Bestemmingen

Beleef Blankenberge

Vaarwijzer Belgische kust deel II

11:11

De Belgische Noordzeekust kent vier havens. Na het industriële Zeebrugge doen we Blankenberge aan – hemelsbreed maar zo’n 4 mijl verderop. Hier geen betonnen golfbrekers die tot ver in zee reiken, maar een historisch staketsel. Deze ondiepe haveningang is berucht. Lokale zeilmaker Ian Wittevrongel stelt gerust.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Zeilen editie 02/2022
Tekst: Klaas Wiersma & Joris Westerveld

Al een week lang weten we dat er een depressie door Het Kanaal gaat komen voor de geplande overtocht van Zeebrugge naar Blankenberge. Nauwlettend houden we de voorspellingen in de gaten: wordt het een kanaalrat of valt het mee? Op de dag van vertrek lijken de modellen het eens. Het zal rond de 20 knopen blijven waaien, uit westelijke richting. Dat is te doen voor onze redactieboot Zoef van 6,28 meter.

Lees hier deel I van de Vaarwijzer Belgische kust

Dubbel rif

Na het verlaten de jachthaven van Zeebrugge vaar je meteen de zeehaven in. We melden ons op kanaal 71 en zitten meteen midden in de drukte. Een grote sleper, afkomstig uit de sluis naar Brugge, stoomt richting zee, een vissersboot is juist op weg naar huis en verderop is een coaster bezig met aanleggen. Het kan hier dus hectisch zijn, maar vandaag vaart iedereen rustig langs elkaar. Als we in rustiger vaarwater terecht zijn gekomen, hijsen we de zeilen. Het is maar liefst 2,5 mijl naar zee langs betonnen kades met hoge kranen van containerterminals.
Binnen, in de beschutting van de havenmuren, lijkt er niks aan de hand maar in de verte zien we zeeën langs rollen. Een marineschip dat vervaarlijk scheef hangt, passeert ons en begint bij de havenmonding flink te stampen. We gaan de zee op, dat is wel duidelijk. Voor de zekerheid rollen we de fok nog wat verder in, zo hebben we in combinatie met het dubbel gereefde zeil in iedere geval niet teveel doek omhoog. We zetten de marifoon op kanaal 69, Traffic Centre Zeebrugge.

Voorbereiding

De tocht naar Blankenberge is niet zo lang, ongeveer net zover als van de Oranjesluizen naar Pampus. Het was vanmorgen om 9:52 uur laag water en de komende uren komt er 4,5 meter water bij. Een flink tijverschil, maar we varen hier toevallig net met springtij. Meestal is het verschil tussen hoog en laag hier minder groot. De stroomrichting kentert voor de Belgische kust niet tegelijk met hoog- en laagwater. De kentering van de stroom is zelfs pas op halftij, dus 3 uur na hoog-of laagwater. Dat betekent dat er na laagwater nog 3 uur stroom uit het noordoosten komt. Vandaag zal de stroom pas rond 13:00 uur tegen komen te staan. Overigens is de stroomsterkte hier maximaal 2 knopen.
Omdat de stroom mee staat en we liever wat meer dan wat minder stroom in de rug hebben, besluiten we om, eenmaal buiten de havenhoofden van Zeebrugge, eerst een klap de zee op te maken en dan pas koers zuidwest te gaan varen. Nadeel van dit plan is de wind-tegen-stroom- situatie die voor hogere en steilere golven zorgt.

