De ochtend van ons vertrek uit Suwarrow had het al flink moeten waaien volgens de weersverwachting. Wat rimpeltjes, maar niks dat duidde op harde wind. Twijfelend keken we elkaar aan. Toch maar even blijven? De verleiding was groot, maar we besloten toch om ankerop te gaan. Na nog drie keer met een brok in onze keel omgekeken te hebben, verdween Suwarrow een paar uur later achter de horizon. De motor deed brommend zijn werk en wij keken elkaar vragend aan. Harde wind? De hele dag kregen we briesjes van overal en nergens. Te weinig om te zeilen, dus motorzeilend ploegden we naar Samoa. Tegen de avond pikte de wind op en rond middernacht lagen we bijgedraaid. Gigantische deining, harde wind. Maar het ergste waren de buien waar zoveel woede in zat: striemende regen en windvlagen.
Chagrijnig en met holle ogen van vermoeidheid keken we de volgende ochtend naar het woeste zeelandschap om ons heen. “Nog 400 mijl te gaan” zegt Wietze optimistisch, terwijl ik probeer om een ontbijtje in elkaar te flansen in de achtbaan die de zee van onze Anna Caroline gemaakt heeft. Via het radionetje horen we vergelijkbare verhalen. Iedereen die in dit stuk zee zit heeft het zwaar. Uiteindelijk duurt het nog drie dagen. Dan kalmeert de zaak wat en kunnen we opgelucht adem halen. Alles is nog heel en de lichtjes van Samoa komen tussen de regenslierten tevoorschijn. We liggen weer bijgedraaid, maar nu om tijd te rekken tot de zon op komt. Reikhalzend kijken we uit naar nieuwe ervaringen in dit nieuwe land. Samoa.
Lavalava
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FP8140011-klein-300x196.jpg)
Al snel wapperen de douaniers de steiger op. Die klimmen wel aan boord en openen kastjes om te zien of we iets illegaals bij ons hebben. Al snel blijkt dat ze een ‘souvenir’ willen. Terwijl ik als een razende de formulieren invul om ze zo snel mogelijk de deur uit te krijgen, zit Wietze als een bok op de ‘souvenirs’. Uiteindelijk eisen ze een petje en vertrekken. De mannen van immigratie zijn helemaal prachtig om te zien. Het wikkelrok uniform wordt meestal elegant afgemaakt met een paar teenslippers. De immigratiemannen dragen er een soort badslippers onder. Prachtig.
Chief
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FDSCN0231-225x300.jpg)
Gastvrijheid
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FP8100002-300x200.jpg)
Regelmatig wordt er peinzend naar onze korte broeken gekeken. We besluiten dus om ook maar voor de wikkelrok te gaan. Al helemaal omdat we uitgenodigd zijn om naar een kerkdienst en een lunch te komen. In een winkel kijkt een oud dametje naar Wietze en schudt haar hoofd. Ze trekt in stapels en komt uiteindelijk bij de lavalava-kindermaten terecht. Mopperend over Samoaanse mannen die veel te dik zijn, pakt ze een mooie lap en begint hem om Wietze heen te slaan. Die staat met zijn armen wijd te kijken hoe je de boel vastzet. “Wat doe je er eigenlijk onder aan?” vraagt hij. De oude dame ligt plat van het lachen. Uit handgebaren begrijpen we dat er een onderbroek onder hoort. Ze wist zich nog steeds de lachtranen van de wangen als we afrekenen.
Wapperende boxershort
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fzeilenwp%2F2017%2F09%2FDSCN0164-300x225.jpg)
Apia, Samoa, september 2017