Stel, je hebt achttien maanden tijd. Kies je dan voor een standaard rondje Atlantic in een vrij relaxt tempo – of voeg je Noorwegen, Spitsbergen, Suriname, New York, Canada én Groenland toe aan je route? Julien Mohr (48) en Pieter van de Veerdonk (53) deden precies dat met hun Belafonte: “Zo’n reis maak je misschien maar één keer. Dan willen wij zoveel mogelijk bijzondere plekken op eigen kiel bereiken.” Het eerste deel van deze ambitieuze route is gepubliceerd in Zeilen 08/2026 en is voor abonnees hier digitaal te lezen.
"We hoorden het al van andere vertrekkers: wanneer je je trossen losgooit, valt er een last van je schouders af. De ‘last’ van jarenlang voorbereiden, refitten, sparen, uitstellen door corona, ontslag nemen en je huis verhuurklaar maken… het ging ons niet in de koude kleren zitten. Maar op het moment dat onze vrienden en familie de landvasten onder luid gejoel, gezwaai en een enkele snik losgooien, daalt het in. We’re f*cking doing this!
In ons geval gaat het om een uitgebreid rondje Noord-Atlantic. Via een korte stop op ons favoriete waddeneiland Vlieland, voor een laatste kroket-op-brood, zetten we koers richting Stavanger in Noorwegen. Na een paar rustige dagen toont de Noordzee haar ware aard: harde wind en hoge, steile golven. Deze omstandigheden voelen vertrouwd; we kennen ze al van eerdere zeilvakanties naar Schotland, Noorwegen en Zweden. Belafonte gedraagt zich niet anders dan toen, hoewel, de zwakke punten van recente aanpassingen moeten we nog ontdekken.
Eerste klus
In mijn ooghoek zie ik een enorme, witte muur van water op mij afkomen. Het lukt nog net om “daar gaan we, Pieter!” de kajuit in te roepen. Dan ramt de golf de bakboordzijde van Belafonte. We slaan bijna plat. De klap is zo hard dat de dikke kunststof plank aan de vaste zeereling direct afbreekt. De vijf dieseljerrycans die aan de plank vastgesjord zaten, liggen nu verspreid over het dek. De zee is te ruig om ze nu te redden, en we besluiten eerst te gaan bijliggen om op adem te komen. Helaas drijven we precies in de richting van een groep boorplatformen, dus die moeten we eerst vrij varen. De volgende ochtend liggen de jerrycans gelukkig nog aan dek. We tillen ze de kuip in en zetten onze reis voort. De eerste bootklus voor in Stavanger is een feit. Dat alles wat kan gebeuren zal gebeuren, blijkt weer eens een waarheid als een koe.
Ontspanning
Op het moment dat we Haugesund voorbijvaren, is het er ineens: het gevoel van het echte avontuur. Niet eerder zijn we zo ver noordelijk gezeild met de boot, en er ligt nog een hele lap Noorse kust voor ons. Ons doel is ambitieus: we willen naar Spitsbergen. Alle vergunningen om daar rond te mogen varen zijn geregeld, inclusief de toestemming om een geweer te huren als laatste verdediging tegen ijsberen. In Bergen zijn we te gast in On The Wind, een zeezeilerspodcast waar we zelf ook graag naar luisteren. Daarna verkennen we de bruisende Hanzestad. Een stuk noordelijker begeeft opeens de dynamo het. De nieuwe moet, hoe kan het ook anders, uit Nederland komen, voor een helaas niet zo Nederlandse prijs. De Noorse nationale feestdag legt het hele land plat, wat de bezorging vertraagt. En dus gooien we onze kampeerspullen in een busje en ontdekken we plekken waar we met de boot niet kunnen komen. Elk nadeel heeft z’n voordeel.
