Voor zeilers, door zeilers

De boot die niet van water houdt

Een nieuwe cat van elf meter voor delivery Durban-Carieb is de aftrap van een bizarre hoeveelheid g…

Een nieuwe cat van elf meter voor delivery Durban-Carieb is de aftrap van een bizarre hoeveelheid gebeurtenissen. Het verhaal start in Zuid-Afrika, het land dat na Frankrijk de meeste tweerompers ter wereld bouwt.

Het is maar tweehonderd mijl tot Luderitz”, zeg ik aarzelend tegen Maaike, terwijl de boot opnieuw uit het roer loopt. De gloednieuwe autopiloot heeft het alweer begeven. Zelfs nadat zowel in Durban als in Kaapstad de moederborden en processors zijn vervangen. Maar nu, op de grens van Zuid-Afrika en Namibië en ongeveer tachtig mijl uit de kust, gaat hij overboord. Zuchtend en telkens verzittend, is met de hand sturen in golven van drie meter en bij een achterlijke wind van 25 knopen een ramp. Roerdruk is er niet en de te kleine roeren houden het jacht maar moeizaam op koers. De catamaran is met negen ton waterverplaatsing en een ingekorte (!) mast met 5,5 knoop niet vooruit te branden. Maar niet getreurd, de Jaguar 36 van de Zuid- Afrikaanse werf Chartercats is volgens de Europese CEtypegoedkeuring als categorie A-jacht ontworpen en gebouwd. Zonder dit certificaat mag een jacht niet over oceanen varen. En het kan dan niet worden verzekerd. Maaike moppert, maar zegt uiteindelijk: “Ach, het stakkertje kan er ook niets aan doen.” Ze geeft het tupperwarebakkie een liefdevol klopje.

Eerste pech

Die nacht, terwijl Maaike en ik afwisselend in zeilpakken in de salon slapen vanwege de nijdige golven, gaan mijn gedachten terug naar de avonturen die de boot al heeft beleefd. Vertrekkend van Durban haalden we net Port Elizabeth. Een paar mijl voor de haven, in slecht weer, vielen beide motorinstrumentenpanelen uit, sloeg de stuurboordmotor af en begon die aan bakboord te haperen. Ook waaide de televisieantenne uit de mast en zeilde de schotel als een ufo langs Maaikes hoofd. De reddingsdienst bracht ons binnen, we installeerden een noodstartsysteem, haalden vuil uit een dieselleiding en waren een week later weer op pad. Helaas, veertig mijl verder zaten we opnieuw met twee stotterende motoren. We kwamen erachter dat de hoofdtank niet goed ontluchtte. We snapten niet waarom, dus gingen we terug en zagen later in de haven dat de ontluchtingsslang verstopt was geraakt en vacuüm had gezogen. Na het passeren van ettelijke depressies gingen we opnieuw op pad. Deze keer stotterden beide motoren pas na 65 mijl. We keerden om en vonden na drie dagen sleutelen glasvezels in de dieselleidingen en bouwafval in de dieseltank. Dus was het diesel uitpompen, leidingen vervangen en afsluiters schoonmaken. Het was inmiddels eind augustus en de eerste winterstormen kwamen eraan. Zes weken lang werden we er vastgehouden. Buien trokken over en de fraai ogende ramen gingen lekken, evenals de afsluiters. Eenmaal in Kaapstad werd het jacht op het droge gerepareerd. De gammele mastfundatie werd vervangen en de autopiloot vertroeteld. De klus van een paar maanden liep uit tot acht maanden, omdat de CE-keuring niet was afgerond. En zonder CE mochten we niet varen van de Nederlandse verzekeraar.

