Een maand aaneengesloten op de oceaan – ver buiten het bereik van familie en vrienden, zonder hulp als het misgaat – is een ervaring die je nooit meer vergeet. De reden daarvoor verschilt per persoon. Zeven zeilers delen hun persoonlijke ervaring in Zeilen 08/2026. ´Mijn oceaanoversteek´ is voor abonnees hier digitaal te lezen. En hieronder deel 4/7: Ben Rutte met Blauwe Pinquin.
In het midden van iets moois
"De oceaan is magisch en vervelend, relaxed en megastressvol. Het is best lastig woorden te vinden voor een oceaanoversteek." Ben Rutte zeilde met Annemiek drie jaar lang de wereld over met Blauwe Pinquin. Hij doet een poging.
Je kunt op het Wad ’s nachts heel goed fikkie steken. Droogvallen onder het oostpuntje van Ameland, Schier of Terschelling, hout sprokkelen en dan onder de sterren fikken. Dan voel je je klein in een grote wereld: alle mensen ver weg en jij in het midden van iets moois met een koud biertje.
Datzelfde gevoel heb ik nu ook een beetje, alleen is ‘groot’ een relatief begrip. De wereld die wij nu betreden is namelijk pas echt groot. Onze boot vaart geweldig op een zacht windje en de golven zijn reusachtig, maar ook heel lang en traag. Lange muren van water die langzaam oprijzen. Alsof je door de duinen fietst, maar dan 1000 mijl vanaf land.
We varen gemiddeld 120 mijl per dag en hebben er nog zo’n 1000 voor de boeg. De routine zit er lekker in. Als de wind wegvalt blijft alleen de oude deining over. Gisteren was het een paar uur windstil en we lagen te dobberen, geen zuchtje wind. Uit het niets begon het vijftien knopen te waaien. Blauwe Pinquin schoot vooruit, zes knopen bootsnelheid over nog helemaal glad water, behalve dan die heel hoge deining. Het was volmaakt stil, omdat de wind nog niet veel windgolfjes had gemaakt. Magisch! Alsof we vlogen. De ontwerper van onze boot, meneer Koopmans senior, verdient een dikke pakkerd. Hij tekende een boot die zó fantastisch zeilt onder bijna alle omstandigheden dat we eigenlijk nooit meer een andere willen.
Is het nooit irritant, dat oceaanzeilen? Ja, dat is het zeker. We vertellen meestal alleen maar de hosanna-verhalen, maar als het een beetje golft voelt het wc-hokje als de binnenkant van een keukenmachine. En als je je kooi uit moet, midden in de nacht, heb je voor je goed en wel wakker bent al een paar blauwe plekken te pakken. Alles valt om of uit kastjes. Alles rammelt, zelfs mensen, zeker als ze twee meter lang zijn en slasausbenen hebben.
Als het niet waait wil je in een praatgroep voor frusto’s die zich niet kunnen uiten. Als het wel waait ben je bang dat de boot kapotgaat. Als je een vis aan de lijn hebt knalt de adrenaline door je lijf. Even later ben je bang dat-ie te groot is en misschien in je kuit bijt.
De zon brandt fel en verschroeit soms alle frisse gedachten, en de nachtwacht is vaak een gevecht tegen windstilte, zout water in je nek, klapperende zeilen, onwelriekende windjes en onzedelijke gedachten. Dat weegt allemaal ruimschoots op tegen de lol en vrijheid die wij hier midden op de oceaan ervaren.
Voordat we zelf vertrokken met onze boot verslond ik alle reisverslagen van medezeilers. Ik stortte me jarenlang op elk zeilverhaal dat ik kon vinden. Elke idioot die een boot had, mijlen maakte en erover schreef had mijn aandacht. Ik smulde van verhalen over oceaanoversteken. Wat me daarbij altijd opviel was de moeite die het kostte om zo’n oversteek te beschrijven.
Drie weken achtereen op zee doet wat met je, dat is wat ze je allemaal proberen te vertellen. Maar er zijn niet genoeg goede woorden voorhanden. De strekking is meestal: ga het zelf maar ervaren.
Nu ben ik zelf zo’n idioot.
We zitten halverwege de oceaan. De omstandigheden zijn prachtig en we zijn in de greep van de oneindige ruimte rondom de boot. Er is ook meer ruimte rond onze hoofden. Je kunt uren nadenken over niets en alles, staren naar de mooiste golven, fantaseren over de toekomst. Mijn hersens lijken veel helderder, alsof ze op andere brandstof lopen. En welke dag het is, maakt niet uit. De tijd voelt als een zachte pyjama, heel losjes om ons heen. Het knelt nergens. We zijn op bezoek in een feestzaal die groter is dan onze zintuigen kunnen bevatten. Het is er prachtig, maar het is er niet altijd feest. We hebben geen enkele invloed op het programma, daar zijn we ons continu van bewust.
Ondertussen, bij alles wat we doen, glijdt continu de oceaanbodem met gemiddeld vijf knopen onder ons door. Zo ook nu, en ik vermoed dat ik die constante beweging nog ga missen als we weer stilliggen achter ons anker. Na zo’n lange tijd op zee word je een dynamisch geheel met je omgeving. En hoe dat zit met de tweede helft van de oversteek? Als je dit leest zijn we veilig aangekomen, laten we het daar op houden.
Tekst en beeld: Ben Rutte
Alle oceaanoversteken lezen?
Het volledige artikel met daarin de zeven oceaanoversteken is te lezen in Zeilen 08/2026 en voor abonnees hier digitaal. Nog geen abonnee? Bestel nu een digitaal jaarabonnement op Zeilen, dan heb je direct toegang tot dit artikel en vind je in ons digitale archief nog veel meer. Óf bestel een jaarabonnement 12x Zeilen+ digitaal lezen, dan krijg je maandelijks ons magazine thuisbezorgd én heb je met onze app altijd en overal de kennis van Zeilen tot je beschikking. Bestel hier.