Zeiltrim

Masttrim in vijf stappen

10:00

Masttrim in 5 stappen

Het volgende stappenplan geeft weer hoe je op een overzichtelijke manier de mast kunt trimmen. Voordat je de mast gaat trimmen is het belangrijk dat je de mast, de verstaging, de splitpennen en alle andere onderdelen geïnspecteerd en zo nodig vervangen hebt.

Stap 1
Fixeer het voorstag:
Bij verreweg de meeste jachten heeft het voorstag een vaste lengte – het kan niet worden versteld. Het voorstag is dan ook het uitgangspunt bij het zetten van de mast. De mast moet licht achterover staan, maar dat kun je pas checken als het want op spanning staat.

Stap 2
Span de topwanten aan:
Met de topwanten, dus de stagen die vanuit de top van de mast komen, zorg je dat de top van de mast recht op de boot komt te staan. Let op dat de mast in deze fase nog krom kan staan. De topwanten worden door de tuiger altijd op gelijke lengte gemaakt. Ook hebben alle moderne jachten (vanaf 1970) de wantputtingen op exact dezelfde hoogte. Hierdoor komt de top van de mast vanzelf recht te staan als je de spanners van beide topwanten evenveel slagen aandraait. Maar: controle kan nooit kwaad. Breng de topwanten gelijkmatig op spanning tot ongeveer 15 tot 25 procent van de breeksterkte. Meet met behulp van een wantspanningsmeter. In principe wil je je tuig strak hebben staan, maar je wil niet dat de boot uit zijn verband wordt getrokken, waardoor bijvoorbeeld de kastjes binnen niet goed meer sluiten. Wedstrijdjachten en stijf gebouwde jachten (bijvoorbeeld van staal) gaan eerder richting de 25 procent, terwijl toerjachten meer richting de 15 procent gaan.

Let tijdens het aanspannen van de wanten op de stand van de zalings ten opzichte van de mast. Zalings staan altijd iets omhoog. Staat deze hoek niet in het zeilplan van de boot beschreven, hanteer dan ongeveer 3 graden.
Bij verstelbare zalings is het handig om een zogenoemde clamp ring te bevestigen, die ervoor zorgt dat de zalings niet omlaag zakken en die je eventueel verschuift als de zalings door de spanning op het want toch te laag uitkomen.

Stap 3
Span de onderwanten aan:
De onderwanten zijn de wanten die aangrijpen bij de onderste zalings. Span deze nu aan, zodat dit zalingpunt ook recht onder de masttop komt te staan. Dit check je door langs de mastgroef naar boven te kijken. Als dit het geval is, kun je de stagen verder op spanning brengen met behulp van de spanningsmeter tussen de 15 en 25 procent. Zorg ervoor dat deze stagen de mast niet naar achteren trekken. Is dat het geval, dan heb je de onderwanten te strak staan.

Stap 4
Span de tussenwanten aan:
Als de topwanten en onderwanten staan, zijn de tussenwanten aan de beurt. Draai deze zodanig handvast aan, zodat ook deze zaling recht onder de masttop staat. Daarna draai je de stagen verder op spanning. Net als bij de onderwanten moet je er ook hier op letten dat de wanten niet te strak staan en de mast daarmee naar achteren trekken. De tussenwanten zijn dunner en hoeven niet zo strak als de hoofd- en onderwanten. Houd ongeveer een wantspanning aan van 10 procent.
Heeft je boot meerdere tussenwanten? Werk dan van onderaf naar boven. Heb je een kotterstag, dan is deze vaak wegneembaar gemaakt en staat niet op hoge spanning. Onder zeil wordt deze met de bakstagen of runners strakgetrokken. Heb je een diamantverstaging? Zorg dan dat deze snaarstrak staat.

Stap 5
Check de voorbuiging van de mast:
Zorg nu voor een voorbuiging (Engels: pre-bend) van de mast, zodanig dat de mast in een boog staat. Een gebogen mast zal minder pompen op de golven dan een rechte mast en de zeileigenschappen zijn beter. Je grootzeil is ook gesneden op een gebogen mast. Een zeilmaker rekent hiervoor met een half procent van de lengte van de mast van top tot lummelbeslag (maat P, zie illustratie). Voor een jacht van 35 voet betekent dat de kromming van de mast rond de vijf centimeter moet zijn. Dit kunt u controleren door het grootzeilval aan het lummelbeslag te zetten.

Hoe creëer je nu een voorbuiging? Met een topgetuigde mast kan de buiging met behulp van het babystag, de onderwanten en enigszins met het achterstag worden gerealiseerd. Kijk goed naar het samenspel van de stagen en het effect op de buiging van de mast.
Bij een fractioneel tuig wordt de voorbuiging grotendeels al bepaald door de druk die de gepijlde zalings uitoefenen. En dat is dus het geval als je in stap 2 de topwanten hebt aangespannen. Zeewaardige jachten hebben vaak dubbele onderwanten; ook daarmee kunt u de voorbuiging verder verfijnen.

Tot slot:
Nu staat de basistrim van de mast goed. Tijdens het zeilen kun je de masttrim natuurlijk verfijnen met behulp van je verstelbare bak- of achterstagen. Andere stagen moet je nooit verstellen tijdens het zeilen, want dan zal de mast nooit meer helemaal recht komen te staan. Het heet niet voor niets het ‘staand want’. Wel kun je na het zeilen, terug in de haven, eventueel het babystag of de tussenwanten bijstellen als je de voorbuiging wil aanpassen.

Tags: , Last modified: 16 maart 2021
Sluiten