Reisverhalen

FOMO aan de Zweedse westkust

Blog Anna Noord: drukte aan de mooie, drukke westkust van Zweden

Redactie Zeilen
Met dit prachtige weer zijn de Koster eilanden heel populair

“O shit,” kreunt Wietze als we de baai bij Strömstad in varen. Ik zucht ook: het krioelt er van de bootjes: zeiljachten, motorboten, kajakkers, visserboten: verzin het en het vaart er rond. De Noren, Zweden en Denen hebben allemaal tegelijk vakantie en we zitten midden in die beruchte vier weken. Overal is het heel erg druk. Er staat een stevige bries, dus ik ben blij dat we net buiten de baai de zeilen al hebben laten zakken. Het was veel lastiger geweest om in deze heksenketel ook maar een seconde met iets anders dan uitwijken bezig te zijn. Omdat we vroeg vertrokken uit Noorwegen, zijn we al rond lunchtijd in Strömstad. Een zeiljacht vaart weg van de steiger en we schuiven meteen op diens plek. Lagerwal en in het geklots van alle volgas passerende motorbootjes: het is geen feest. We kijken elkaar aan, grijpen de boodschappentassen en rugzakken en vliegen de kant op. Een paar uur later hebben we in turbotempo de bezienswaardigheden van Strömstad bekeken, de boodschappentassen tot de nok toe gevuld én nog even afgekoeld met een ijsje.

Koster

Vlakbij Strömstad liggen de Koster eilanden. Een waar ankerparadijs! Ook hier tientallen boten op de favoriete plekken. De wind is gaan liggen en we vinden een wat rustiger baaitje waar we het anker laten vallen. Heerlijk. Ik roei met het bijbootje naar de kant en klim een heuvel op om foto’s te maken van de jachten op de ankerplek. Als ik om me heen kijk, zie ik tussen de rotsige eilanden overal mastjes de lucht in priemen. Het prachtige zomerweer lokt ons niet veel later over boord: de waterlijn boenen en gewoon lekker dobberen in het opvallend warme water. ’s Avonds gaan we met Australiërs Denise en Bryan een hapje eten, grinnikend om het weerzien: vorig jaar in mei lagen we naast elkaar in Cuxhaven en nu liggen Willow II en Anna Caroline naast elkaar in deze ankerbaai. Duizenden mijlen zijn onder onze kielen doorgegaan en de verhalen buitelen over elkaar heen bij een gezellig diner.

Zuidwaarts

De volgende ochtend buigen we ons over de kaart. Het stralende, windloze zomerweer houdt voorlopig nog even aan. Dus volop mogelijkheden om ook op de minder beschutte plekken een kijkje te gaan nemen. Probleem is dat er heel veel leuke opties zijn. Wietze zucht: “We moeten toch ongeveer zuidwaarts gaan varen als we nog tijd voor Denemarken over willen houden. Hoe kies je nu de leukste dingen uit?” Ik grinnik plagend: “FOMO.” We prikken een mooie plek in de volgende archipel, wel negen mijl zuidelijker. De baai is nog niet zo vol als we aan komen. Het anker valt, Wietze slaat achteruit om te kijken of het houdt. Ik voel met m’n voet op de ketting of de spanning erop komt en kijk ondertussen de ankerplek rond. “Ja!” steek ik m’n duim omhoog. Wietze knikt en zet de motor uit. Het is ineens stil; ik loop peinzend naar de kuip. “Kijk eens naar die boot daar,” wijs ik. “Dat lijkt Randivåg wel.” Wietze knijpt z’n ogen samen. “Ja, dat weet ik wel zeker, kijk maar.” Razendsnel plonst daar een bijboot in het water en twee mensen springen er enthousiast in. Even later stappen Sven en Lisa stralend aan boord: “Ongelofelijk dat we jullie hier zien! De laatste keer was in 2019 in Maleisië.” Omhelzingen, verhalen, ondertussen een grote pan nasi en nog meer verhalen.

Hun wereldomzeiling heeft uiteindelijk 14 jaar geduurd en ze zijn pas net weer terug aan de westkust van Zweden. “Wat vinden jullie nu mooier, de oostkust van Zweden of de westkust?” Glimlachend doen we alsof we daar over nadenken, want inmiddels kennen we de jarenlange ‘strijd’ tussen beide kusten: ieder vindt z’n eigen kant van Zweden de beste. “De westkust,” zegt Wietze resoluut. “Het is afwisselender voor wat betreft het landschap, de vaarmogelijkheden en de leuke plaatsjes waar je naar toe kunt.” Tevreden knikjes van Sven en Lisa.

Meppen

Een paar dagen later varen we de baai bij het eiland Gluppö binnen. Een prachtige, flesvormige baai die heel populair is. Voor ons vaart een motorboot met voorop een beeldschone dame in een prachtige roze zomerjurk. De boot vaart langzaam naar een rotspunt toe, terwijl de ankerketting aan de achterkant over de lier ratelt. Vlakbij de rotspunt klimt ze soepel via het boegtrapje op de lage stenen. Ik blijf me erover verbazen hoe sommige vrouwen dat soort dingen zo elegant kunnen doen. De wind laat haar jurk wapperen en ze strijkt haar lange haar met een luchtig gebaar naar achteren. Een tel later blijkt ze een enorme hamer meegenomen te hebben, waarmee ze met forse slagen een pen met een oog eraan in een rotsspleet mept. Ik lach om het contrast en focus dan weer op de plek waar ons anker erin gaat.

