“Zullen we dan toch maar mailen?” “Ja, doe maar, we gaan het toch echt niet kunnen verbergen…” Al sinds we Frans Polynesië verlaten hebben, zien we regelmatig kleine beestjes lopen. Een soort miertjes maar dan wat kleiner en geel. Het kan haast niet anders dan dat het termieten zijn. De Frans-Polynesische eilanden staan erom bekend dat de termieten na een regenbui beginnen te zwermen en het komt regelmatig voor dat ze zich dan op een boot vestigen.
We zagen de eerste termiet lopen toen we aankwamen op de Cook-eilanden, maar hebben het in de afgelopen maanden niet gered om er vanaf te komen. We hebben heel wat gesprayd en hebben uren gespendeerd aan zoeken naar hun uitvalsbasis en er in dat proces flink wat vermoord, maar toch zien we nog elke dag meerdere termieten voorbij wandelen.
Termieten zijn niet alleen vervelend omdat ze je boot opeten, maar ook omdat ze het in Nieuw-Zeeland niet leuk vinden als je ze aan boord hebt. Voorbereid als we altijd zijn hebben we al opgezocht wat ze in Nieuw-Zeeland doen als je ze aan boord hebt als je aankomt. Er zijn twee mogelijkheden, maar die zijn beide niet ideaal. Optie 1 is om te boot te vergassen. De boot moet dan uit het water, helemaal ingepakt worden en dan 3 dagen lang vol met gas staan. Optie 2 is weliswaar beter, maar ook niet bepaald prettig. Optie 2 is namelijk een warmtebehandeling. De hele boot wordt dan binnen voor een periode van 8 uur met een kachel tot 55 graden Celsius verwarmd. De boot kan dan wel in het water blijven liggen, maar ook deze behandeling heeft best wat impact en kost waarschijnlijk een hoop geld.
Het is verleidelijk om te proberen het probleem te verbergen, maar ja, we moeten er toch vanaf. We mailen de Nieuw-Zeelandse biosecurity agentschap, krijgen snel reactie terug, sturen op verzoek nog foto’s en zelfs microscoopfoto’s op van onze huisdieren en krijgen te horen dat ze er naar gaan kijken. Bij aankomst zullen we dan meer te horen krijgen over wat er verder gaat gebeuren.
Enigszins zenuwachtig verwelkomen we een paar dagen later de biosecurity officer aan boord. Hij heeft de foto’s die we naar een collega van hem gestuurd hebben nog niet gezien, en dus laten we hem de foto’s zelf maar zien. En wat blijkt? Zijn hobby is insecten verzamelen! Hij kan ons dan ook direct vertellen dat onze huisdieren geen termieten zijn maar… …mieren! En dat is veel beter. Die zijn namelijk veel makkelijker uit te roeien. Nog diezelfde middag komt hij weer langs met een gasbom. We zetten ventilatoren aan om het gas zo goed mogelijk door de boot te verspreiden, zetten het ding in werking, snellen ons naar buiten en doen snel de luiken achter ons dicht. 15 minuutjes wachten en dan zou het klaar moeten zijn.
In het kwartier dat we buiten staan hebben we het er nog eens even over en vallen een hoop dingen op hun plek. “Dat verklaart dat ze ook af en toe op zoetigheid af kwamen, dat is geen typisch termietengedrag.” “Dat verklaart ook dat we nergens beschadigingen aan het hout zagen, want termieten hadden vast wel iets zichtbaar aangetast.” “En het verklaart dat we geen geknaag hoorden, het schijnt dat veel mensen dat ook hebben.” Bij nader inzicht hadden we zelf misschien ook wel kunnen bedenken dat het mieren waren in plaats van termieten, maar door onze toen nog beperkte kennis van het onderwerp hadden we klakkeloos aangenomen dat het wel termieten zouden zijn. In ieder geval is het nu een hele opluchting. We moeten nu alleen nog even afwachten of de mieren echt dood gaan en we hebben er een aantal verzameld zodat die in het lab geanalyseerd kunnen worden.
Na 15 minuutjes openen we de boot weer, zetten we alle ramen open en laten de boel een kwartiertje doorwaaien. Dat was dat, hopelijk zijn we snel weer onderweg.
Maar dat loopt even anders. In onze vlog laten we nog wat meer zien van wat er de dagen daarna allemaal gebeurt, maar in het kort komt het er op neer dat we 9 dagen lang overgeleverd zijn aan de besluiteloosheid van de Nieuw-Zeelaandse biosecurity. We mogen weliswaar zelf wel aan wal gaan, maar de boot mag geen kant op. Maar liefst 4 x komen ze in de dagen die volgen langs om te checken of de mieren echt dood zijn. Steeds als we vragen of ze al weten wat er de volgende dag gaat gebeuren krijgen we geen of vage antwoorden. We horen bovendien uiteindelijk niets meer van de labresultaten. Waarom niet? Wij denken dat ze de mieren kwijt zijn geraakt en dat ze daarom nog 3 keer langs zijn geweest voor extra inspecties, in de hoop nog een paar dode mieren te vinden om te analyseren. Waarschijnlijk wisten ze daarom ook niet zo goed wat ze met ons moesten en zaten we daardoor zo lang vast in quarantaine. Er was totaal geen plan en we hadden het idee dat ze eigenlijk gewoon maar wat deden. Toen we vanochtend, na 9 dagen geduld, weer vage antwoorden kregen was ons geduld echt op en viel ik nogal uit tegen de biosecurity officer. Misschien niet zo netjes, maar als ze ons na 9 dagen geduld nog geen duidelijkheid kunnen geven dan gaan zij ook niet netjes met ons om. We hebben uiteindelijk de baas van de afdeling maar gebeld, en die wilde ons telefonisch gelukkig wél direct duidelijkheid geven.
Inmiddels zijn we gelukkig weer vrij om te gaan. We hebben een aantal lokdoosjes aan boord gekregen zodat als er nog mieren zijn we ze kunnen vangen en dat kunnen laten weten. De kosten voor al dat gedoe? Niets meer dan de normale kosten die andere boten ook moeten betalen. Het uitroeien van de mieren wordt betaald door de overheid. Een enorme meevaller, zeker als we later horen dat de hittebehandeling voor de boot misschien wel €20.000 gekost zou hebben… Toch was het een schril contrast: van ultieme vrijheid naar vast in quarantaine. Maar het was weer een beleving en leuk of niet, het wordt onderdeel van de onvergetelijke ervaring die deze reis is!