Als vuistregel geldt dat je altijd drie keer meer aan boord moet hebben dan noodzakelijk is. Dit betekent dat als je inschat dat de overtocht drie weken duurt, je veiligheidshalve voor negen weken eten meeneemt. Om te kunnen berekenen wat je voor de aanwezige bemanning ongeveer nodig hebt, maak je een weekmenu. Op basis daarvan bereken je hoeveel kilo aardappelen, pakken pasta, rijst en meel en blikken groente je moet inkopen. Vervolgens kijk je naar de houdbaarheid van de spullen. Voor negen weken brood kopen heeft geen zin. De houdbaarheid van fabrieksbrood is maximaal tien dagen.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2Fnet-met-groente-en-fruit-300x225.jpg)
Vlak voor een lange overtocht zijn de meeste vertrekkers alleen nog maar bezig met het aan boord brengen van eten. De hoeveelheid ervan is sterk afhankelijk van de grootte van de opslagruimte en of er een koeling aan boord is. Ongeacht de lengte en de luxe van het schip wil iedereen tijdens een lange tocht de maag goed kunnen vullen. Het idee dat er niet genoeg eten aan boord is voor een oversteek waarvan je niet weet hoe lang die gaat duren, is onverdraaglijk. Provianderen dus. Maar wat wel en wat niet?
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2Fpotten-ingemaakt-300x225.jpg)
Uien en aardappels zijn – naast alle soorten kool – fantastisch basismateriaal. Deze moeten alleen wel van te voren en tijdens de reis goed gecontroleerd worden op rotte elementen. Vooral bij aardappels kan de rottigheid tot een verschrikkelijke stank leiden. En in de vochtige atmosfeer van de boot steken ze elkaar vrij snel aan.
Kool, komkommers, paprika’s en (groene) tomaten zijn voorbeelden van verse groenten die buiten de koeling lang goed blijven. Een groente die heel lang goed en knapperig blijft, is de christopheen. Deze groente lijkt op een avocado, meestal groen soms ook geel, en ligt al vanaf Zuid-Europa overal in de winkels. De smaak van de christopheen zit tussen komkommer en kool in en hij is heel goed te gebruiken als vulling in de soep, in een groenteschotel of rauw in een salade.
Sinaasappels, appels en ander fruit hoeven tijdens een lange trip niet te ontbreken. Citroenen en limoenen blijven erg lang goed en zijn vooral onmisbaar op het moment dat je verse vis aan boord haalt. Bananen zijn een verhaal apart. Ze zijn lekker en voedzaam en gedurende de eerste dagen van een lange tocht zacht voor de soms wat katterige magen. Verder zijn ze heerlijk grijpgoed tijdens de nachtwacht of voor een hongerig kind, waarvoor je zo gauw niks klaar kunt maken. Bovendien zijn ze geschikt voor bananenbrood of als vulling in een pannenkoek. Kortom, er is veel goeds te melden over de banaan. Toch is er ook een nadeel: ze worden namelijk altijd allemaal tegelijk rijp. Zelfs als je zorgvuldig diverse trossen in verschillende gradaties van groenheid inslaat, zijn ze toch vaak min of meer tegelijk ‘klaar voor consumptie’. Regelmatig zie je bij vertrekkers die op het punt staan de Atlantische of Stille Oceaan op te gaan complete stammen met wel honderd bananen onder de giek hangen. Het kan niet anders dan dat daar een deel van als vissenvoer overboord gaat. Al was het maar omdat je ze op een gegeven moment toch gewoon zat bent.
Ontsmetten
Groente en fruit moeten het liefst niet al te rijp en ongekoeld gekocht worden. Zodra groente en fruit in de supermarkt in de koeling heeft gelegen, gaat het rijpings- en rottingsproces buiten de koeling erg hard. Op de markt gaat de koopwaar soms ook voor de nacht de koeling in en kun je niet echt spreken van ongekoelde spullen. Maar als je het treft liggen de verse spullen van de boer er ook.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2Ffruit-voor-onderweg-300x225.jpg)
Kiemen en wecken
Er zijn vertrekkers die gewoon een kleine groentetuin aan boord hebben. Alles wat ook maar een beetje kan kiemen wordt in een vochtig bedje gelegd, in afwachting van een portie taugé of andere verse spruiten. Nagenoeg alle eetbare zaden en pitten kunnen worden gebruikt voor ontkieming, zoals erwten, linzen en taugé (mungboontjes). Het is een krachtige kwaliteitsvoeding, waarvoor je niet echt diep in de buidel hoeft te tasten en je hebt snel resultaat.