Beluister hier de aflevering met Julien en Pieter in On The Wind, vanaf 11:00 minuten:
Weinig gezelschap
Wekenlang varen we langs indrukwekkende kusten, eilandjes en vrijwel uitgestorven dorpjes. Soms voelt het alsof we in een zombie-apocalyps zijn terechtgekomen. Een enkele tuinierende Noor vlucht snel het huis in als we aan komen wandelen. Alleen op de wereld is ook mooi.
Net onder de poolcirkel spotten we een groep orka’s die duidelijk meer interesse hebben in een school makrelen dan in ons. De Noorse landschappen worden intussen steeds spectaculairder. Als we de poolcirkel kruisen, proosten we met whisky on the rocks. Het ijs is afkomstig van de nabijgelegen Svartisen-gletsjer. Vanuit Bodø stuiven we onder de gouden gloed van de middernachtzon in vijfentwintig knopen wind richting de mythische Lofoten. We genieten van de magische mix van spectaculaire fjorden, besneeuwde bergtoppen, witte stranden en ijskoud azuurblauw water. Op land is duidelijk het camperseizoen op gang gekomen, op het water merk je daar gelukkig weinig van. We komen maar weinig andere boten tegen. De baaien waarin we ankeren zijn vaak verlaten. Niets voelt zo luxueus als een ankerplek helemaal voor jezelf.
Mijlpaal: Spitsbergen
De overtocht naar Spitsbergen loopt redelijk voorspoedig. Vanwege de mist laten we Bereneiland aan stuurboord liggen. Pas als we de Isfjord binnenvaren, trekt de witte wereld open en zien we eindelijk de grillige bergen van Spitsbergen, oftewel Svalbard liggen. In de volle zon en met een stevige bries varen we Longyearbyen binnen. Hier hangt echt een arctische ‘expeditievibe’. We zijn veruit de kleinste boot in de haven; om ons heen liggen indrukwekkende aluminium en stalen expeditieschepen, vrijwel allemaal charters.
We vieren de Spitsbergen-mijlpaal met een feestmaal bij het noordelijkste fine dining-restaurant ter wereld, om vervolgens midden in de nacht in het felle zonlicht op vogelsafari te gaan met een paar even beschonken Polen. We provianderen ons een ongeluk voor de komende weken. Via via komen we in contact met een Duitse wetenschapper die onderzoek doet aan de universiteit. Zij helpt ons aan een oud geweer uit de Tweede Wereldoorlog en een tweedehands signaalpistool. We zijn klaar om de wildernis in te gaan.
Depressie na depressie
De Ierse Zee is vergeven van de dolfijnen. Voor de boeg springen ze uit het spiegelgladde water. We varen een paar nachten door om op tijd in Dublin te zijn, waar twee vriendinnen ons komen opzoeken. De wind komt uit het zuiden dus we besluiten niet te gaan zeilen, maar nemen ons bezoek mee op roadtrip.
Het is inmiddels midden oktober en de ene na de andere depressie komt over Zuid-Ierland. Ons geduld wordt flink op de proef gesteld. Uiteindelijk liggen we ruim twee weken verwaaid in Kinsale. De Ierse gastvrijheid maakt het wachten meer dan goed: wat een verademing, in vergelijking met de gereserveerde Noren. Toch dringt de tijd. We willen graag richting het zuiden, de warmte tegemoet. Het is ook al november.
Vakantievrienden
De Spaanse rías zijn geen optie meer. Jammer, maar we hebben toch al orka’s van dichtbij gezien. We besluiten direct over te steken naar Madeira, om zo de herfstige onstuimigheid van de Golf van Biskaje te ontwijken. Het wordt onze langste tocht tot nu toe: ruim dertienhonderd mijl, een goede oefening voor de Atlantische oversteek straks. De tocht verloopt redelijk soepel, met een paar pittige dagen met veertig-plus knopen wind. Madeira verrast ons enorm. Hier vieren we twee weken ‘vakantie’. We liggen lekker lui in de haven en verkennen het ruige eiland te voet en per auto.
