Voor zeilers, door zeilers

Column Anna: Morgen gaan we écht

“Plakkerig gebied hier”,  zegt Wietze met een grijns. Ik zit met weemoed om te kijken naar het stad…

Nu is winterzeilen in Brazilië iets dat om de nodige flexibiliteit vraagt. Kleine knikjes in isobaren groeien ineens uit tot grote systemen. Of omgekeerd. De voorspelde windkracht 4 uit het noordoosten blijkt al snel een fikse zes te zijn. Dat is op zich niet zo erg, ware het niet dat een depressie die diep zuidelijk onder ons langs trekt een enorme deining veroorzaakt. Die komt uit het zuid/zuidwesten, dus de harde wind staat er recht tegenin. Na een paar uur knokken zijn we allebei zout, nat en geschrokken. “Zeg, we doen dit toch voor ons plezier?” brult Wietze boven het lawaai uit. Ik zit al met de pilot op schoot en wijs naar een ankerplek die op zo’n 9 mijl van ons vandaan ligt. Wietze’s gezicht betrekt. Ik weet hem te overtuigen dat 9 mijl hoog aan de wind uit twee stukken bestaat: 4 mijl ellende en daarna 5 mijl in de beschutting van een groepje eilanden. We trekken er een rif bij en knokken nog een uurtje verder. Voor het vissersdorpje Picinguatuba laten we in het donker het anker vallen. Opgelucht en doodmoe vallen we in bed.

De volgende ochtend ziet het dorpje er leuk uit. We zijn streng voor onszelf: Paranagua is het doel, dus gaan we niet de bijboot opblazen en op verkenning uit. Het weerbericht vraagt echter weer om een aanpassing. De depressie blijft nog even hangen en de voorspelde wind blijft tegen de enorme deining instaan. Nog een paar dagen, dan wordt het beter. We besluiten om niet te blijven wachten, maar steeds in de beschutting van de eilanden voor de kust een stukje verder te kruipen. Onze volgende stop wordt Ubatuba. Ook alweer zo’n prachtige baai met honderden zeilboten die voor anker of op een boeitje liggen. We bekijken het in de stromende regen vanuit de kuip. Deze keer blijft de bijboot zonder discussie in het vooronder liggen.

Eén voordeel van de regen: de boot is lekker zoet gespoeld. We trekken het anker er in alle vroegte weer uit en gaan op pad. Ilhabela is het volgende doel. Het grootste eiland van Brazilië, door een breed kanaal gescheiden van het vasteland. Aan de eilandkant is het zeilen, duiken en zonnebaden wat de klok slaat. Aan de landkant enorme pieren waaraan gigantische olietankers gevuld of geleegd worden. Het contrast kan niet groter. De hoge bergen en de overweldigende natuur maakt zelfs het vasteland toch nog een genot om naar te kijken.

Doordat we langzaam westwaarts krabbelen op deze manier, komen we steeds dichter bij Sao Paulo. Een megametropool waar 18 miljoen mensen wonen. Niet te bevatten. Een stad waar veel rijken het goed hebben. De waterspeeltuin voor deze rijken is Ilhabela. We kijken onze ogen uit. Enorme villa’s liggen uitgestrooid op de berghellingen. Wietze noemt het een ‘rijkeluisfavela’, omdat de willekeurige locaties van de huizen lijken op de sloppenwijken die we bij Rio en Salvador gezien hebben. We zien aan de waterkant een helikopter geparkeerd staan bij zo’n huis. Gigantische jachten liggen bij de drie jachtclubs. Er wordt hier flink aan wedstrijdzeilen gedaan; we zien grote vloten onder dekzeilen liggen.

We speuren naar een ankerplek maar kunnen niks handigs vinden. Overal liggen meerboeitjes die bij de jachtclubs horen. We roepen de Iate Club de Ilhabela op en worden hartelijk welkom geheten. Twee man stuiven met een bootje naar buiten om ons te helpen om een  touwtje om het boeitje te krijgen. Twintig minuten later komen ze ons weer halen om in te schrijven bij de jachtclub. Tot onze verrassing blijkt ons lidmaatschap van de KMJC reden te zijn om ons een gratis verblijf aan te bieden. Dat is nog eens gastvrij! We slenteren het dorpje in en verbazen ons over de luxe winkels, grote auto’s en de relaxte sfeer. Heerlijke garnalen op een terrasje en voldaan weer terug naar huis. De bootjesmannen brengen ons weer netjes naar de boot.

Eenmaal aan boord buigt Wietze zich over de kaartentafel. “Het is nog minder dan 200 mijl naar Paranagua. Het weer ziet er goed uit. Morgen gaan we écht”. Ik glimlach. Morgen gaan we écht, maar wat ben ik blij dat we dit prachtige ommetje gemaakt hebben!

Ilhabela, Brazilië, augustus 2014

Tekst en foto’s: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Reisverhalen
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Reisverhalen |
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Reisverhalen |
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Op reis |
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Op reis |
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Twee Twintigers met een Tussenpensioen
Op reis |
Wanneer wordt een goed gebaar opeens gevaarlijk op zee?
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Reisverhalen |
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Twee twintigers met een tussenpensioen
Reisverhalen |
Op naar de Cook Islands!
Zeilen met Awa aflevering 24
Reisverhalen |
Varen tussen de ijsschotsen