:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2016%2F09%2FColumn-Anna-157_SAM_0668_site-300x200.jpg)
Vrijwel zonder uitzondering werden we naar Brent in Sidney gestuurd. Sidney is een lief plaatsje in het zuiden van Vancouver Island. In een kommetje bij een schiereiland ligt een vreemd haventje. Het heet Canoe Cove. Een prachtige geschiedenis als smokkelaarsnest ten tijde van de Drooglegging in de VS. In pikdonkere nachten werd de voorraad die in Canoe Cove lag overgevaren naar de eilanden voor de kust van Seattle. Maar nu is het een soort jachthaventje. Het merendeel van de ligplaatshouders heeft een riante motorboot. Die worden heel secuur in botenhuizen gevaren. Die botenhuizen zijn gemaakt van golfplaat en hout. Het geheel staat op blokken piepschuim en is afgemeerd aan een steiger. Aan de uiteinden van de lange steigers zijn gewone boxen voor zeilboten. Het is een rare gewaarwording om tussen twee wanden van botenhuizen over de steiger te lopen. Net alsof je niet op een steiger, maar door een steegje loopt.
Het is verder een werkhaven. Alles is gericht op bootonderhoud. De verschillende bedrijven rondom de haven hebben een coöperatie opgericht en runnen de haven gezamenlijk. Dat lijkt ons positief, omdat eventuele andere dingen waar we tegenaan lopen meteen opgelost kunnen worden. Via mail leggen we vanuit Alaska contact om ruim op tijd alles door te spreken. Het wordt een enorm gegoochel met getallen. Onze boot is natuurlijk metrisch, maar hier wordt met een mix van metrische en Engelse maten gewerkt. Is 10 millimeter nou 3/8 inch? En hoeveel is het verschil? Om dol van te worden. Als we de indruk hebben dat ze de spullen die we nodig hebben op voorraad hebben, maken we een afspraak voor een maandag over zeven weken. We gokken dat we dan de hele Inside Passage afgelegd hebben. In de weken die volgen geven we steeds onze vorderingen door. Ze weten dat we er aan komen!
Op zondagavond varen we het haventje binnen. Tamelijk verlaten bedoening, dus we maken aan een kopsteiger vast en ik ga op zoek naar een havenmeester. Een oude baas sjokt wat in de rondte en wijst de werksteiger van Brents bedrijf aan. We schuiven wat met de boten die daar liggen en knopen Anna Caroline vast. Enigszins ongerust gaan we die avond naar bed. Een angstig voorgevoel dat we hier over twee weken nog liggen. Het najaar staat voor de deur, we moeten opschieten.
Maandagmorgen zijn we vroeg uit de veren en lopen strijdbaar naar het kantoortje van de tuiger. Daar hebben ze werkoverleg. Vier getaande krachtpatsers kijken ons over hun leesbrillen aan. Verbaasd. “We hadden toch afgesproken dat we vandaag aan jullie boot zouden beginnen? Nou, we komen over twintig minuten”. Hoopvol lopen we nog wat over het werfterrein. Uit alle hoeken en gaten barst de activiteit los. De havenkraan draait vrijwel onophoudelijk, boten gaan in en uit verfloodsen en werkplaatsen. We kijken onze ogen uit. Twintig minuten later staat Brent op het dek. We nemen het lijstje door. Paar stagen vervangen, relingdraad vervangen, lasje repareren in een klep op het achterdek en een beugeltje poppen in de fokkeboom. En een hele uitgebreide controle van mast en verstaging. Brent mompelt wat en staart naar de mast. Ter plekke doet hij een offerte die precies past in het budget dat we voor ogen hadden. We kunnen het amper geloven.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2016%2F09%2FColumn-Anna-157_SAM_0670_2e-foto-300x200.jpg)
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2016%2F09%2FColumn-Anna-157_SAM_0685_3e-foto-300x200.jpg)
Sidney, British Columbia, september 2016