De Canarische Eilanden doen we weinig eer aan. We stoppen alleen op La Palma. In de knobbelige haven van Santa María liggen wat Nederlandse boten. Het ‘drijvende dorp’ gaat door onze wat afwijkende route aan ons voorbij. Ergens vinden we dat jammer, maar goed, we zijn ook niet op groepsreis. Wel ontmoeten we de jonge bemanning van buddyboat -in-spé SV Luwte. Ondanks de twintig jaar leeftijdsverschil voelt het alsof we al jaren vrienden zijn.
Naar de overkant
Kaapverdië roept. Nu gaan we eindelijk écht Europa uit. De tocht begint met pittige wind. Dagenlang varen we door Saharastof: bij aankomst in Mindelo krijgen we het rood-oranje stof met moeite van onze nieuwe zeilen gespoeld. Kerst brengen we borrelend en etend door met een bont gezelschap zeilers; we tellen vijftien koppen in de kuip op Tweede Kerstdag. De laatste dagen van het jaar brengen we wandelend door op het prachtige eiland Santo Antão en vanaf de laatste ferry rollen we zo door in het oud-en-nieuw-straatfeest van Mindelo. 2024 zit erop en we zijn acht maanden op pad.
In de Afrikaanse hitte een Atlantische oversteek voorbereiden valt niet mee. De gezonde spanning bouwt zich op. Eigenlijk is het maar vijf dagen langer varen dan de oversteek van Ierland naar Madeira. Het zal wel goedkomen, toch? De overtocht wordt pittiger dan verwacht. Voor de wind schommelt de boot flink, maar het waait vaak zelfs te hard om de stabiliserende parasailor op te zetten. De stevige wind en flinke zeegang laten een verfrissende duik in vijf kilometer diep water niet toe, laat staan sundowners op het dek. Koken is elke keer een flinke work-out. Uiteindelijk vinden we ons oceaanritme en lopen de dagen en nachten in elkaar over. Het is een bijzonder gevoel zo ver van land te zijn.
Proost
Een dag voor aankomst in Suriname hebben we beet – eindelijk. Een ferme wahoo is de enige vangst tijdens onze achttiendaagse overtocht, die we verder zonder noemenswaardige averij hebben afgelegd (even los van de zeillatten die het flink te verduren hebben gehad). Motorzeilend varen we de bruine Surinamerivier op naar Marina Waterland. Bij aankomst gaat het toch nog bijna mis. We verkijken ons nogal op de vloedstroom van de rivier en leggen met een halve pirouette in de box aan. Uitgeput en euforisch proosten we op de overtocht. Samen met de veelal Nederlandse zeilers en onze vrienden van Luwte laten we ons de wahoo goed smaken.
Het moet nog wel even doordringen: we zijn gewoon naar Zuid-Amerika gevaren. Zes maanden geleden waren we nog op Spitsbergen. We zijn van 79,5 graden noorder breedte naar 5,7 graden noorderbreedte gezeild. En het beste moet nog komen: er liggen ruim negen maanden avontuur voor ons. We drinken er een cocktail met gletsjerijs uit Spitsbergen op."
Lees deel 1 volledig
Het volledige artikel is te lezen in Zeilen 08/2026 en voor abonnees hier digitaal. Nog geen abonnee? Bestel nu een digitaal jaarabonnement op Zeilen, dan heb je direct toegang tot dit artikel en vind je in ons digitale archief nog veel meer. Óf bestel een jaarabonnement 12x Zeilen+ digitaal lezen, dan krijg je maandelijks ons magazine thuisbezorgd én heb je met onze app altijd en overal de kennis van Zeilen tot je beschikking. Bestel hier.
In Zeilen 09/2026 lees je deel 2 van Belafonte ’s reis. Volg de bemanning via Instagram.
Tekst en beeld: Julien Mohr en Pieter van de Veerdonk