Eenzelfde staaltje van zelfwerkzaamheid is het inmaken van vlees, vis of andere gerechten. Want naast aardappels en groente moet er nog gezorgd worden voor de nodige proteïnen. Zelfs voor schepen met een vriezer of een koelkast bieden ingemaakte gerechten een enorm gemak. Je kunt altijd snel een maaltijd serveren en bovendien is het heel lekker, omdat je je eigen touch aan de saus of het vlees hebt kunnen geven.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2Fovertollige-vis-inmaken-300x225.jpg)
En als je dan toch de slag te pakken hebt, is het maken van yoghurt ook een aanrader. Het is niet moeilijk te maken en echt een delicatesse aan boord als ontbijt met muesli, als toetje of als tussendoortje. Je maakt yoghurt door aan gepasteuriseerde melk melkpoeder toe te voegen, dit te verhitten en met (bijvoorbeeld Griekse) yoghurt weer af te laten koelen. Veel vertrekkers gebruiken al melkpoeder om van water melk te maken. Het spaart enorm veel opslagruimte en er is altijd dagverse melk. In warme streken is goede melkpoeder overal voor een redelijke prijs te koop in bussen of zakken, meestal voor acht liter melk.
Toast en tosti’s
Brood voor een lange tocht koop je niet bij de warme bakker, tenzij je die vraagt het brood voor je te toasten. Fabrieksbrood is misschien niet zo lekker, maar het is wel verreweg het langst houdbaar. Als het echt onsmakelijk dreigt te worden, kun je het roosteren, er tosti’s van maken of er ouderwetse wentelteefjes van maken. Met kaneel en suiker een niet te versmaden opkikkertje halverwege de oceaan.
Je kunt ook besluiten brood onderweg zelf te bakken. Sommige boten schaffen zelfs speciaal hiervoor een broodmachine aan. Maar broodbakken is een bewerkelijk klus en het duurt – zelfs met een machine – betrekkelijk lang. Voor degenen die het een heerlijke tijdsbesteding vinden is dit prima, maar het bakken van pannenkoeken en scones is een stuk eenvoudiger en het resultaat is minstens zo lekker. De ingrediënten heb je vast en zeker aan boord: meel, bakpoeder, zout, boter, melk en eventueel eieren. Het maken van scones, van het deeg tot en met het bakken in de oven, duurt ongeveer een half uur. Ze zijn heerlijk met kaas of jam of gewoon met een beetje boter. Je trakteert jezelf helemaal als je aan het deeg nog stukjes appel of muesli toevoegt. Scones zijn helaas alleen lekker als ze vers zijn. Na een dag zijn ze hard en droog, dus het maken van een voorraadje is niet aan de orde.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2Fscones1-300x225.jpg)
Behalve brood zijn er natuurlijk crackers in alle soorten en maten: kleine zoute crackers, de creamcracker, cracottes en natuurlijk de gewone Scandinavische ontbijtcracker. Als je voor echt langere termijn inslaat, komen wat dat betreft de crackers van Ryvita het beste uit de bus. Wasacrackers worden in zeilerstermijnen gedacht redelijk snel zacht en krijgen een ietwat muffige smaak.
Crackers zijn op zee, behalve voor het ontbijt, uiterst geschikt als neutraal tussendoortje. Tussendoortjes en snacks zijn heel persoonlijk. Wat je thuis lekker vindt, smaakt je op zee soms helemaal niet, maar in de haven weer wel. Toch kun je wel zeggen dat chips de nimmer overtroffen vijf-uur-snack aan boord is. Kleine zakjes zijn handig voor tijdens de wacht en voor als iemand wat zeeziek is en behoefte heeft aan een kleine hartige hap. Bijna alle zeegangers kikkeren er enorm van op als ze wat gammel zijn. Net als van een kleine slok cola. Een blikje originele Coca Cola is behalve een traktatie, een wondermiddel voor een vermoeide of wat slappe bemanning.