Terwijl we lekker in de schaduw van een boom naar het gekrioel op het strandje zitten te kijken, wijst Wietze naar het rif. “We willen nog zoveel zien. Onderhand moeten we een datum prikken om uit te klaren.” Ik knik en kijk in de richting van zijn hand. “Moana,” grinnikt Wietze: Polynesisch voor ‘de zee buiten het rif’. “Het buitenbad,” lach ik terug.