Wat doe je als midden tijdens de Rolex Fastnet Race je voorstag breekt, terwijl er nog honderden zeemijlen voor de boeg liggen? Voor schipper Martin van Zeus was opgeven geen optie. Zijn race in 2025 werd een schoolvoorbeeld van onverzettelijk zeemanschap, vindingrijkheid en vertrouwen in boot en bemanning.
De oorsprong van Zeus
Zeus is geen doorsnee wedstrijdboot. Deze Fast 42 – ontworpen door Simonis/Voogd en gebouwd in Zuid-Afrika – is in haar element als het hard waait en het voor de wind gaat. Oorspronkelijk gebouwd voor de Cape to Rio race, kwam de boot via een bijzondere omweg in Nederland terecht. Schipper Martin kende Zeus van de Inhaca Yacht Race in 2018, waar hij zelf op de Southern Storm voer. Zeus werd toen tweede. “De eigenaar wilde er daarna vanaf,” vertelt Martin. “Toen hebben mijn vrouw en ik besloten haar te kopen en terug te varen naar Nederland.” Dat was in 2019. Drie dagen na aankomst lag ze alweer op naar de startlijn van de Fastnet. Sindsdien groeiden boot en bemanning naar elkaar toe. Vanuit thuishaven Hellevoetsluis werden er volop wedstrijden gevaren, en ook dit jaar was het weer raak: de legendarische Rolex Fastnet Race lonkte opnieuw. Voor Martin was het zijn vijfde Fastnet: zijn eerste was in 2005, gevolgd door een dual handed editie in 2009, en daarna driemaal met Zeus: in 2019, 2023 en nu in 2025.
Twang!
De start op de Solent verliep soepel. Genoeg wind, goede sfeer. “Een half uur tot een uur na de Needles – bij Hamble Point – toen was er ineens een ‘twang’,” zegt Martin. “Ik lag zelf beneden een dutje te doen.” Rumoer op het dek volgde. De voorstag was gebroken. De bemanning schakelde snel. De boot werd voor de wind gelegd om druk van de mast te halen, en een val werd ingezet als noodstag. Opgeven? Geen optie. Twee jaar eerder hadden ze vanwege overvloedig water in de boot moeten schuilen in Weymouth. “Dat voelde als unfinished business. Nu wilden we dóór.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FFxbm8gGYY8wpzK1754476060.jpg)
Stormfok, trysail en teamwork
Met behulp van de stormfok en het trysail werd een vliegende fok geconstrueerd. Hoog aan de wind was er niet bij, maar de wedstrijd ging door. Zeus was uiteraard nogal underpowered. Een van de bemanningsleden moest vanwege planningstechnische uitdagingen van boord in Weymouth. De rest – zes man sterk – zette koers richting de Fastnet Rock.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FkQnu8D8XMpqPY41754476092.jpg)
Vindingrijkheid bij de Scilly-eilanden
Vanaf de Scilly-eilanden begon Martin te broeden op een plan. De oplossing? In het voorlijk van hun J3 prikten ze met een hete naald om de twintig centimeter een gaatje. Door elk gaatje haalden ze een dun lijntje, dat uiteindelijk de basis vormde voor een dyneema versteviging langs het voorlijk – geïnspireerd op de code zero. “Een proces van vier uur, maar het werkte. We konden de J3 vliegend hijsen.” Dat voelde als een overwinning. Ze konden eindelijk de stormzeilen weghalen en weer serieus snelheid maken. De tacking angle (kruishoek) bleef fors – 120 graden – maar er zat weer leven in de boot.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FjzCxAYq7u4tgcA1754476106.jpg)
Magie rond de Fastnet Rock
Daarna volgde de ronding van de Fastnet Rock. “Het was mijn vijfde keer, en het blijft een magisch moment.” Een bijzonder ritueel hielp bij de moraal: “Rond de Rock nemen we altijd een slokje Talisker, en offeren er eentje aan Neptunus – in de hoop op een mooie downwind. En geloof het of niet, het werkt. Zelfs een offer met Lu chocoladekoekjes doet wonderen,” lacht Martin. "Die hebben we standaard aan boord, en telkens als we die openmaken begint het te waaien." Na de Rock werd de gennaker gehesen en liep Zeus eindelijk weer als vanouds. Ze finishten op vrijdag om 17.11 uur, op tijd voor het feest in Cherbourg. Maar: “We hadden daar echt geen puf meer voor,” lacht Martin. “We zijn lekker gaan zitten voor een diner.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FPYEgymG3bsPkeU1754476194.jpg)
Delftse degelijkheid
Wat hen erdoorheen trok? Teamspirit, vertrouwen en technische creativiteit. Martin noemt zichzelf een echte ‘Delftenaar’, net als een van zijn bemanningsleden. “We denken in oplossingen met de middelen die we hebben. Dat heeft ons gered.” Zo werd zelfs de haakse slijptol getest – bedoeld voor het geval een mast overboord gaat. Die werd nu ingezet om de zware rolfokinstallatie los te slijpen van de gebroken stag. “Werkt prima,” aldus Martin. Het rolprofiel was nog intact en lag de rest van de race in het gangboord.
Terug in Hellevoetsluis bezocht Martin zijn tuiger. De breuk zat bij de terminal van de voorstag. “Dat zou metaalmoeheid kunnen zijn, maar heel uitzonderlijk,” kreeg hij te horen. Een nader onderzoek moet daar uitsluitsel over geven.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FEr4sjIIednISnU1754476159.jpg)
Inspiratie: de Vendée Globe
Martin haalt zijn inspiratie uit zeilers zoals bij de Vendée Globe. Het staat hem bij dat er ooit een zeiler was die, ondanks het breken van zijn mast, gewoon in zijn uppie doorging. Hij maakte een noodconstructie en wist zo de race toch uit te varen. Het verhaal van Zeus is er ook een van: doorvaren ondanks alles. Vertrouwen in elkaar, in je boot en in je eigen vernuft. Of zoals Martin het zelf zegt: “Weet je wat het is, ik hoor van iedereen dat ze onder de indruk zijn. Zelf heb ik zoiets van: ja, dat doe je toch gewoon?” En met een knipoog voegt hij toe: “De voorstag is echt overrated – who needs it?” Martin is supertrots op zijn bemanning, die het heeft aangedurfd om door te gaan. “We voelden ons echte winnaars toen we in Cherbourg over de finish kwamen”.
- Martin Lossie