Veel mooie klassiekers in Zweden

Veilig van de rotsen vandaan; we zijn niet zulke helden dat we langszij de rotsen of met een achteranker aan een rots gaan liggen. De baai is prachtig en we hebben er een heerlijke middag. Veel boten liggen met twee of drie aan elkaar, gezamenlijk op één of twee ankers. Na het avondeten roeien we naar de kant, klimmen op een hoge rots en maken prachtige foto’s in het warme avondlicht. “Janneke, dit gaat niet goed,” wijst Wietze. De wind is heel zacht, maar wel plotseling gedraaid. De pakketjes boten om onze Anna Caroline draaien om, maar wij gaan met onze lange kiel maar heel langzaam met de wind mee. We rennen naar de bijboot, roeien rap terug, rossen het anker eruit en liggen nog net voor het donker een baaitje verderop, waar het een stuk rustiger is. Oef.

Stadjes

De westkust van Zweden heeft jarenlang gedraaid om de haring- en kabeljauwvangst. Grote scholen haring trokken langs de kust en de visserij zorgde voor welvaart, niet alleen voor de vissers, maar ook voor de scheepsbouwers, visverwerkers enzovoorts. Die activiteit is vrijwel helemaal verdwenen, maar de kleine vissersplaatsen zijn er nog. Ze liggen allemaal strategisch langs de kust: goed beschut en knus.

De Koningskloof in Fjällbacka

We blijven ons wentelen in heerlijk zomerweer, dus we kiezen voor de mooie tochten binnendoor tussen de prachtige eilanden. Af en toe ankeren we en af en toe naar een stadje. Fjällbacka is zo’n parel. Als we eenmaal een plek veroverd hebben in gekte in de jachthaven, gaan we er op uit. Het stadje ligt om een berg heen gedrapeerd. In die berg zit een flinke scheur, de Koningskloof. Daar hangt een grote steen in, waar we aarzelend onderdoor lopen. Rond Fjällbacka is veel Vikinghistorie te vinden, van vreemde steencirkels tot prachtige rotstekeningen. Zeilvrienden Johan en Lisa wonen in Fjällbacka en nemen ons mee om al het moois te bekijken.

Worsten

Schitterende avond in Grundsund

In het prachtige Grundsund moeten we een besluit nemen. Er komt erg harde wind aan, dus blijven we liggen of gaan we het beschutte binnenland in? Je kunt immers vrolijk achter Orust en Tjörn varen. De nieuwsgierigheid zorgt dat we losgooien en de koers naar het oosten verleggen. Na een paar prachtige ankerplekken maken we vast bij de zeilvereniging van Svanesund. Een hoop herrie op de kant, dus we gaan richting de evenementententen om te zien wat er loos is. Een hotdog-eetwedstrijd, ‘korvätartävling’ in het Zweeds. We doen mee met de recordpoging ‘zoveel mogelijk mensen eten tegelijkertijd een hotdog’. Met 1398 mede-eters helpen we het record verbreken. En dan volgt de wedstrijd ‘wie kan er in één uur de meeste hotdogs verorberen?’ Met afgrijzen zien we 40 stuks in de mond van de winnaar verdwijnen.

We doen mee met de hotdog wedstrijd

Stootwil

“Wat kiezen we als laatste haven in Zweden?” mompel ik, kijkend naar de kaart en de weersverwachting. Het beroemde Marstrand ligt bomvol en krijgt, met de harde zuidwestenwind, een nare deining in de haven.

Het imposante fort van Marstrand is al van ver zichtbaar

We kiezen voor het kleine eiland Åstol, ook weer zo’n plaatje van een plek. Nog nét voordat de harde wind echt doorzet, varen we de volgende dag naar Donsö, in het zuiden van de archipel die vlak voor Gothenburg ligt. Havenmeester Haakon had ons aan de telefoon verzekerd dat hij ondanks de drukte in de haven een ligplaats voor ons had.

Langszij een heel gastvrije Zweed

En ja hoor, als we aan komen varen, zwaait hij en wijst naar een plek langszij een andere boot. We geloven onze ogen niet: daar ligt een 36 voets Bavaria. “Weet je het zeker?” roep ik naar de schipper, die enthousiast knikt en wenkt: ‘kom maar langszij’. Wietze bromt iets over ‘hele grote stootwil’ en stuurt er voorzichtig naar toe. We waaien van de steiger af, dus we kunnen vóór en achter onze buurman lange lijnen naar de kant zetten. Aan de kade maken we nog een dikke lijn, zodat we de boeg van hem weg trekken. Iedereen is na een kwartiertje slepen met meerlijnen tevreden. We blijven ons verbazen over de enthousiaste vrolijkheid van onze bootbuurman. Als alles klaar is en we met een fris glas in de kuip zitten, buigt hij zich verwachtingsvol over de zeereling naar ons toe: “ik volg op YouTube veel zeilers die op de oceaan varen. Volgens mij hebben jullie ook een YouTube kanaal.” Schaterlachend ontkennen we, maar het volgende uur vermaken we hem met verhalen over onze wereldreis. Een kleine moeite, vergeleken met zijn gulle gastvrijheid. Nog voor we naar bed gaan, leg ik verwachtingsvol voor de dag van morgen, de vlag van Denemarken vast klaar.

Donsö, Zweden, juli 2025

Tekst en foto's: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Reisverhalen