Voor zeilers, door zeilers

Column Anna: Teken des tijds

“Guten Morgen Fritz!” roept Wietze als we in de bijboot aankomen bij het hemelsblauwe huis van de v…

Terwijl Wietze wat zit te kletsen met Fritz kijk ik door de openstaande deur naar buiten. De geankerde jachten draaien wat rond op deze vrijwel windloze dag. Onze Anna Caroline is met haar 44 voetjes een kleintje in het veld. Onze low-tech aanpak maakt ons leven makkelijk, maar als ik zie wat er zoal op die andere boten staat, zijn wij een soort T-rex in het cruiserswereldje. De meeste jachten die hier liggen, zijn al jaren aan het rondvaren in Frans-Polynesië. Wasmachines, vriezers en watermakers zijn de norm. Dat maakt dat de afhankelijkheid van faciliteiten op de wal kleiner wordt. En dus dat de Fritzen van deze wereld steeds minder belangrijk worden. Toen we onderzoek deden naar zeilersbudgetten (artikel ‘Krabben en Brassen’ Zeilen 1-2016) merkten we ook al dat het gedrag van wereldzeilers verandert. Boten worden groter en luxer, budgetten worden hoger. Echt super-lowbudget rondvaren is bijna niet meer te doen. De solidariteit onderling verandert daardoor. En de eisen die aan bestemmingen gesteld worden, veranderen ook.

Hier op Mangareva zien we dat heel sterk, zeker omdat hier een groep ‘vaste gasten’ rondvaart. De spreekwoordelijke Polynesische gastvrijheid en gulheid die wij hier verwachtten te vinden, is er nauwelijks meer. Als we wat rondvragen, blijkt dat er door sommige zeilers misbruik is gemaakt. Het fruit en de groenten puilen hier uit de tuinen en in de wegbermen. Maar elke boom en elke struik hier is van iemand. Je mag het fruit meestal gewoon pakken. Mits je het eerst netjes vraagt. Als gehele groep worden we daarom nu wat afhoudend bekeken. Individuele contacten kunnen echter ineens opbloeien en heel gezellig worden. Maar over het algemeen krijg je het gevoel dat de Mangarevianen ons graag op een afstandje houden. Met één uitzondering: de omaatjes zijn weg van Wietze. Dat zal wel komen omdat we elke zondag naar de kerk gaan; Wietze in het traditionele wit gekleed.

Hoe gaat zich dat ontwikkelen? De parelkwekerijen brengen welvaart, dus economisch gezien hebben ze het zeilerswereldje helemaal niet nodig. Sterker nog, op twee eilanden van de Gambier-archipel worden zeilers nu al geweerd. Tijd om eens ons licht op te steken bij de Tavana (burgemeester). We maken een afspraak op het gemeentehuis en een paar dagen later zitten we aan tafel bij Vai Gooding. Hij is uitgesproken positief over de bezoekende jachten en de bestedingen die ze doen in Rikitea, de hoofdstad van de archipel. Hier woont het merendeel van de 1.500 inwoners. Gambier wordt steeds populairder: van een handvol jachten zo’n twintig jaar geleden naar 90 jachten per jaar nu. Sommigen daarvan blijven het hele orkaanseizoen. Kinderen gaan hier naar de openbare school. “Gratis!” benadrukt Gooding. Hij benadrukt nogmaals dat de jachten welkom zijn. “Maar er zijn zorgen over schade aan het koraal door het vele ankeren” legt hij uit. Al snel zijn we verdiept in het ecologische project Resccue, dat op een viertal locaties in Frans-Polynesië uitgevoerd wordt. Het komt er op neer dat er meerboeien neergelegd gaan worden op een aantal locaties in de Gambier archipel. Bij Rikitea komen er zo’n 20 te liggen. Ankeren wordt verboden. Je moet betalen voor het gebruik van de boeien. “Er moeten aanvullende faciliteiten op de wal komen” vult hij aan. Daar hopen ze een lokale ondernemer voor te vinden. “Eigenlijk wil ik een kleine jachthaven voor twintig jachten hier” zegt hij met een brede glimlach. “Maar dat ziet de bevolking niet zitten”. Nadat we nog een mooie foto voor het gemeentehuis gemaakt hebben, bedanken we hem en lopen naar de boulangerie om een stokbroodje te scoren.

Rikitea, Mangareva, Gambier archipel, april 2016

Lees hier meer columns van Wietze van der Laan en Janneke Kuysters