Reisverhalen

Twee Twintigers met een Tussenpensioen: Thuiskomst na 3 jaar wereldreis

‘Hoe lang zijn jullie al op wereldreis?´

Redactie Zeilen
4 minuten
Twee Twintigers met een Tussenpensioen: Thuiskomst na 3 jaar wereldreis
Twee Twintigers met een Tussenpensioen: Thuiskomst na 3 jaar wereldreis

Niels en Rosan zijn twee twintigers met een tussenpensioen. Na bijna drie jaar samen de wereld rondzeilen, komt daar in Nieuw-Zeeland (tijdelijk) verandering in. Terwijl Niels de wereldreis voortzet richting het westen, vliegt Rosan terug naar Nederland. Maar voor hoe lang? Lees hier wat eraan vooraf ging.

‘Hoe lang zijn jullie al op wereldreis?’

Het is een vraag die we ongeveer net zo vaak krijgen als dat we hem zelf stellen. Sommige mensen zijn al 10, 12 of zelfs 15 jaar onderweg. Zij antwoorden inmiddels simpelweg met een volledig jaartal. Wij zijn nog niet op dat punt. De halve jaren tellen nog mee, en dat betekent dat we ons antwoord regelmatig moeten aanpassen. De afgelopen tijd zitten we in een soort overgangsfase: de ene keer zeggen we 2,5 jaar, de andere keer 3 jaar. Inmiddels zitten we dichter bij de 3 jaar dan bij de 2,5, dus waarschijnlijk wordt dat de komende maanden weer ons standaardantwoord.

Althans, mijn standaardantwoord.

Voor Rosan zit het avontuur er na 2,5 jaar — of mogen we inmiddels gewoon 3 jaar zeggen? — op. Twee weken geleden vloog ze terug naar Nederland om familie en vrienden op te zoeken, oude kaas te eten en weer even te genieten van de luxe van het leven aan land. Waarschijnlijk zie ik haar pas terug als ik eind dit jaar in Zuid-Afrika aankom.

Dat betekent dat ik nu in Nieuw-Zeeland zit. Met gemis, zonder oude kaas en met alle ongemakken die bij het bootleven horen.

Het zat er al een tijd aan te komen. We stonden er allebei volledig achter en het voelde als de juiste keuze. Maar nu het eenmaal zover is, blijkt dat gevoel iets heel anders dan de realiteit.Drie jaar lang genoten we samen van hoe mooi de wereld is. Drie jaar lang gingen we samen iedere uitdaging aan. Drie jaar lang waren we elke dag bij elkaar. En nu zitten we ineens een halve wereld van elkaar verwijderd.

Gelukkig is Rosan in Nederland niet alleen. Ze woont voorlopig weer even bij haar ouders en heeft heel wat bij te praten met familie en vrienden. We hebben bijna niemand verteld wanneer ze precies terug zou vliegen, waardoor ze nu overal onverwacht op de stoep kan staan. Dat levert mooie, en soms behoorlijk emotionele, momenten op.

Gelukkig ben ik in Nieuw-Zeeland ook niet alleen. Charlotte, een goede zeilvriendin van ons, stapte een paar dagen voordat Rosan vertrok aan boord en zal me vergezellen op de eerste oversteek: van Nieuw-Zeeland naar Fiji. Maar voordat we daaraan beginnen, varen we eerst vanuit Whangarei — waar we de afgelopen vijf maanden lagen — terug naar de Bay of Islands, de plek waar we Nieuw-Zeeland ooit binnenkwamen.

Bekijk hieronder de nieuwste vlog

Verslag van crewlid Charlotte

Om 6 uur gaat de wekker, maar eigenlijk heb ik nauwelijks geslapen. De golven waren onrustig en ergens speelt er toch lichte — gezonde — spanning mee. Ik geef het wel even aan bij Niels, want mijn scherpte zal vandaag waarschijnlijk iets minder zijn. Na het ontbijt neem ik een reispilletje, trek mijn volledige zeilkleding aan en dan gaat het anker omhoog.

We draaien de haven uit en komen direct in stevige, korte golven terecht. De wind staat pal van voren. Op de motor halen we ongeveer 4 knopen, maar regelmatig drukt een golf ons in één keer bijna stil.

Na een uur of twee kunnen we afvallen en zetten we genua en grootzeil richting de Bay of Islands. Het derde rif zit in het grootzeil, maar ondanks dat varen we nog steeds 6 tot 6,5 knoop. "Zo komen we er wel voor het donker,’ zegt Niels.

Door de combinatie van weinig slaap en het reispilletje voel ik dat ik ieder moment als een blok in slaap kan vallen. Niels neemt het roer over en ik nestel me op de bank. Na een minuut of vijftien — die aanvoelen als een uur — schrik ik weer wakker. Niels staat nog ontspannen te sturen en af en toe trekt er een miezerige regenbui over ons heen.

Wanneer ik om me heen kijk zie ik dat de golven inmiddels flink zijn opgebouwd. Ook de windvlagen komen steeds dichter in de buurt van de voorspelde 30 knopen. Ik heb het nog even lastig, doezel nog wat weg en word daarna gelukkig weer scherper wakker. Dan is het tijd om om me heen te kijken.

Jan-van-Genten zweven sierlijk naast de boot, pinguïns dobberen tussen de golven en overal scheren vogels voorbij. Zelfs het weer heeft iets moois. In de vlagen halen we 7 knopen en surfend van de golven af tikken we zelfs even 8,3 knopen aan. Zo komen we langs dé grote trekpleister van de Bay of Islands: The Hole in the Rock.

Met dit wilde weer is het er opvallend rustig. Het water slaat spectaculair tegen de rotsen omhoog en de zon laat de opspattende druppels oplichten. We draaien de hoek om en ik neem het sturen weer over. Heerlijk.

Niels checkt nog even de ondieptes en loodst me vervolgens de Bay of Islands binnen. Net voor het donker starten we de motor, strijken we de zeilen, laten we het anker zakken en ruimen we de boot op. Na het eten moedigt Niels me nog aan om even te gaan zwemmen en daarna af te douchen. Maar ik heb het inmiddels koud genoeg en spoel alleen het zeezout uit mijn haren.

Niels springt wél het donkere water in en probeert me daarna te overtuigen dat ik dat de volgende keer ook moet doen. Er zitten namelijk overal lichtgevende algjes in het water. En, zo beweert hij, voelt de douche daarna ineens verrassend warm.

Ik denk er nog even over na…

Meer Reisverhalen