Zeventien edities ver en de RORC Caribbean 600 bewijst opnieuw waarom deze offshoreklassieker op zoveel bucketlists staat. De elf eilanden liggen nog altijd op hun vaste plek rond Antigua, maar dit jaar schreef de passaat een ander verhaal. Minder lange power-reaches, meer hoogte lopen, meer overgangen en windschaduw.
Wat vaak herinnerd wordt als een snelle “gas erop en gaan”-wedstrijd veranderde in 2026 in een technische krachtmeting. En juist dat maakte deze editie zo interessant.
IRC Zero: VMG-vechten tot de laatste mijl
In IRC Zero ging de winst naar Palanad 4 – E.Leclerc, de Mach 50 van Antoine Magre. In een veld met onder meer Ino Noir en Rán werd het geen snelheidsrace, maar een uitputtingsslag op VMG. Met een groot deel van de 600 mijl aan de wind of strak aan de wind, draaide alles om hoogte houden, trimmen en foutloos manoeuvreren. Geen lange rakken om even adem te halen, maar constant schakelen. Zeilwissels, overstag, drukverschillen achter de eilanden – het hield niet op.
“We kwamen uiteindelijk niet in een wachsysteem-ritme,” zei Magre na afloop. Het type race waarin je nooit echt in een ritme komt, maar continu scherp moet blijven. Palanad bouwde zijn voorsprong niet met één grote klapper, maar door constant net iets beter te zijn in de smallere hoeken. En dat was genoeg.
IRC One: negen minuten verschil na 600 mijl
In IRC One was het verschil na 600 mijl opvallend klein. De RP42 Rikki van Bruce Chafee pakte de klassezege, met een voorsprong van slechts 9 minuten en 32 seconden op gecorrigeerde tijd.Op het water finishte Maxitude als eerste in de klasse, maar op rating schoof Rikki er net voorbij. Derde werd de Swan 58 WaveWalker.
Voor Chafee draait het programma om één woord: team. Hij omschreef zijn rol niet als die van stuurman of strateeg, maar als degene die mensen, middelen en boot samenbrengt. Die mentaliteit zag je terug op het water: strak varen, weinig fouten en altijd blijven drukken. Het soort campagne dat veel Nederlandse offshoreteams zal aanspreken: geen mega-budget, maar wel een hechte groep die precies weet wat ze aan elkaar hebben.
IRC Two: droom verwezenlijkt voor Belladonna
De grootste klasse van het veld was IRC Two. Hier ging de winst naar de Grand Soleil 46 Belladonna van Richard Dilley. Het werd een wedstrijd van uithoudingsvermogen en constante uitvoering. In dit deel van de vloot gaat het vaak minder om pure bootsnelheid en meer om doorgaan wanneer anderen kleine steekjes laten vallen. Tweede werd de J/133 Bella J, met Mojito (J/122) als derde op gecorrigeerde tijd.
Voor Dilley was het meer dan een klasseoverwinning. Het was het realiseren van een langgekoesterde wens om de Caribbean 600 te varen. De emotie zat dicht onder de oppervlakte na de finish. Niet omdat het makkelijk was, maar juist omdat het dat niet was. En dat maakt deze race voor veel (tour)zeilers zo herkenbaar: je vaart niet alleen tegen anderen, maar vooral tegen jezelf, je voorbereiding en je uithoudingsvermogen.
Maxi-duel: Black Jack 100 versus Leopard 3
Waar Leopard IRC-glorie pakte, ging de monohull line honours naar Black Jack 100 van Remon Vos. De RP100 finishte de 600 mijl in 1 dag, 20 uur, 31 minuten en 36 seconden.
Het duel tussen beide 100-voeters was er eentje voor de liefhebbers. Leopard sterk aan de wind. Black Jack ijzersterk zodra de hoek iets vrijer werd. Achter Guadeloupe viel de beslissing. Waar Leopard terrein won in de luwte en op de aan de wind, sloeg Black Jack hard toe op de lange reach richting Barbuda.
“We hadden bijna drie starts,” zei skipper Tristan Le Brun. Windschaduw en compressiezones zorgden meerdere keren voor een herstart van de wedstrijd.
Vanaf La Désirade liet Black Jack zien waar de boot echt sterk is. Met de boeg iets lager en een agressieve zeilconfiguratie liep het verschil op tot ruim een half uur bij Redonda. Daarna werd de laatste beat gecontroleerd afgewerkt richting Antigua.
Voor Vos zat de waarde niet alleen in de beker: “Het is fantastisch als je head-to-head vaart met een vergelijkbare boot. Wie wint? Dat weet je niet. Dat maakt het mooi.”
Multihulls: Argo wint op minuten
Bij de multihulls ging de line honours naar de MOD70 Argo. Na ruim 36 uur racen – vaak met bootsnelheden boven de 30 knopen – bedroeg het verschil met de nummer twee slechts iets meer dan drie minuten.
Achter Nevis veranderde een ogenschijnlijk stabiele reach in een gijp-intensief traject. Rond Guadeloupe dwongen windschaduw en compressiezones tot constante herberekeningen. De beslissende slag viel op de laatste beat vanaf Redonda, waar Argo met een perfect getimede dubbele overstag manoeuvre het verschil maakte.
Snelheid alleen is niet genoeg. Timing is alles.
Class40: wedstrijd én zeemanschap
Misschien wel het meest indrukwekkende moment kwam uit de Class40-vloot. Solano won niet alleen de klasse, maar redde ook zes opvarenden van een omgeslagen catamaran in een nachtelijke squall, zo’n 16 mijl ten westen van Antigua. Binnen 25 minuten waren alle zeilers veilig aan boord. Daarna voer Solano door en won de klasse. “Toen de boot omsloeg, hoefden we niet na te denken. We zijn meteen gestopt,” zei Robin Follin. “Als wij in het water hadden gelegen, hadden we gewild dat iemand hetzelfde voor ons zou doen.”
De 2026-editie van de RORC Caribbean 600 gaat niet de boeken in als een recordjaar. Wel als een editie van precisie. De zuidoostelijke passaatwinden maakten het technischer en beloonde teams die zich snel konden aanpassen.