Reisverhalen

Blog Anna Noord: Vuur en ijs

Zeilend vanuit Nederland richting IJsland, deel 3

Redactie Zeilen
7 minuten
Blog Anna Noord: Zeilend vanuit Nederland richting IJsland, deel 3
Blog Anna Noord: Zeilend vanuit Nederland richting IJsland, deel 3

Janneke Kuysters en Wietze van der Laan zijn weer op reis met hun zeiljacht Anna Caroline. In hun nieuwe zesdelige blog Anna Noord nemen ze de lezers opnieuw mee aan boord. Dit keer zetten ze koers vanuit Nederland richting IJsland, op zoek naar nieuwe havens, ervaringen en verhalen in het hoge noorden – en weer terug. Deel 3: Vuur en ijs.

Blog Anna Noord 3/6: Vuur en ijs

“Zie jij iets?” “Nee.” Het is vijf uur ’s ochtends, potdichte mist. IJsland is zó dichtbij, maar het wil maar niet tussen de nevelslierten tevoorschijn komen. En dan ineens zien we een zwarte vorm, en een stukje verder nog een glimp. En dan daalt de nevel er weer overheen. M’n hart klapt bijna uit m’n borstkas: IJsland! Het is ons gelukt. Maar liefst tien dagen lagen we op de Faeröer te wachten op een weergat en we begonnen de moed al te verliezen. De oversteek was een anticlimax: zo weinig wind dat we uiteindelijk nog best veel hebben moeten motoren.

Seyðisfjörður

Ik maak een ontbijtje en samen zitten we op de kuiprand te eten en te kijken. Hoe verder we de fjord in varen, hoe meer de mist optrekt. Steile wanden, groen begroeid. En we zien een paarse waas over de hellingen. Nieuwsgierig pak ik de verrekijker. Lupines! De hellingen zijn helemaal bedekt met deze bloemen. Schitterend. Hier en daar zien we een huis, dat zo klein oogt tegen de enorme bergen op de achtergrond. Sneeuw en ijs op de bergtoppen maken het extra mooi. We omhelzen elkaar wel tien keer van enthousiasme en opluchting dat het dus tóch gelukt is. De fjord is negen mijl diep, dus het duurt even voordat we het dorpje Seyðisfjörður in zicht krijgen. De zelfverklaarde parel van de oostkust van IJsland.

We knopen vast aan een mooie nieuwe kade en krijgen al vrij snel de douane en havenmeester op bezoek. Alles verloopt vlot en we krijgen zelfs een compliment omdat we de vier benodigde formulieren al ingevuld en wel bij ons hebben. “Hoe is het om hier te wonen?” vragen we aan de douaneman. “Als je van buitensporten en jagen houdt, is het hier het paradijs,” glundert hij.

Nieuwsgierig lopen we het dorpje in; de 650 inwoners wonen in stoere huizen die in allerlei verschillende kleuren geschilderd zijn. Het houten kerkje staat er trots tussenin. Overal hoor je water ruisen: smeltwater uit de hoger gelegen sneeuwlaag. En uiteraard zie je watervallen. We ploffen op een terrasje voor koffie en om alles rustig in ons op te nemen. Ik knijp mezelf nog drie keer in m’n arm. IJsland!

IJs

We hebben voor de oostkust twee grote dingen op onze wensenlijst staan: papegaaiduikers zien en het gletsjermeer Jökulsárlón. Om een huurauto op te pikken, moeten we met de bus naar de volgende plaats Egilsstaðir. De bus klimt omhoog naar de bergpas. Eenmaal boven, vallen onze monden open. Sneeuw, zo ver het oog rijkt. We zien een skilift in de verte, wachtend op de komende winter.

Met de huurauto gaan we naar het zuiden. Het is een adembenemend mooie tocht. Steile bergen, diepe dalen waar rivieren zich doorheen slingeren. En overal het paars van de lupines. Je voelt je nietig in deze gigantische natuur. Na een paar uur komen we bij het gletsjermeer Jökulsárlón. In de verte zien we de gletsjer Vatnajökull, waar grote brokken ijs van af vallen, die in het meer drijven. IJsbergen in alle soorten en maten. Door de harde zuidwestenwind zijn ze allemaal in één hoek gewaaid, vlak bij de plek waar wij ons staan te vergapen. Wietzes camera maakt overuren.

IJslandse papegaaiduiker

Vogels en varen

Een dag later staan we op het schiereiland Hafnarhólmi, de ‘papegaaiduikerhoofdstad’ van IJsland. De koddige vogels vliegen af en aan met visjes in hun snavel. We staan, samen met hordes andere toeristen, urenlang te kijken naar hun capriolen. Prachtig.

Op de terugweg naar de autoverhuurder kijk ik op m’n telefoon naar het weer. “Overmorgen is er een prima gat om naar de noordkust te komen,” zeg ik hoopvol. Wietze knikt. Het dilemma is dat de kust van IJsland vol zit met leuke baaien, kleine vissersplaatsen en aantrekkelijke bestemmingen. Je zou hier eindeloos rond kunnen varen. Maar de tijd hijgt in je nek: wil je een rondje IJsland doen, dan zijn de maanden juli en augustus de beste. Maar ja, we willen ook nog terug naar Nederland en varen liever niet in de Noord-Atlantische Oceaan in september. Dus we kiezen ervoor om in wat grotere stappen langs de kust te varen en op leuke plekken wat langer te blijven en de boel in het binnenland te verkennen.

