Op reis

Blog Anna Noord: Fantastische Faeröer

Zeilend vanuit Nederland richting IJsland, deel 2

Redactie Zeilen
6 minuten
Blog Anna Noord: Fantastische Faeröer
Blog Anna Noord: Fantastische Faeröer

Janneke Kuysters en Wietze van der Laan zijn weer op reis met hun zeiljacht Anna Caroline. In hun nieuwe zesdelige blog Anna Noord nemen ze de lezers opnieuw mee aan boord. Dit keer zetten ze koers vanuit Nederland richting IJsland, op zoek naar nieuwe havens, ervaringen en verhalen in het hoge noorden – en weer terug.

Blog Anna Noord 2/6: Fantastische Faeröer

De hoge zeedeining tilt onze Anna Caroline voor de zoveelste keer op haar zij. Er staat te weinig wind, dus het grootzeil kan de verleiding niet weerstaan om zich met een knal te vullen op de rolbeweging van de boot. Dit soort klappen gaan ons door merg en been, dus Wietze staat resoluut op en loopt naar de mast om twee reven in het grootzeil te trekken. Als hij weer veilig terug is in de kuip, start ik de motor. We halen onze schouders op: het is niet anders. We zijn al halverwege tussen de Orkneys en de Faeröer, en we willen niet te lang rond blijven hangen in een gebied waar lagedrukgebieden snel hun weg naar je toe kunnen vinden.

Land in zicht

Precies 36 uur na ons vertrek uit Kirkwall zien we wolken hangen boven donkere schaduwen op de horizon. Wietze wijst: “zie jij dat ook? Volgens mij zien we land.” Met de verrekijker zie ik het ook. Grijnzend kijken we elkaar aan: weer een mijlpaal bereikt. Het duurt nog uren voordat we tussen de eilanden varen, maar toch zitten we al flink te rekenen. Het stroomt namelijk nogal fors, maar gelukkig is er de Rák app. Gemaakt door Faeröers zelf, en zeker voor recreatievaart een handige app. Met een staartje stroom tegen tuffen we de haven van de hoofdstad Tórshavn binnen, om drie uur in de ochtend. Normaal zouden we er niet over peinzen om ’s nachts een voor ons vreemde haven aan te lopen, maar het wordt niet meer donker. De havenmeesters hebben hier 24 uur per dag dienst en als we ons melden, horen we meteen dat er aan de gastensteiger een box vrij is. Kort daarna liggen we vast.

Het havenfront van Tórshavn is pittoresk

Kofferbak

Na nog een paar uurtjes slapen, melden we ons bij de politie, die ook over immigratie gaat. Van te voren hadden we de benodigde formulieren voor de douane al ingestuurd, dus die hoeven we niet meer te bellen. De politie wil dat we aan boord blijven totdat ze geweest zijn. Twee uur later staat er een auto op de kade, met twee leuke jonge politiebeambten. De kofferbak gaat open en daar blijkt hypermoderne apparatuur in te staan. Onze paspoorten gaan op de scanner en alles is in orde. “Hoe zit het nou precies: jullie zijn onderdeel van Denemarken, maar geen Schengenland?” vraag ik. Ze lacht: “dat is gecompliceerd. In principe behandelen we jullie alsof jullie Schengen niet uit gaan, maar feitelijk is dat wel zo. Je hoeft dus niet uit te klaren als je naar IJsland gaat, maar als je van hier naar de Shetlands zou varen, moet je dat wel bij ons melden.” Ze vertellen dat de politie twee auto’s heeft met alle apparatuur erin en dat ze de hele tijd rondrijden om in de verschillende havens de paspoorten te controleren.

Zon

We hebben geluk met het weer: het is koud, maar zonnig. Tot onze verbazing zien we mensen uitgebreid op terrassen zitten. Nieuwsgierig gaan we aan de wandel. Tórshavn is het bruisende centrum van een land met 55.000 inwoners. Ze noemen zichzelf ‘de kleinste hoofdstad ter wereld’. Ons rondje in de stad levert veel informatie op van het toeristische informatiepunt, maar we leren ook snel dat Faeröers gek zijn op koffie en gebak. Overal zijn leuke cafeetjes. Dat komt goed uit, want ik ben jarig vandaag en dus gaan we ons te buiten aan iets lekkers.

De haven is spectaculair: naast twee kommetjes met pleziervaart, wordt het hele havengebied gedomineerd door gigantische vissersschepen en dito ferry’s en vrachtschepen. De belangrijkste inkomstenbron van het land is visserij en dat kun je goed zien.