Opties

Lekkage

Dus niet. Het jacht kraakt en kreunt. Zeewater dringt binnen via de huiddoorvoeren in het brugdek die toebehoren aan de afwatering van airco’s, wasmachine, zeilberging en bakskisten. Het spat over de batterijen van het boordnet, loopt langs elektriciteitskabels, shunt, regulators van dynamo’s en zonnecelpanelen die naast het boordnet zijn gemonteerd en de hoofdzekeringen. Het zoute water klotst onder de salonbanken, in kastjes, spat over de wasmachine, vormt een klein riviertje onder de eigenaarskooi en verdrinkt het voedsel onderin de keukenkastjes. Alsof dit niet genoeg is, maakt ook de achterpiek van de bakboordromp water. We ruimen kasten uit en in de dagen die volgen is het dweilen en pompen. De Afrikaanse kust is inmiddels onbereikbaar ver weg en er zit niets anders op dan door te varen. De eigenaar wordt geïnformeerd en Maaike stelt vragen: “Peet, kan dat kwaad?” We zitten onder het enige eiland in dit deel van de zuidelijke Atlantische Oceaan: St. Helena. “Als het niet erger wordt…” “Kan er kortsluiting ontstaan?” “Wanneer de kabelmantels heel zijn, nee, niet echt.” “En als dat niet het geval is? Stel dat een paar kabels op z’n Chartercats aan elkaar zijn geknoopt?” Van deze failliete werf is van alles te verwachten. Ik mompel, aarzel en Maaike zaagt door. “Wat doe je dan?” “Het apparaat in kwestie ontkoppelen.” “Maar de kortsluiting blijft. Kunnen de batterijen leeg raken? Is er kans op brand?” Het roer gaat om en de volgende dag lopen we St. Helena binnen. Ieder apparaat dat ‘lekt’ wordt eruit gesloopt. Houten keggen worden in de huidopeningen geslagen en met polyester matten bedekt. Na een week ploeteren zijn we weer onderweg. De boot is droog, voor twee dagen. Dan begint ze in fors opbouwende zeeën opnieuw te lekken. De pas gemaakte waterkering in de zeilberging kan de grote hoeveelheid binnendringend water niet aan en opnieuw klotst er zeewater langs de batterijen, de bekabeling en staan er weer allerlei kastjes blank. Het is nog een dikke 1.200 mijl naar de dichtstbijzijnde reparatieplek Natal of Forteleza, beide in Brazilië. We passen de koers aan en via de satelliettelefoon wordt de eigenaar opnieuw duidelijk gemaakt dat er sprake is van, wellicht ernstige, schade. De man kan het bijna niet geloven, maar we blijven aandringen om de verzekeringsmaatschappij in te lichten en de schade door een expert te laten vaststellen. De diagnose ‘ernstig’ baseren wij op inmiddels ingescheurde traptreden, een bakboordputting die van het onderwant loslaat, lekkende ramen en een scheur in de aanhechting van de opbouw met de romp die in golven spontaan zo’n zes millimeter open en dicht gaat. We voelen hoe de rompen torderen en zien dat de aanhechting van de uithouder tussen beide rompen zowel aan stuurboord als aan bakboord kiert. Aan stuurboordzijde dringt zelfs via de bouten waarmee de uithouder aan de romp is bevestigd zeewater binnen. Ook hebben we kortsluiting in beide elektrische bilgepompen en loopt de capaciteit van het boordnet terug. Maaike en ik stellen vast dat het jacht bij meer dan veertig knopen wind in serieuze problemen kan raken. We grappen dat indien het in tweeën breekt we ieder een romp nemen en daarmee naar Brazilië peddelen, maar erg zeewaardig voelen we ons niet.

Gevaar?

