:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2016%2F08%2FColumn-Anna-153_SAM_9391_site-300x200.jpg)
Ketchican is het meest zuidelijke stadje in zuidoost Alaska. Het is met zijn 8.000 inwoners meteen een van de grotere steden in dit deel van de staat. Een kruispunt voor cruiseschepen. Elke dag liggen er wel vier aan de kade, die gezamenlijk soms meer dan 10.000 gasten uitstorten over het kleine stadje. Het waterfront van Ketchican is er helemaal op ingericht; nog nooit zagen we zoveel souvenirswinkels op een rij. Watervliegtuigen razen de hele dag over ons heen. Het oude ‘red light district’ is helemaal gerestaureerd. Dolly’s bordeel is nu een keurig museum. We hadden verwacht dat we onderweg op de Inside Passage veel van die cruiseschepen zouden zien, maar dat is reuze meegevallen. Wat we wel veel zien is motorboten. In alle soorten en maten. Want eerlijk is eerlijk: dit is motorbootland. Het grootzeil is niet uit de huik geweest in de afgelopen drie weken. Het waait eigenlijk nooit, de Inside Passage is heel beschut vaarwater. En als het waait is het ’s middags en dan staat de wind steevast op kop. En eens in de zoveel dagen komt er een front over en dan wil je niet varen. Korte, heftige buien. En daarna is het weer prachtig weer.
Dat hoort eigenlijk niet zo. We wandelen door regenwoud dat erg nat hoort te zijn. Het is veel te droog. Normaal hoort er veel mist te zijn. Niks van gezien. Prachtige zonnige dagen en af en toe een buitje. De Alaskanen kijken er met zorg naar. Overal zijn waterbesparingsmaatregelen genomen. Op de steigers is de watervoorziening gewoon afgesloten. Dat het weer ongewoon is, heeft ook zo z’n consequenties voor de pleziervaart. In de Inside Passage zitten namelijk twee grotere stukken waarbij open oceaanwater overgestoken moet worden. De eerste die we gaan doen is Dixon Entrance. Een tocht van Ketchican in Alaska naar Prince Rupert in Canada. Negentig mijl, vrijwel pal zuid. Een rotafstand om in één dag te doen, zeker als je op een beetje handig tijdstip in Prince Rupert aan wilt komen. We hebben besloten om onderweg bij een eilandje te ankeren en de tocht ontspannen in twee delen op te knippen.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2016%2F08%2FColumn-Anna153_SAM_9407_2e-bericht-200x300.jpg)
Wietze loopt de steiger verder op om de vuilniszak naar de container te brengen. Onderweg stuit hij op Steve en Kerrin die met hun mooie zeilboot tegenover ons liggen. “Zeg Richard” zegt Steve tegen Wietze “ik heb toch zoiets geks gevonden. Aan die paal op mijn dek zitten grote driehoekige lappen van witte stof. Heb jij enig idee wat ik daarmee kan?” Bulderend slaan ze elkaar op de schouder. Een motorbootbuurman vermoedt weer een nieuwtje over het weer en steekt zijn hoofd uit zijn stuurhuis. “Noordwest 20 tot 30 knopen is de laatste voorspelling” antwoordt Steve. Wietze grijnst opgetogen. Stel je voor dat we kunnen zeilen! Of nee: stel je voor dat we het in één dag kunnen bezeilen! Haast te mooi om waar te zijn. In gedachten reken ik uit hoe laat we morgenochtend op moeten staan om dat in een keer te doen. Half vier. Makkie. Motorbootbuurman denkt daar heel anders over. Je ziet hem het vertrek nog even uitstellen.
Ketchican, Zuidoost Alaska, augustus 2016
Lees hier meer columns van Wietze van der Laan en Janneke Kuysters