Aanloop Blankenberge

De aanloop van Blankenberge bestuderen we goed. De haven staat bekend als gevaarlijk bij een noordwester vanaf 6 beaufort. Voor de haven en in de havengeul tussen de staketsels kan het ondiep zijn. Het is lastig in te schatten hoe diep of ondiep de havengeul is. Op de website Meetnet Vlaamse Banken, uitgegeven door het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust staan wel actuele gegevens over de huidige windkracht op het havenhoofd en het getij in de haven. Maar we vinden nergens een actuele diepte van de haveningang.
De ingang wordt elk voorjaar uitgebaggerd, maar verzandt gedurende het seizoen weer. Vooral na een harde zuidwesterstorm blijft er veel zand in de haveningang achter. Bij laag water valt deze dan droog, maar de geul is bij hoog water (wanneer er rond de 4 meter staat) goed bevaarbaar. Toch gaat het een aantal keer per jaar mis en komen er zeiljachten vast te zitten. Blankenberge heeft dan ook een eigen reddingsdienst. Ook al heeft het recentelijk niet hard gestormd en hebben we begrepen dat de havengeul tijdens ons bezoek goed op diepte is, nemen we geen risico en zorgen we dat we een aantal uur na laagwater aankomen voor de haven. Er zal dan genoeg water staan, en mócht Zoef toch een bankje weten te vinden, dan zal de vloed haar snel weer los tillen.

Zoef peilt bij het binnenlopen van de haven constant 5 meter onder de kiel.

Stevige wind

Eenmaal buiten de kademuren krijgt Zoef klappen. Soms komt ze volledig los van een golf, waarna ze met een dreun in het golfdal terechtkomt. Net als ik me verwonder over het lichte beslag waarmee de grootschoot in de kuip bevestigd is, springt er een harpje los. We prikken Zoef in de wind om de boel weer vast te zetten. Even later duikt ze weer een golf in en er komt een flinke bak Noordzeewater over ons heen. Deze golf verbuigt de bevestiging van de hoefijzer-reddingsboei achterop en spoelt het gloednieuwe ding zo overboord. Jammer.
Alles is onder controle, maar ik begin te snappen waarom de Beneteau First 210 voor haar zeewaardigheid een CE-C- certificaat heeft. We zien geregeld 25 knopen op de meter. Windkracht 6. Volgens de voorspellingen zal de wind niet toe nemen. Dat is maar goed ook, want met nog meer wind zou opkruisen toch wel lastig worden.
Blankenberge komt al snel na het verlaten van Zeebrugge in beeld. We zien de hoogbouw die zo typisch is voor de Belgische kustlijn al van ver. Uit het strand steekt aan de noordoostkant van de ingang het bekende houten staketsel, de stevige steiger die in zee is gebouwd. Aan de zuidwestkant staat een nieuwere, betonnen versie van het bouwsel.
Na nog een laatste hoogteklap zetten we koers richting de haveningang. Het houten staketsel komt steeds dichterbij en we vallen af. Surfend op de golven glijden we Blankenberge binnen.

Het zand spoelt onder het betonnen bouwwerk door de vaargeul in.

Nieuwe dam

Tijdens ons bezoek aan Blankenberge bestaat het staketsel nog uit wandelpieren aan beide zijdes van het vaarwater. Om het verzanden van de haveningang tegen te gaan komt er aan de zuidkant een nieuwe constructie die het dichtslibben zou moeten tegengaan. Daarvoor wordt een dam gebouwd die verder de zee in steekt dan de huidige pier. Deze dam komt deels onder water te liggen en zal extra aandacht vragen bij het naderen van de haven van Blankenberge vanuit zuidelijke richting. Eind 2021 is van de constructie nog niks te merken, maar binnen de gemeente wordt druk gediscussieerd over hoe de dam er precies uit moet komen te zien.

Frank Panesi leidt ons rond in het museum van de vereniging.

Ooit vissersdorp

Blankenberge is van oorsprong een vissersdorp, al is dat tegenwoordig moeilijk voor te stellen. Toch is er nog wel wat te vinden van het vissersverleden. In de jachthaven liggen twee historische schepen: Jacqueline-Denise, een prachtig gerestaureerde houten garnalenboot van net voor de Tweede Wereldoorlog en Sint-Pieter, een replica van de Blankenbergse schuit (zie kader op pagina hiernaast). Frank Panesi, voorzitter van De Scute, een vereniging die het maritiem erfgoed van België en Blankenberge in het bijzonder hooghoudt, vertelt er met plezier over. Panesi: “Tot vlak voor de Eerste Wereldoorlog werden deze schuiten gebruikt om te vissen voor de kust. Omdat hier vroeger helemaal geen haven was, werden de platbodems met hoogwater het strand op gevaren.” De Scute bouwde de replica en zeilt er ook mee.
Aan de Breydelstraat, tussen de flats van tien verdiepingen, is nog een vissershuisje terug te vinden, het Huisje van Majutte. Balken in het huis zijn van alle soorten gejut hout: olm, eik en spar. Niemand weet hoe oud het is, maar zeker is dat het vele generaties door vissers bewoond werd. Nu huist er een kroegje.

