Het Spaanse Volvo Ocean Race team Movistar is met schipper Bouwe Bekking onderweg op een trainingstrip van het Nieuw-Zeelandse Wellington naar Rio de Janeiro. Vandaag wordt naar verwachting Kaap Hoorn gerond en de Zuidelijke Oceaan gelaten voor wat het is. Gisteren zond Bekking een e-mail van boord met een spectaculaire beschrijving van hoe je met te weinig mensen, te veel boot in bedwang houdt. “Ik ben blij dat er geen damesteam meedoet aan de VOR. Zij zouden enorm moeten knokken.”
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fmedia%2F1814.jpg)
Neptunus had een nare verassing voor ons in petto, gedurende deze laatste mijlen op de Zuidelijke Oceaan. Er kwam een front over. We waren aan het ‘toeren’ met 18-20 knopen bootsnelheid, toen de omstandigheden binnen een paar seconden veranderden. We wisten dat het front eraan kwam, dus de jongens aan dek waren klaar om een rif te zetten. Maar, zoals gewoonlijk, kwam het front toch plotseling. Binnen een paar seconden woei het 40 knopen.
De wachtleider schreeuwt: “Reef het grootzeil!”. De bemanning zoekt zich een weg naar hun posities in de stikdonkere nacht. Ik neem het roer over. Mijn hart doet 190 slagen per minuut. Het flitst door mijn gedachten: “Blijf kalm, houd ‘m overeind, je hebt dit al duizend keer gedaan”. Maar toch De bootsnelheid loopt op, we vliegen over de golven met meer dan 30 knopen en de wind neemt nog steeds toe…
Ik roep: “Ga meteen naar het tweede rif!”. Plotseling een luide knal. Shit, wat was dat? Het antwoord op die vraag dient zich direct aan: het voorzeil klappert als een idioot. De jongens die beneden lagen te slapen schieten in hun pakken. Je hoeft ze in zo’n situatie niet te roepen, ze weten dat er iets mis is. Eerst maar het grootzeil reven, het zeil dat we 24 uur per dag gebruiken.
Maar de problemen stapel zich geleidelijk op. Het rif zit bijna, als de reeflijn losschiet. “Ga naar het derde rif!”, roep ik.
Ondertussen is de wind 80 graden gedraaid en varen tegen de golven in.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fmedia%2F1815.jpg)
Nu moeten we nog gijpen, want we varen 90 graden de verkeerde kant uit. Gijpen is lastig in zoveel wind, maar het helpt erg dat we de kiel kunnen kantelen. I wacht op een lange surf en draai de boot, lieren ratelen, iemand schreeuwt: “bakstag vast!”, de oude wordt gevierd, samen met de grootschoot. Wie had het over ‘lastig’? Er is geen kunst aan
Kaap Hoorn, we komen er aan!”