Voor zeilers, door zeilers

Column Anna: Twee clubs en een Cup

In de stralende zon varen we langs de oevers van San Francisco. De euforie van deze mijlpaal klotst…

Opgetogen knopen we vast aan een steiger midden in de haven. We zien een fraai clubhuis in Spaanse stijl. Het is er een drukte van belang. Op de kant staan rijen J’s en ander fraais. Rond containers en aanhangers zijn zeilers bezig om de boten klaar te maken voor een race. Mensen in chique kleren lopen in en uit. Wat een energie en levendigheid voor een jachtclub op een doordeweekse dag. We lopen nog een stukje door, want in de verte staat nog een gebouw van een jachtclub. Het ziet er uit als een bunker, de steigers eromheen zijn vrijwel leeg. Geen mens te zien en alles is doodstil. Het contrast met de andere club kan bijna niet groter. Tot onze starre verbazing lezen we op het bordje naast de deur: Golden Gate Yacht Club. Het voelt een beetje alsof je net hoort dat Sinterklaas niet bestaat. Teleurgesteld kijken we elkaar aan. Maar meteen draait Wietze zich om: “Maar welke jachtclub is dát dan?”

Hij glimlacht minzaam als we onze verwarring over de twee clubs uitleggen. “Ja, dat gebeurt wel meer”. Hij vertelt over de lange historie van zijn club in San Francisco. En de beroemde zeilers die St. Francis voortgebracht heeft. John Kostecki, Paul Cayard en John Bertrand. “Ja, wedstrijdzeilen is hier wel de kern van de zaak. We hebben 140 dagen per jaar wedstrijden. En zeker drie maal per jaar grote evenementen zoals nu met de J70’s”. Er is een professioneel team dat alles in goede banen leidt. De club heeft alleen al twee fulltime coaches in dienst en stopt veel geld in een vloot van boten en de ontwikkeling van programma’s voor jeugd. Zes highschools brengen honderden kinderen per jaar voor zeilprogramma’s. “This place rocks!” zegt hij enthousiast. In het gebouw is een groot restaurant, een indrukwekkende bibliotheek en allerlei zalen. “Ja, de 2400 leden doen meer dan alleen wedstrijden zeilen. Er is een vrij druk programma met allerlei andere evenementen” legt hij uit.

Het uitzicht vanaf de eerste verdieping is spectaculair. De mist trekt net op en de Golden Gate Bridge is knaloranje in de aarzelende zonnestralen. Zoals elke dag zien we nu ook weer zeilboten op het water. “Ja, er wordt hier veel gevaren” zegt Kimball. “Wedstrijdboten zijn echter in de minderheid. Het merendeel van de boten hier is motorboot. Van de zeilboten is het merendeel gewoon in gebruik als recreatieboot. De baai van San Francisco biedt elke dag lekker zeilweer. Tel daarbij stroming, scheepvaart en ondiepe stukken en je hebt een echte uitdaging voor de liefhebber”. Wanneer we vragen naar zijn ervaringen met de America’s Cup in 2013 hier in San Francisco, glinsteren zijn ogen. “De mensen bij de gemeente dachten dat zeilen geen toeschouwerssport was. Totdat de menigte op de been kwam en ze niet wisten hoe snel ze Pier 17 af moesten sluiten. Tienduizenden waren toen nog onderweg”.  De America’s Cup bracht een golf van innovaties naar San Francisco, zeker in 2010 en 2013. “Dat proberen we nu vast te houden” legt hij uit. Het spijt hem zeer dat de Cup wedstrijden nu in Bermuda gezeild gaan worden. “Gemiste kans voor de stad” moppert hij.

We filosoferen over San Francisco en wereldzeilers. “We zitten overal ver vandaan” zegt Kimball. “Wereldzeilers stoppen hier en gaan dan verder naar het zuiden, naar zuid Californië of Mexico. Het komt zelden voor dat ze hier blijven overwinteren. De recreatiezeilers varen in de baai of in de delta die in het noorden aansluit op de baai. Want als je hier vertrekt, ga je meteen echt ver”.

Een clubmedewerker roept Kimball weg. De J70’s komen na een dag varen terug en moeten verwelkomd worden. Een beetje ongerust kijken we tijdens dit intermezzo uit het raam. Het afmeren van zo’n 68 J’s gaat iedere dag een beetje onbesuisd. En wij liggen er vlakbij. Maar ook vandaag gaat het goed.

Als Kimball halfbevroren uit de koude wind terugkomt, vragen we hem over de baai van San Francisco als vakantiebestemming voor Nederlandse zeilers. “O, zeker in combinatie met het bezoeken van de stad biedt dat leuke mogelijkheden” zegt hij terwijl hij zijn handen om een kop thee vouwt. “Jeetje, de herfst is vandaag in één keer gekomen” kleumt hij verder. “Hoe lang blijven jullie nog hier?” Deze leuke stad is in ons bloed gaan zitten. We grijnzen schaapachtig terug: “Nog wel eventjes, we gaan hier overwinteren”. Verrast kijkt hij op. “Goede keuze. Dan zien we jullie hier nog wel eens terug. Jullie zijn welkom”.

San Francisco, VS, oktober 2016

Meer Reisverhalen
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Reisverhalen |
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Reisverhalen |
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Op reis |
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Op reis |
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Twee Twintigers met een Tussenpensioen
Op reis |
Wanneer wordt een goed gebaar opeens gevaarlijk op zee?
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Reisverhalen |
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Twee twintigers met een tussenpensioen
Reisverhalen |
Op naar de Cook Islands!
Zeilen met Awa aflevering 24
Reisverhalen |
Varen tussen de ijsschotsen