Om naar onze volgende bestemming, Husavík, te komen, moeten we om Kaap Langanes heen. ‘De Kaap Hoorn van IJsland’, noemde een medezeiler het. De vaargids adviseert om er heel dicht omheen te varen, zo’n kwart mijl, want er ligt een ondiepe ‘ribbel’ onder water, waar een nare, staande golfslag op kan staan. Een spannende plek, waar ze ons toch een beetje zenuwachtig over maken. We zeilen er in potdichte mist omheen, met voor de zekerheid wat meer ruimte tussen ons en de kaap. Door een weersysteem verderop, staat er een flinke, steile golfslag. De onrustige zee is niet leuk, maar gelukkig is onze Anna Caroline wat zwaarder en swingt ze er rustig doorheen. We grinniken als we de poolcirkel aantikken en daarna weer zuidelijker gaan naar onze bestemming.

Walvissen

Als we de haven van Husavík in varen, kijk ik verrast op: een sliert Optimisten vaart driehoeken tussen boeitjes in de haven. Zo vlak bij de poolcirkel had ik dit niet verwacht. Zodra we vastliggen, gaan we op onderzoek uit. Wat blijkt? Eenmaal per jaar organiseert een enthousiaste Duitse zeilster een zeilkamp van een week voor IJslandse kinderen. De bootjes worden gesponsord door een lokaal bedrijf dat walvistochten aanbiedt. Jaarlijks worden hier maar liefst 140.000 mensen een paar mijl buitengaats gebracht, waar de bultruggen hun buiken vol eten aan het krill dat daar rondzwemt.

Zeilkamp in Husavík, net onder de poolcirkel

De zon schijnt uitbundig en we lopen met een feestelijk gevoel te genieten van al het moois. Als we na een paar uur terugkomen bij de boot, is het water al flink gezakt. Wietze schiet in de lach, want hij kent mijn totale gebrek aan acrobatische vaardigheden. Er zijn in dit soort plaatsen uiteraard geen voorzieningen voor jachten, want er komen er maar zo’n 20 per jaar langs. Dus je ligt aan een betonnen kade met autobanden. Onze twee kloeke wrijfhouten zijn hun gewicht in goud waard. Inmiddels zijn we twee autobanden gezakt en moeten we terug aan boord zien te komen. Na wat ‘apekooien’ sta ik hijgend, maar onbeschadigd aan dek.

Vuur en zwavel

We huren weer een auto en gaan de Diamond Circle rijden. De IJslanders doen dat heel slim: ze maken handige routes waarmee je een hele rits bijzonderheden kunt bezoeken. De absolute klapper van de Diamond Circle is Hverir: een vallei die er uit ziet als een maanlandschap. Een gele en lichtroze ondergrond met daarin grijze poelen waar een soort klei-achtige modder in staat te borrelen. De zwavellucht is er te snijden, maar we blijven rondlopen en foto’s maken. Het is ongelofelijk. Een stukje verder zien we de oorzaak van dit alles: IJsland ligt op de grens van de Noord-Amerikaanse en de Euraziatische tektonische platen. Deze platen drijven langzaam van elkaar af, waardoor het eiland zich in tweeën deelt en langzaam uit elkaar wordt getrokken met ongeveer twee centimeter per jaar. Daar zit dus allerlei vulkanische activiteit onder. Aardwarmte is iets dat de IJslanders goed gebruiken: je ziet bijvoorbeeld overal lekkere zwembaden. We staan bij de breuklijn en kunnen met een klein sprongetje van de ene plaat naar de andere stappen.

Haring

Aan de noordkant van IJsland hebben we nog één haven op ons verlanglijstje staan: Siglufjörður, want daar is komend weekend een muziekfestival met IJslandse folklore. De wind giert om de kapen heen, dus het is een sportief potje zeilen om er te komen, uiteraard gevolgd door weer een rondje ‘apenkooien’ om de lijnen op de kant te krijgen. Maar het is allemaal de moeite waard. Overdag bezoeken we het geweldige Haringmuseum, waar we leren over de tijd dat Siglufjörður de ‘haringhoofdstad’ van IJsland was. Tussen 1915 en 1965 werd er veel geld verdiend in de visserij en woonden er duizenden mensen in het dorpje. Nu zijn er nog zo’n 1500 over, maar dit weekend puilt het weer uit vanwege de muziek. In hetzelfde museum zijn ’s avonds concerten, waar we ons verbazen over de veelzijdigheid van de oude IJslandse muziek en liederen.

Als we teruglopen naar onze Anna Caroline, steekt Wietze z’n neus in de lucht. “Het ruikt anders, de wind is volgens mij gedraaid.” Snel kijken we elkaar aan. “Morgen naar de westkust?”

Tekst en foto’s: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters. Siglufjörður, IJsland. Juli 2026

Meer Reisverhalen