prijsspiraal zitten. Het zijn platte schuitjes met twee grote tanks erop. Lange slangen en koppelstukken. Het bootje vaart naar de kop van de vingersteiger. Slang wordt over de steiger naar de betreffende boot gesleurd en pompen maar. Beide bootjes hebben helaas niet alle afsluiters helemaal perfect dicht staan. Het geheel stinkt als een bunzing.

De bootjes hebben het druk vanochtend. De vele Kerst- en nieuwjaarsfeesten die overal aan boord gevierd zijn, zorgen kennelijk voor een ruime oogst. Terwijl we vriendelijk zwaaien naar de schippers, zit ik nog na te grinniken over Wietzes opmerking over de poepslupbootschipper die ’s avonds thuiskomt. “Hij hoeft niet te zeggen hoe zijn dag was” concludeer ik. “Dat ruikt ze wel”.

Emeryville, VS, januari 2017

Meer Reisverhalen