Bij jachtetiquette hoort een goede vlagvoering. Tegenwoordig worden vlaggen nog zelden gebruikt als communicatiemiddel, behalve wellicht bij de marine en bij zeilwedstrijden. Op onze jachten voeren we wel een natievlag, wimpels, beleefdheidsvlaggen en in een enkel geval een seinvlag. Volgens de jachtetiquette moeten deze vlaggen en wimpels schoon zijn, de juiste kleuren hebben en op de juiste plaats gevoerd worden. Ook mogen ze niet gerafeld zijn.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2013%2F07%2FPraktijk-Etiquette2.jpg)
Beleefdheidsvlaggen en seinvlaggen hangt u in het stuurboordwant. De meest voorkomende seinvlaggen zijn de letter N, bijvoorbeeld als u in het Kieler kanaal vaart, en de letter Q als u een vreemd in niet Europees land binnenvaart. De letter A voert u als u een duiker onder water hebt. Voor de rest gebruiken we de seinvlaggen nauwelijks meer.
Verenigingsvlag
Verenigingsvlaggen hangt u strikt genomen op een vlaggenstok bovenin de mast, maar als u daarvoor geen voorziening hebt, mag u deze in het bakboordswant voeren. U voert in principe maar ÈÈn clubvlag tegelijkertijd, ook al bent u van meerdere clubs lid. Als u deelneemt aan een verenigingsevenement, voert u de wimpel van die vereniging. Ook deze wimpel mag niet gerafeld zijn. Vervang gerafelde exemplaren voor het seizoen begint.