Nieuws

Gevonden: de perfecte bijboot

Alternatieve dinghy's

11:11

In Zeilen 01-2023 lees je alles over de droom van Erica de Reus: geïnspireerd door een van onze webinars bouwde ze een bijboot in haar eigen woonkamer. Ben je nou net iets minder ambitieus, maar wel op zoek naar een geschikte bijboot? We hebben een aantal alternatieve bijboten voor je op een rij gezet.


De Marker Wadden in coronatijd. Het bord aan de haveningang laat er geen twijfel over bestaan. Drie grote kapitalen: VOL. Het wordt ankeren dit keer. Als de avond valt, tellen we veel mede-ankeraars. Bijbootjes varen af en aan naar de havenkom. Ankeren wordt het nieuwe normaal. Maar… welke bijboot past hier het beste bij?

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Zeilen editie 08/2020
Tekst: Mark van den Driest

Onze rubberboot ligt doorgaans diep weggeborgen in de bakskist en komt er zelden uit. Pas als we hem echt nodig hebben, bijvoorbeeld op zeiltochten naar Engeland en de Kanaaleilanden, diepen we hem op uit zijn slaapplaats en blazen we hem nieuw leven in. Vanwege ons tuigage met babystag kunnen we de rubberboot niet kwijt op het voordek. Eenmaal opgepompt moet de bijboot dus worden gesleept, maar dat zeilt niet lekker – een extra reden dat de bijboot vaker in de tas blijft dan dat-ie zich nuttig mag maken. Naast het volumineuze bijbootpakket in de bakskist hangt een buitenboordmotor aan de hekstoel. Als dit voorjaar deze 2 pk-herrieschopper de geest geeft, is dat voor ons hét startsein op zoek te gaan naar een bijboot die wél bij ons past, zonder elektrische of fossiele hulpbronnen, maar iets dat goed vooruitkomt op hand- of windkracht.

Duizendpoot

De ideale tender krijgt al snel de mythische proporties van een eenhoorn. Hij is opvouw- of inklapbaar en neemt zo weinig mogelijk plaats in aan boord, is met de minste inspanning zo snel mogelijk gereed voor gebruik en beweegt zich heel efficiënt voort – met of zonder motor, en het liefst is-ie óók nog heel schappelijk geprijsd. Voor veel jachtschippers is de rubberboot een acceptabel compromis. Negen van de tien hebben zo’n boot in gebruik als tender.

De voordelen van een opblaasboot liggen voor de hand: hij is ruim voorhanden en relatief betaalbaar. In de tas is hij op de meeste jachten wel weg te stouwen. Opgeblazen is hij stabiel en zal hij het jacht niet beschadigen. Je kunt er aardig wat mee vervoeren en met een buitenboordmotortje kom je er goed mee vooruit. Maar een rubberboot heeft even zoveel nadelen.

Hij kan lek gaan en is dus kwetsbaar, en roeien met een rubberboot gaat niet vlot. Daarom zie je meestal aan de spiegel van de rubberboot een buitenboordmotor hangen die op zijn beurt regelmatig onderhoud nodig heeft, gevoelig is voor diefstal, herrie maakt en stinkt. Het oppompen en weer leeg laten lopen en wegbergen is vaak tijdrovend. Daarom sjorren veel jachtschippers de boot vaak opgeblazen aan dek of slepen ze hem achter zich aan. Aan dek is het vaak een sta-in-de-weg en het slepen van een rubberboot is niet altijd een feest.

zeilende rubberboot
© SAILBIRD.DE

Zeilende rubberboten

Het liefst wil je als zeiler kunnen zeilen met je bijboot, dacht Nicolaas Tjebbes toen hij de Sailbird ontwikkelde. Deze vanuit Duitsland werkende landgenoot bedacht al eerder de Bananaboot – die verderop aan bod komt – en meer recent de Sailbird. Met dit pakket van stangen, profielen, zeiltuig, zwaarden en roer tover je je rubberboot om in een zeilboot. De korte ongestaagde mast bestaat uit twee delen; twee sets aluminium buizen vormen in elkaar geschoven de giek en gaffel van het latijntuig. Een grondplaat met mastvoet komt in de neus van de rubberboot. De enige aanpassingen aan de rubberboot zelf zijn twee extra roeidollen die je voor op de buis moet lijmen en het monteren van het roerbeslag aan de spiegel. En dan: zeilen maar!

