Een maand aaneengesloten op de oceaan – ver buiten het bereik van familie en vrienden, zonder hulp als het misgaat – is een ervaring die je nooit meer vergeet. De reden daarvoor verschilt per persoon. Zeven zeilers delen hun persoonlijke ervaring in Zeilen 08/2026. ´Mijn oceaanoversteek´ is voor abonnees hier digitaal te lezen. In deel 5/7 doet Joris Westerveld verslag. Hij stak drie keer de oceaan over: een keer met zijn ouders en twee keer op eigen kiel met vriendin Maud.
Oncomfortabel, maar machtig mooi
Terwijl ik over de buiskap naar de westelijke hemel tuur, waar de eerste roze tinten de dageraad aankondigen, sta ik stil bij de afgelopen negentien dagen. Gisteren, en nu nog, laat de oceaan zich van haar allerbeste kant zien: met zo’n twaalf knopen wind en een lome, zeer lange deining scheuren we met de halfwinder omhoog met topsnelheid op ons doel af. Gisteren werden we urenlang vergezeld door een school dolfijnen, we spotten een moederbultrug met haar kalf, en door de nabijheid van land zien we meer en meer vogels.
We zijn bezig met de reis van Sint Maarten naar de Azoren. Zo gestaag en comfortabel als het nu gaat is het twee weken lang niet geweest. De uitgetekende koers op de kaart is een zwalkende lijn – keer op keer leek het alsof we direct koers konden zetten naar de Azoren, maar telkens moesten we noordelijker sturen, om tegenwind, windstilte, of de uitlopers van een depressie te ontwijken.
Een paar dagen geleden zagen we in de verte gitzwarte wolken voorbijtrekken, terwijl het bij ons windstil werd. Binnen een paar uur veranderde de rustige zee in een verward heuvellandschap van puntige golven. Het was een misselijkmakende rit met de motor aan, in een dampige, afgesloten kajuit, terwijl het buiten met bakken naar beneden kwam.
Een andere keer leek het juist recht over ons heen te komen. Driedubbel gereefd lagen we er klaar voor, maar ook toen werd het juist windstil en begon het te regenen en onweren alsof de wereld zou eindigen.
Na oversteken naar Suriname (2019) en naar Tobago (begin 2025) is dit mijn derde grote oceaanoversteek. Terugkijkend heeft iedere tocht een ander karakter: in 2019 voeren we twee weken lang met een constante passaatwind pal van achteren naar de overkant. Overdag zagen we walvissen, dolfijnen en zelfs een groep orka’s, ’s nachts lichtten de oceaan en de dieren die erin rondzwommen helder op door luminiscerende plankton in het water. Een droom van een tocht, al schrokken we ons rot toen halverwege het voorstag brak en we met een noodoplossing verder moesten. Onderweg naar Tobago ging er weinig stuk, maar de oceaan gedroeg zich totaal anders: dagelijks kregen we squalls met wind en regen over ons heen, en de hoge golven van achteren werden steeds steiler en hoger. We zagen nauwelijks zeedieren, en het roer van de windvaan moesten we constant bevrijden van lange slierten sargassowier.
Terwijl de pieken van de Azoren in de verte opdoemen en we feestvieren vanwege weer een veilige oversteek, ga ik bij mezelf na waarom ik oceaanzeilen zo machtig mooi vind. Vaak is het oncomfortabel – je bent zeeziek, er gaan dingen kapot en het weer is veranderlijk – maar die tegenslagen maken je sterk. Ze zorgen voor contrast met de mooie momenten. De oceaan is niet om ons veilig naar de overkant te begeleiden. Ze is er gewoon, met al haar schoonheid, grillen en gevaren. Dat het ons toch lukt om veilig aan de overkant te komen, is grotendeels aan onszelf te danken, en dat schept eindeloos veel voldoening.
Alle oceaanoversteken lezen?
Het volledige artikel met daarin de zeven oceaanoversteken is te lezen in Zeilen 08/2026 en voor abonnees hier digitaal. Nog geen abonnee? Bestel nu een digitaal jaarabonnement op Zeilen, dan heb je direct toegang tot dit artikel en vind je in ons digitale archief nog veel meer. Óf bestel een jaarabonnement 12x Zeilen+ digitaal lezen, dan krijg je maandelijks ons magazine thuisbezorgd én heb je met onze app altijd en overal de kennis van Zeilen tot je beschikking. Bestel hier.