De oceaan maakt na een dikke week plaats voor het kustwater van Brazilië, waar we worden getrakteerd op heftige buien met een kleine veertig knopen wind en massa’s regen. Gelukkig gaan de golven over in een rustige deining en voelt het jacht zich een stuk beter. Er wordt driftig met de verzekeringsexpert overlegd, die de simpele vraag stelt of de bemanning gevaar loopt. Gevaar? Niet nu, nee. We kunnen het jacht bij ernstige problemen op het strand zetten. Ik mail wel dat boven veertig knopen wind op de oceaan ‘letterlijk alles mogelijk is’ en dat het jacht kan vergaan bij stormachtig weer aan lager wal, omdat het zich niet kan vrijvechten. Alles is drijfnat als we zaterdagnacht voor de jachtclub van Forteleza ankeren. Maandagochtend komt de expert aan boord, de mails tussen bemanning en verzekering vliegen heen en weer en aan het eind van de dag wordt het jacht aan de ketting gelegd. Er mag geen mijl worden gevaren voordat de elektrische storingen zijn verholpen en het jacht waterdicht is. De verzekeraar doet er verder het zwijgen toe, net als de eigenaar, die onbereikbaar blijkt. Wat te doen? Repareren of wachten? Wij overleggen met de Braziliaanse expert en gooien het op een akkoordje: wij repareren en hij keurt. Bij een positief resultaat mogen we verder zeilen naar het Caribische gebied, waar het jacht door een tweede expert zal worden bekeken. De verzekering gaat akkoord, waarna de dagen al ploeterend en zwetend voorbij trekken. De expert wil het jacht op het droge bekijken en dat kan alleen in het dok, à 10.000 dollar. Nee dus. Dan is zijn voorstel om het jacht bij hoog water op het strand te zetten. Niet dus. Dan peddelt hij er in de bijboot maar omheen. Hij vindt dat de voorste uithouder tussen beide rompen moet worden gerepareerd en wij stellen dat dit niet in Forteleza kan, omdat er geen voorzieningen zijn. Uiteindelijk komen we uit op een compromis ‘goedgekeurd tot de Carieb en daar verder sleutelen’. Na twaalf dagen zijn we weer onderweg. De eigenaar en zijn vrienden die in Sint Maarten wachten, kunnen hun vakantie definitief afschrijven.

Voorstag

We zeilen door de doldrums naar 5 graden Noord en zetten koers naar het eiland Tobago. De derde nacht verliezen we in heftige buien de borging van de rolreefinstallatie. De trommel, met daaraan bevestigd de profielen waaromheen het voorzeil is gerold, schiet langs het voorstag omhoog en de pin die het oog van het voorstag met een U-terminal verbindt, wil eruit schieten. We leggen het jacht bij en bellen met de tuiger in Kaapstad. Ja, we kunnen de mast verspelen en ja, we kunnen alleen met het derde rif varen en nee, geen voorzeil. We voeren een noodreparatie uit en zetten koers naar de dichtstbijzijnde haven: Paramaribo, Suriname. Alsof de duvel ermee speelt, schiet de Intertropische Convergentiezone, ofwel de doldrums, een paar graden omhoog. Van het ene op het andere moment zitten we in ongekend heftige onweersbuien. Een noodstag wordt met kabelklemmen als bliksemafleider aan het hoofdwant vastgemaakt en kreupel kruipen we verder. Het weer verslechtert naarmate we dichter bij land komen en uiteindelijk besluiten we niet de gevaarlijke lagerwal op te zoeken. De kust is ondiep met zandbanken en in zwaar weer kunnen brekers het jacht op zijn kop leggen. We verleggen de koers en zoeken de onderkant op van de noordoostpassaat. Na twee dagen zijn we uit het rotweer en dobberen we gemoedelijk naar Grenada, waar zowel een tweede schade-expert als een reparatiekit op ons wachten. In Grenada wordt het voorstag gerepareerd en spreken we met de aldaar wonende expert af dat we naar Sint Maarten varen, alwaar de eigenaar het jacht wil repareren. De man zegt dat dit ook op Grenada kan, maar de eigenaars wil is wet, dus varen we moeizaam verder, opboksend tegen een straffe passaatwind.

Diefstal

Meer Reisverhalen
Dit nemen ze ons nooit meer af!
Vlogs |
Dit nemen ze ons nooit meer af!
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Reisverhalen |
Vast aan de steiger: hoe een paar mieren ons negen dagen ophielden
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Reisverhalen |
Lekker leesvoer voor de kerstvakantie: reisverhalen vanaf het water
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Op reis |
Ankeren in Tonga: vriendelijk, eerlijk en soms verrassend streng
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Op reis |
Hoe een Japanse postduif een Bahama’s-zeiler werd
Twee Twintigers met een Tussenpensioen
Op reis |
Wanneer wordt een goed gebaar opeens gevaarlijk op zee?
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Reisverhalen |
Windvaanwijsheid in de Pacific: van rust naar ruigheid
Twee twintigers met een tussenpensioen
Reisverhalen |
Op naar de Cook Islands!