Een andere zeilende rubberboot is de Nederlandse Dinghy-Go. De goede zeileigenschappen dankt deze boot aan een flexibele zwaardkast met een geprofileerd steekzwaard en een aangehangen roer. De Dinghy-Go zeilt goed, op vlak water nog aardig hoog aan de wind ook. Een mooi concept, want voor een kleine meerprijs ten opzichte van een Zodiac heb je er opeens een zeilbootje bij. Perfect voor vertrekkers, om van het geroei of motorgeraas in de baaien af te komen.

Maar het idee om met je opblaasboot te willen zeilen is natuurlijk niet nieuw. De Brit Fred Benyon-Tinker bedacht in de jaren zeventig al de Tinker. Deze zeilende inflatable is een begrip aan de andere kant van de Noordzee. Er is uiteraard een actieve Tinker Class Owners Association die clubwedstrijden organiseert en er wordt fanatiek gezeild met de verschillende typen. Jolly good!

Alternatieve bijboten
DINGHYGO.NL

Kajaks en kano’s

De standaard rubberboot roeit meestal niet erg prettig; veel van de roeikracht wordt opgenomen door het zachte rubber. Een stijvere constructie zet de kracht directer om in voortstuwing. Ook de rompvorm – grote breedte ten opzichte van lengte – met een vlakke bodem zorgt ervoor dat de rubberboot over het algemeen niet goed roeit. Een kajak roeit veel beter.

Martijn Moltzer is zo’n zeiler die een kajak als bijboot koos. Aan boord van zijn Leisure 22 heeft hij een Itiwit-kajak. Hij zocht een bijboot die niet teveel plaats inneemt en waarmee je goed kunt roeien. “Ik ben er zeer over te spreken. Ik zeil bijna altijd solo en mag graag een ankertje uitgooien. Zelfs op mijn 22-voets bootje kan ik de kajak makkelijk opblazen en weer leeg laten lopen. Hij is heel stabiel en stevig, en peddelt voor een opblaaskajak best goed.” Wel is het oppassen met in- en uitstappen vanaf de boot. “Dat is iets lastiger, vergeleken met een rubberboot.” Als enige nadeel noemt Martijn dat deze kajak niet zo snel droogt. Maar een echt probleem vindt hij dat niet. “Alleen als ik hem langdurig opberg, laat ik hem eerst goed drogen, meestal thuis.”
Dit probleem hebben Gumotex-kano’s en -kajaks – gemaakt van het materiaal Nitrilon – niet. Dit Tsjechische merk bestaat al bijna zeventig jaar en is echt een begrip. Naast sneldrogend zijn ze licht, compact en bijzonder duurzaam.

Een nieuwe productietechniek is de drop- stitch kajak. Bij dit type kajak behouden de luchtkamers hun vorm dankzij interne draden die de onderkant met de bovenkant verbinden. Zo ontstaat een stijvere luchtkamer die een hogere druk aankan. De Amerikaanse startup Pakayak bedacht een kajak, bestaande uit losse delen. Hun nesting kajak Bluefin 14 bestaat uit zes rotatiegegoten kunststof secties die in elkaar passen. Met de losse delen in elkaar geschoven meet het pakket circa 107 bij 61 bij 40 centimeter. In gemonteerde staat is de kajak 432 bij 61 bij 40 centimeter. De montage gaat vlot en doordat de kajak stijf is, peddelt hij goed. Maar dit moois komt met een prijs, want deze kajak kost zo rond de 1700 euro.

drop-stitch
© MARTIJN MOLTZER

Trapkano

Maar je kunt natuurlijk ook gewoon fietsen, over het water welteverstaan. Aan boord van zijn (zelfgebouwde) Farrier 36 Fram heeft Hennie van Ootmarssen een Hobie Mirage trapkano. “Geweldig ding, ik heb er ook een mast met zeiltje bij. Ik heb de Mirage gekocht om vanaf de ankerplaats de buurt te verkennen of een duikstek op te zoeken. Geen motor, wel goede vaareigenschappen en snelle voortgang; een bootje om mee op expeditie te gaan en geschikt als bijboot wanneer ik solo ben. Ik ben erg tevreden. Maar van de zeileigenschappen, waarbij de aandrijfflappen als zwaard dienen, moet je je niet teveel voorstellen.”

trapkano

Packrafts

Mocht je het nog compacter willen, dan zijn er kleine packrafts. Van dit type rubberbootjes bestaan ook zeer compacte versies, ontwikkeld voor trekkers in de Verenigde Staten en Canada die met de rugzak erop uitgaan en waterwegen willen benutten. De vele verschillende uitvoeringen hebben een ding gemeen: in niet-opgeblazen staat zijn het kleine, lichte pakketjes. Ondanks hun kleine formaat zijn ze zeker geen speelgoed. Het materiaal is supersterk omdat ze het soms flink te verduren krijgen (wildwater!). Joost Ubbink is zo’n zeiler die het supercompact wilde. Op zijn vorige boot, – Marsvin Sunday morning glory – had hij een ultralichte twee kilogram wegende packraft, maar alleen voor uitzonderlijke gevallen, als hij eens een keer ankerde.