Jachthaven

Zeilmaker Ian Wittevrongel (54) is een geboren en getogen Blankenberger. Hij is de derde generatie van Wittevrongels in de zeilmakerij. Daarvoor was zijn familie, net als bijna alle Blankenbergers, actief in de visserij. Zijn opa Achiel (1910) voer als visser op de B121 Nelly. In 1945 liep deze Nelly op een oorlogsmijn, het schip verging en de hele bemanning kwam om. Door toeval was Achiel Wittevrongel niet aan boord. Hij was ziek en had deze reis aan hem voorbij laten gaan. Zijn kleinzoon: “Mijn opa was al actief in het maken van zeiltjes, dat waren van die steunzeilen voor de kotters. Na dat ongeluk besloot hij voor de zeilmakerij te kiezen en ging niet meer naar zee.”
“Daarna is de zeilmakerij in de familie gebleven. Tegenwoordig maken we zeilen voor zeiljachten. We maken de zeilen hier helemaal zelf. Het doek wordt met laser gesneden op onze snijtafel.” En als bij toeval begint de compressor, die het zeildoek met luchtdruk stevig tegen de tafel trekt, flink te brommen. Als de compressor weer stil is vertelt Wittevrongel hoe de haven in jaren 70 is uitgebreid door de voormalige spuikom ook als jachthaven in te richten. Daardoor telt Blankenberge nu ruim zevenhonderd ligplaatsen. Onlangs is er zelfs nog een stukje jachthaven bij gekomen.

Zeilmaker Ian Witte­vrongel.

Redding

Voor de Belgische kust zijn twee reddingsdiensten actief. Blankenberge heeft een vrijwillige reddingsdienst, de Vrijwillige Blankenbergse Zeereddingsdienst (VBZR). Deze dienst neemt het noordelijke deel van de Belgische Noordzeekust voor haar rekening. Op het zuidelijke deel is het commerciële Ship Support actief vanuit Nieuwpoort (hierover meer in Zeilen 4/2022). De VBZR heeft drie schepen die te allen tijde kunnen uitvaren en een strandvoertuig. De reddingsdienst voert gemiddeld zo’n tweehonderd reddingen per jaar uit. Een deel daarvan bestaat uit het lostrekken van gestrande jachten in de haveningang met laagwater in de periodes dat die sterk verzand is. Met de komst van de nieuwe dam zou dat zomaar binnenkort verleden tijd kunnen worden.

Middeleeuwse platbodem
De Blankenbergse schuit was een platbodem van eiken en olm, en moest ontzettend stevig zijn: bij het stranden kwamen ze vaak bonkend aan. De vier­ kante zeilen werden aan een ra aan de twee masten opgehangen. Een ontzettend onhandige tuigage. Panesi: “In tegen­ stelling tot de vissers in Nieuwpoort en Oostende, die wel een haven hadden en nauw contact onderhielden met buiten­
landse vissers, hielden de Blankenbergers tot aan de begin 20ste eeuw vast aan hun middeleeuwse vaartuig.” Maar aan de wind hoefden de schepen toch niet te gaan; met de heersende westenwinden gingen de schepen de zee op, lieten zich meedrijven met de ebstroom en daarna met de vloed, en voeren daarna het strand bij Blankenberge op.

Omslagfoto en foto’s: Klaas Wiersma
Tekst: Klaas Wiersma & Joris Westerveld

Tags: , Last modified: 16 juli 2024
Sluiten