Reisverhalen

Column Anna: Fruitmand

Er zijn vrouwen die je precies kunnen vertellen of ze een appel- of een peerfiguur hebben. Als ik i…

Redactie Zeilen

We krijgen een shirt met lange mouwen aan tegen schaafwonden van botsingen met de plank. ‘O lekker’ denk ik nog. Maar verder is er weinig tijd om na te denken. We liggen op het strand op surfplanken en moeten leren hoe je vanaf die lighouding naar een uiterst sportieve surfhouding komt. Dat valt nog niet mee. Isaiah is al drie keer op en neer gehupst om het te laten zien, als ik het nog steeds niet voor elkaar gekregen heb om mijn voet tussen mijn handen op de plank te krijgen. Er zit van alles in de weg. Met een omweggetje krijg ik het voor elkaar en is het kennelijk goed genoeg om het water op te gaan. Wietze heeft vroeger jarenlang aan windsurfen gedaan, dus zijn plankgevoel is beter dan het mijne. Maar toch zie ik hem ook rood aanlopen van het op en neer hupsen.

Het water is heerlijk koel en ik voel me de stoerste van allemaal als we tegen de golven in peddelen met onze armen. Een paar krullers bruisen over me heen. Soepele surfers schieten links en rechts langs ons heen. Grote toeristencatamarans banen zich een weg door de menigte. Om het plaatje compleet te maken, gaan ze ook met van die grote outrigger-kano’s snoeihard van de golven af. Ik vind het allemaal prachtig om mee te maken.
Waikiki is de plek waar in de zomer de meeste mensen te vinden zijn om te surfen. In de winter is de noordkust populairder, omdat daar dan metershoge golven staan. Dat zijn de golven die je in films ziet: tunnels van groen water met mooi wit schuim bovenop. De eilanden van Hawaii kennen een uitgebreide traditie op het gebied van surfen. Al ruim een eeuw wordt er recreatief en competitief gesurft. Het schijnt een sport te zijn die door de Polynesiërs uitgevonden is. Op Paaseiland claimden ze de uitvinding, maar we zijn die claim op meer plaatsen tegengekomen. Op het strand van Waikiki staat het standbeeld van Duke Paoa Kahanamoku: Hawaii’s beste surfer ooit. Hij won Olympische medailles, speelde in films en was Aloha-ambassadeur voor het eiland Oahu. Hij leefde van 1890 tot 1968.

Gelukkig hebben we anderhalf uur les. Want ik specialiseer me al snel in spectaculaire valpartijen, snoekduiken en ander fraais. De vermoeidheid sluipt in mijn armen en benen. Met het zál lukken. Isaiah blijft met engelengeduld instructies geven. Iedere keer als ik weer terugpeddel na een bommetje steekt hij blij zijn duim op. Ook andere surfers kijken me bemoedigend aan. Wat me tijdens al dat heen en weer gepeddel opvalt is dat ik steeds dezelfde surfers zie. Op het oog zitten of liggen ze op hun plank te wachten op een golf. Maar er is al een hele kudde golven voorbijgekomen en zij zitten daar nog steeds. Beetje kletsen, selfie maken, zien en gezien worden. Ik had altijd de indruk dat men zich volledig op de sport stortte. Maar dat blijkt toch anders te zijn. En eerlijk gezegd kan ik me ook niet voorstellen dat sommige van die meiden überhaupt een beweging durven te maken. Zo’n piepklein bikinitje zou mij in ieder geval stevig op de plank geschroefd houden. En onder water.

Ik draai weer om, Isaiah geeft me een zet bij een goede golf en de plank krijgt snelheid. En dan gebeurt het wonder: ik krijg mijn voet goed onder me, richt me langzaam op en draai in de lengterichting van de plank. Ik glij zachtjes van de golf af en probeer nog wat rechterop te gaan staan. Ja! Het lukt. Een tel later kieper ik alsnog achterover het water in. Maar met een grijns van oor tot oor. Surfen op Hawaii. Wat een mazzelaars zijn we toch.

Honolulu, Oahu, juni 2016

Lees hier meer columns van Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Reisverhalen