Packraft
© JOOST UBBINK

Vaste bijboot

Tegenwoordig is Ubbink schipper van Norna Biron, een stalen kottergetuigd zeilschip van 48 voet, met volop ruimte voor een vaste bijboot. “Nu, op Norna, heb ik afscheid genomen van de aardig dure rubberboot in davits op het achterschip.
Ik wilde liever een vaste bijboot en kocht daarom een Portland Pudgy. Deze zijn stabiel, hebben een groot laadvermogen, zijn goed sleep-, roei- én zeilbaar. Ik ga zelf nog een opblaasbare reddingstent erop bouwen, komende winter. Dan is de Pudgy ook als reddingsvlot inzetbaar. Ik hou niet zo van rubberboten. Ze zijn kwetsbaar, ‘dik’ en ook relatief zwaar. Als speedboot met dikke outboard leuk, maar niet voor mij.”

Portland Pudgy
© NIC COMPTON

Vouwboten

Het zal ermee te maken hebben dat in Engeland en Frankrijk het zeiljacht vaak aan een mooring ligt en ankeren er gemeengoed is. De bijboot is daar een eerste levensbehoefte en dat zie je terug in het ruime aanbod van mooie, inventieve bijbootjes. In de categorie ‘vouwboten’ is er de Engelse Seahopper: goed doordachte en stevige bootjes van gelakt multiplex in drie maten: 2, 2,4 en 3 meter.
Voordeel van dit materiaal is dat het 99 procent recyclebaar is en relatief milieuvriendelijk. De kleinste heet Scamp en is in opgevouwen toestand een pakket van 213 bij 51 bij 12 centimeter. Uitgevouwen meet het bootje 203 x 217 centimeter. Je kunt ermee roeien, maar ook heel goed zeilen. Er zijn twee soorten zeiltuig voor beschikbaar: een Gunter-rig (gaffeltuig met fok) en een Lug-rig (‘Optimisttuig’).

Nog zo’n hebbeding is de vouwboot van het Franse merk Nautiraid. Naast vouw- en militaire kajaks bouwen zij de Coracle, een vouwdinghy. Deze dinghy is gebaseerd op een systeem dat al bij reddingsboten eind negentiende eeuw op stoomschepen werd gebruikt. Het zijn chique bootjes met een frame van Frans essenhout, een vloer, doft en spiegel van Fins berken en een huid van Hypalon, en in zo’n vijf minuten vaarklaar.

Alternatieve bijboten
© BANANA-BOOT.DE

Het bootje heeft opblaasbare zijbladen, wat ze onzinkbaar maakt en de stabiliteit en stijfheid vergroot. Door de lange kiel en halfronde rompvorm roeit de Coracle heel goed. Guillaume van Nautiraid vertelt nog een leuke anekdote: “We hadden een Britse klant die in 87 dagen met een Coracle 250 van het Kanaal naar de Middellandse Zee door de Franse binnenwateren roeide: 1200 kilometer!” Over de roeikwaliteiten van deze vouwdinghy hoeven we dus niet te twijfelen.

Andere bekende vouwboten zijn de Duitse Portabote en de eerder genoemde Bananaboot. Portabote heeft vouwboten in vier maten (8, 10, 12 en 14 voet) waarmee je kunt roeien én zeilen. De standaard tien jaar garantie zegt iets over de sterkte ervan: Duitse degelijkheid. De Bananaboot is ook een vouwboot waarmee je kunt roeien en zeilen.

Zeiler Frits Schaverus heeft in het gangboord van zijn Vancouver 28 Utve een Bananaboot: “Ik heb mijn Bananaboot al zo’n 35 jaar. De blauwe buizen over de verbindingen van de platen zijn wat uitgebleekt, maar verder mankeert er nog niets aan. Hij roeit koersvast en behoorlijk snel. Ik heb er ook een zeiluitrusting bij; het zeilt verrassend goed. De romp is 22 kilogram en zweeft in het water. Het is belangrijk dat je de drijflichamen onder de dekjes ook echt gebruikt. Hij is behoorlijk stabiel, maar ik ben er toch wel eens mee omgegaan. Het enige echte nadeel voor mij is dat hij niet binnen in de boot is op te bergen. Met zwaar weer met flinke brekende golven zou hij kunnen losslaan en de scepter uit het dek rukken. Maar ik heb al ruim 25.000 mijl ermee aan die scepter gevaren zonder problemen.”

