Dat het gebruik van vaste benamingen voor de zijden van een boot handiger werkt dan ‘links’ en ‘rechts’ wordt snel duidelijk wanneer niet iedereen op het dek met zijn neus in de vaarrichting staat. Maar hoe komen we aan de termen bakboord en stuurboord?
Het antwoord is te zien in onder andere het Vikingschipmuseum in Oslo. Daar worden diverse opgegraven Vikingschepen getoond, alsook een aantal nagebouwde modellen. Deze schepen konden vaak worden gezeild en geroeid. Een voorbeeld is het zogenoemde Gokstadschip, met plek voor 32 roeiers, een vierkant getuigd zeil en een stuurman. De stuurman had de beschikking over een aangehangen roer. Aangezien de meeste mensen rechtshandig zijn, hing dat roer aan de rechterkant van het schip, gezien met het gezicht naar de vaarrichting. Dat roer werd in het oud-Noors aangeduid met het woord styri. Inderdaad: stuur. En boroa was plank. Styriboroa verbasterde vervolgens tot ons stuurboord.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fwww.zeilen.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2014%2F09%2FVikingschip-300x174.jpg)
Ten slotte: waarom gebruiken de Engelsen portside? Het roerblad moest vrij blijven bij aanleggen in de haven of port, waardoor men altijd met de kant aan de kade lag die als vanzelf portside ging heten. Die kant heeft ook nog een tijdje larboard of laadboord geheten, naar de kant waar de lading werd verscheept, maar dat klonk in weer en wind teveel als starboard en veroorzaakte verwarring. Stuurboord, bakboord: zo zijn we op onze zeilboten allemaal een beetje Viking.
Tekst: Michiel van Straten