Reisverhalen

Column Anna: Uitgevaren

Wietze’s handen knijpen in de katheder. Ik zie zijn knokkels wit worden. Met een snik in zijn…

Redactie Zeilen

Het contrast met een week geleden kan niet groter zijn. We lagen bij een piepklein plaatsje, waar we tot onze verbazing telefoonbereik hadden. De schrik van iedere verwegzeiler is het telefoontje: “jongens, het gaat niet goed met pa”. De dag erna konden we een flinke slag noordwaarts zeilen, tussen hoop en vrees balancerend. De dag erna weer een stuk, zodat we min of meer in zeilbaar bereik van een luchthaven zouden komen. En ineens was het voorbij. Overspoeld door verdriet zaten we in de ondergaande zon in de kuip. En namen het enig mogelijke besluit: we willen bij de uitvaart zijn. Eén blik op de weerkaart leerde dat het gekkenwerk zou zijn om vannacht met het overtrekkende front aan de slag te gaan. Nagelbijtend, slapeloos en lijstjes makend ging de nacht tergend langzaam voorbij.

Bij het eerste ochtendlicht ging de harde noordenwind liggen en trokken we het anker eruit. Na een paar uur passeerden we een plaatsje en hadden telefoonbereik. Emotionele gesprekken met broers en zussen. Onze ‘walkapitein’ in Nederland ging aan de slag met tickets. Op het radionet meldden we het nieuws en kregen hulp in de vorm van verfijnde weerberichten over de tocht van 150 mijl die we voor de boeg hadden. Eerst harde tegenwind, daarna gunstiger weer. Onze Anna Caroline kreeg al klappend en bonkend tegen wind en golven bákken water over. Wietze grimmig aan het roer om deze zware klus te klaren. We voelden ons oneindig ver weg van Nederland. Toen ik een paar uur later via de korte golf een weerbericht en mailtjes binnenhaalde, stroomde er een warm bad van medeleven over ons heen. Niet alleen ver weg in Nederland, maar juist ook hier in de verlatenheid van de scheren merk je hoe hecht het zeilende dorp is. Hartverwarmende mails en opbeurende woorden. Medezeilers Silvia en Johan gingen in Puerto Montt aan de slag om een ligplaats in de bomvolle haven te regelen. Toen de wind draaide kregen we een prachtige zeilnacht en een verpletterend mooie zonsopkomst. Alsof de natuur ons ook een aai over onze bol wilde geven.

En nu zijn we hier in Nederland. De boot hebben we in alle haast achtergelaten. Ik denk maar even niet aan de rotzooi die we aan gaan treffen als we terug zijn. Zes weken afzondering laten zo hun sporen na, glimlach ik. Het voelt alsof we met een katapult afgeschoten zijn van de serene rust van de eeuwenoude natuur naar een wereld van OV chipkaart, nieuws, drukte en veel mensen. Het gaat heel erg snel en het is heel erg veel. Het verdriet om het verlies vermengd met de blijdschap om het weerzien met mensen die we al een hele tijd niet gezien hebben.

Ondanks het verdriet zie ik ook een twinkel in Wietze’s ogen. Het ophalen van de herinneringen aan die grote kwajongen die zijn vader was doet hem goed. Ook de recentere herinneringen, waarin zijn 94-jarige vader intens geïnteresseerd was in onze reis. Met hulp van zijn broers en zus keek hij op Facebook en volgde onze verhalen via deze columns. Als we belden, was hij altijd vol aandacht en had massa’s vragen.

Ik realiseer me dat hij, met zijn geduldige zeillessen, het fundament heeft gelegd voor de reis die we nu aan het maken zijn. We blijven nog een paar dagen in Nederland en gaan dan weer terug. Met een nieuwe blik pakken we het laatste staartje van ons scheren-avontuur op. Dankbaar kijk ik naar de kist. Behouden vaart, Jan van der Laan. Bedankt.

Badhoevedorp, Nederland, april 2015

Tekst en foto’s: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Reisverhalen