Alternatieve bijboten
© SY-FLORENCE

Geneste bijboten

In plaats van te vouwen kun je een bijboot ook verkleinen door hem op te bouwen uit kleinere delen. Zo’n nesting dinghy bestaat uit twee of meer delen die, los van elkaar, in elkaar passen. In ons land zie je de nesting dinghy niet zo vaak, maar in Engeland en in de VS des te meer. B and B Yachtdesigns uit North Carolina is de ontwerper van de Spindrift nesting dinghy.

De Engelse zeilers Matt en Amy zeilen op dit moment rond de wereld, met aan boord van hun zeiljacht Florence zo’n Spindrift. Ze zijn laaiend enthousiast: “Voor ons is er niets mooier dan over de oceaan zeilen, het anker uitgooien, je bijboot optuigen en aan wal zeilen. Geen luidruchtige, stinkende motor, alleen de kracht van de wind die je naar een nieuwe bestemming brengt. Omdat we allebei een groot deel van ons leven met zeilboten hebben gevaren, was het logisch voor ons om een tender te hebben waarmee we goed konden zeilen.” Veel zeilers die ervaring hebben met de nesting dinghy, roemen de goede roei- en zeileigenschappen. Wel blijven ze ‘genest’ nog steeds flinke pakketten; waarschijnlijk is dit pas vanaf 35 voet een haalbaar concept, al zijn er kleinere schepen met een ruim voordek waar ruimte genoeg is voor een dergelijke dinghy.

Alternatieve bijboten
© MATTHEW MCGREGOR-MENTO

Zelf bouwen!

Juist als je denkt dat je je ideale bijboot hebt gevonden, kijk je nog eens goed naar de prijs en ontdek je dat de mooiste kant-en-klare bootjes vrij prijzig zijn.
Een oplossing kan zijn om zelf je bijboot te bouwen. De Spindrift is zo’n zelfbouwdinghy, maar er zijn vele andere (zie het kader op de volgende pagina).

Robin ‘Benjy’ Benjamin is de drijvende kracht achter woodenwidget.com. Naast mini-caravans en tenten ontwerpt hij erg mooie bijbootjes. Hij zegt: “Er zijn nog maar weinig mensen die zelf dingen maken. Jammer! Daarom verkopen we geïllustreerde bouwtekeningen waarmee bijna iedereen iets moois en nuttigs kan maken.”

Woodenwidget verkoopt dus geen kant-en-klare bijboten, maar bouwplannen. De Fliptail is het meest gebouwde type: een vouwbootje met een houten frame en een multiplex vloer. Op YouTube staat een aanstekelijk filmpje van vouwfietsmerk Brompton waarin de Fliptail figureert. Tom Lutz laat daarin zien hoe hij dagelijks van New Jersey naar downtown Manhattan fietst. Maar daar zit wel de Hudsonrivier tussen. Aan de oever vouwt hij zijn fiets in, zijn boot uit en roeit eenvoudigweg over de Hudson. Veel sneller en leuker dan de trein! Voor de Fliptail is ook een zeilset verkrijgbaar en te zien aan de vele video’s van een zeilende Fliptail gaat dat prima.

Een andere bijboot waarvoor Robin Benjamin de bouwtekeningen verkoopt, is de Stasha: een superlichte (circa tien kilogram!) nesting dinghy waar je mee kunt roeien en zeilen. Een prachtig, elegant ontwerp dat vrij eenvoudig zelf te bouwen is. De Stasha is gemaakt van een epoxy verlijmd, lichtgewicht houten frame. Kevlar-vezels worden diagonaal over het frame gelegd voor extra stijfheid. Een speciaal krimp-Dacron trek je met een gewoon strijkijzer strak over het frame.

Wil je zelf een bijboot bouwen? Erika deed dat ook en haar verhaal lees je in Zeilen editie 01/2023!

Alternatieve bijboten
© BENJI BENJAMIN

De ideale?

Hoe langer je zoekt naar alternatieve bijboten, hoe meer je er vindt. Er zijn ongetwijfeld nog veel meer sympathieke, slimme ontwerpen dan hier besproken. Wat voor jou de ideale bijboot is, is een persoonlijke keuze. Het is in ieder geval heel leuk om eens verder te kijken dan de standaard optie. Er is zoveel meer!

Omslagfoto: © BENJI BENJAMIN
Tekst: Mark van der Driest

Tags: Last modified: 24 januari 2023
Sluiten