Het weer op dit deel van de Pacific blijft onvoorspelbaar en gewelddadig. We halen diep adem en gooien los op Samoa. Het volgende leuke eiland met de prachtige naam Niuatoputapu hebben we geschrapt; we gaan in één keer 350 mijl zeilen naar de Vava’u eilandengroep. We willen deze overtocht zo snel mogelijk achter ons hebben én de boel heel houden. Het lukt: doodmoe, afgerammeld en opgelucht draaien we na twee en een halve dag de baai van de hoofdstad Neiafu binnen. Nou ja, hoofdstad: het is een vriendelijk dorp met een paar duizend inwoners. Zaterdagmiddag, net na sluitingstijd van de overheidskantoren. We hijsen de Q-vlag en de vlag van Tonga, pikken een meerboei op en proosten op de veilige aankomst. Een Zweeds stel dat een halve dag eerder uit Samoa vertrok, komt met hun bijbootje naar ons toe. Nog steeds wit om de neus vertellen ze van een luchthapper die finaal uit hun dek gerukt is door een golf. Ook zij hebben het aardig voor hun kiezen gehad. Maar we zijn er! Gretig nemen we alles in ons op.
Ik ben hier niet
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FDSCN0354-klein-300x197.jpg)
Na een relaxte zondag klaren we op maandag in. Een douanesteiger waar je een rolberoerte van krijgt. Geschikt voor coasters, maar niet echt voor jachten. Enorme rubberen blokken maken korte metten met je zeereling als je niet oppast. Wietze bewaakt de stootwillen en ik ren op en neer om alle papieren ingevuld te krijgen. Een Health Inspector komt aan boord. De gebruikelijke kletskoek. “Zijn deze bananen nog goed? Ik moet er een proeven”. En het gebedel om souvenirs. We zijn voorbereid, dus Wietze krijgt hem met een blikje frisdrank en een pak melk de deur uit. Opgelucht liggen we twee uur later weer aan de meerboei.
Hoogseizoen
De dagen erna komen we lekker bij, genieten van alle kleine verrassingen in Neiafu en eten onze buiken rond aan allerlei nieuwe dingen die we hier op de groentemarkt kunnen krijgen. Verse pinda’s scoren erg hoog. Maar het belangrijkste moeten we snel regelen. Hier in de Vava’u groep komen elk jaar groepen bultrug walvissen om te baren en te zogen. Het water is beschut. Je kunt ze dus van vrij dichtbij bekijken en – als je geluk hebt – een beetje in de buurt zwemmen. Daar heb ik al heel lang mijn zinnen op gezet. Wietze heeft het er niet zo op. Mijn argumenten (‘ze hebben geen tanden’) overtuigen hem moeizaam. We lopen een boekingskantoortje binnen en slaan steil achterover. Er zijn twaalf bedrijven die dit aanbieden met in totaal 18 bootjes. De meesten zitten al volgeboekt tot en met 2018! Het blijkt dat volksstammen uit China en Japan hier heel graag naar toe komen. “Wordt er onderzoek gedaan naar de impact van dat toerisme op het gedrag van de walvissen?” vraagt Wietze voor z’n neus weg. Dat blijkt zo te zijn. De overheid staat in elk geval geen groei van de activiteiten toe. We blijken over een paar dagen nog de laatste twee plekken op een boot te kunnen boeken.
Use it or lose it
Als we terug naar de boot lopen, besluiten we om nog een paar straten om te lopen. Het is zo leuk om het dorp een beetje te verkennen. Zoals steeds, stopt er om de haverklap een auto met weer zo’n vriendelijke reus erin om je een lift aan te bieden. Maar we bedanken en lopen lekker door. In veel tuinen lopen losse varkens, soms omringd door een hele groep biggetjes. “Loop even door, dan maak ik een foto van dat grote varken daar” zegt Wietze. Het varken krijgt kennelijk sterallures en springt ineens op me af. Ik schrik me lam en spring opzij. Krak. Ik land op een steen en voel m’n been onder me weg schieten. Kermend lig ik op straat. Wietze zit naast me en probeert in te schatten wat de schade is. Al snel stopt er natuurlijk weer een auto. Ja graag! Wietze hijst me er in. Vijf minuten later zitten we in een havenbarretje en ligt er een zak ijs op m’n enkel. We krijgen de wifi-code en ik zoek op internet wat het kan zijn dat zo zeer doet. Na twee uur is mijn voet steenkoud en besluiten we voor het paardenmiddel ‘use it or loose it’ te gaan. Hop, schoen aan en naar de apotheek voor een rekverband. Duurt even, maar uiteindelijk komen we er. Het is een piepklein hokje waar een indrukwekkende dame de scepter zwaait. Eén blik is genoeg. Ze grijpt een rol verband, wijst naar een stoel en zwachtelt het prachtig in.
Ik kan wel janken. Hoe moet ik nu met die dikke voet in een flipper? We gaan al over twee dagen. IJverig oefen ik flipperbewegingen met mijn voet. Loop uren heen en weer in de kajuit om de zwelling eruit te krijgen. Het lijkt de goede kant op te gaan.
Mama walvis
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FDSCF3969-300x169.jpg)
Neiafu, Vava’u groep, Koninkrijk Tonga, september 2017
Bekijk hier de vorige column.