Barbecue

Al snel komen er meer boten aan de gastensteiger te liggen, en ontstaat het plan om gezamenlijk een mooie wandeling te gaan maken. Met de bus naar Kirkjubøur, een heel oud dorpje waar de ruïne van een kathedraal staat. We bewonderen de oude gebouwen en lopen vervolgens over de berg terug naar de haven: een wandeling van ruim 10 kilometer. Het is prachtig. Mira en Toine van de SeaQuest bedenken spontaan dat een barbecue op hun achterdek wel een leuk idee is. Fantastisch! Een vierde boot sluit aan en met z’n achten borrelen en smikkelen we van een gezamenlijk diner.

Met vier nationaliteiten bij elkaar op de SeaQuest

De informatie over de attracties op de Faeröer vliegt over tafel, dus al snel heb ik een auto gehuurd en gaan we een paar dagen op pad.

Groen

Zodra je het stadje Tórshavn uit rijdt, word je bijna overvallen door de imposante vergezichten. Het is ongelofelijk mooi. De eilanden lijken uit de zeebodem omhoog gestuwd te zijn en vervolgens afgesleten door weer en wind. De bergen hebben vlakke toppen en rechte zijkanten. Overal is het groen: het regent hier immers voldoende. Watervallen, beekjes, zoetwatermeren: het is er allemaal. Overal lopen schapen te grazen; wol is een ander bekend Faeröes product. Op de steile rotswanden vinden grote groepen vogels goede plekken voor hun nesten. In lagergelegen valleien zijn kleine dorpen, meestal vlak bij de zee gelegen. Op veel plekken zijn havens, variërend van grote pieren waar gigantische vissersschepen aan liggen, tot kleine havens waar alleen een paar sportvisbootjes aan een drijfsteiger dobberen. Voor één of twee jachten is er meestal wel plaats aan een pier met autobanden.

Elk vergezicht heeft weer een nieuw verrassing in petto, we genieten er enorm van. Eén van de hoogtepunten is het ‘zwevende meer’, een enorm zoetwatermeer dat veel hoger ligt dan zeeniveau. Voor ons als Nederlanders zijn dit soort hoogteverschillen niet onbekend, maar dit meer slaat alles. We wandelen naar een hooggelegen uitzichtpunt en zijn diep onder de indruk.

Het zwevende meer

Druk

De hele archipel is zo’n 60 mijl lang en 40 mijl breed. Lange, smalle eilanden met hoge bergruggen in het midden. Je zou er zo een maand rond kunnen varen, van prachtplek naar prachtplek. De steile bergen kunnen voor valwinden zorgen, dus op de ankerplekken is het prettig als het wat rustiger weer is. Er is maar één brug over zo’n vaarwater tussen eilanden. Voor de rest zijn de eilanden verbonden met veerboten en met tunnels. Die tunnels zijn technische hoogstandjes, zeker de tunnel die Tórshavn met de tweede stad, Klaksvík, verbindt. Tweehonderd meter onder de zeespiegel in dat snelstromende water een tunnel bouwen is al een kunst, maar vlak voor het uiteinde is er ook nog een rotonde, met de afslag naar het eiland Eysturoy. Deze rotonde wordt de ‘kwalrotonde’ genoemd, en als je naar de blauw/paarse verlichting kijkt, lijkt dat ook een logische bijnaam.

We hebben het druk, want er is heel veel te doen. De Faeröers zijn feestelijke en gastvrije mensen die enorm veel evenementen organiseren in de zomer. Er zijn roeiwedstrijden, er wordt een marathon gelopen, tentoonstellingen worden geopend en bijna elke avond is er wel een optreden in een bar of café. Het feit dat het elke dag wel even (of langer) regent, speelt voor de Faeröers geen rol.

We besluiten om te gaan eten bij Rigmor en Jens. Sommige Faeröese gezinnen stellen hun huis open voor gasten. Bij hen aan tafel kun je de gerechten eten die passen bij de historie en cultuur van de eilanden. Het wordt een bijzondere avond, waarin we leren over het harde leven dat hier vroeger geleefd werd en hoe men van het schaarse voedsel toch nog iets wist te maken. Wat een verschil met de containerschepen die hier nu af en aan varen en de wereldkeuken naar de eilanden brengen. Jens pakt zijn gitaar en zingt volksliedjes, terwijl wij zowat de bodem uit onze dessertschaaltjes schrapen: de rabarberpudding is hemels.

Weergat

De eerste week vliegt om en langzaam maar zeker gaan we op zoek naar een weergat om naar IJsland te komen. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, want de depressies tollen om ons heen. De haven loopt steeds voller met jachten die ook op een gaatje hopen. “Het is niet ideaal, maar laten we deze maar nemen,” zegt Wietze op een ochtend. Ik bijt op mijn lip, want ik zou hier nog zeker een week willen blijven. Maar het weer wacht op niemand, dus gaan we ons vertrek van deze magische eilanden voorbereiden.

Tórshavn, Faeröer, juni 2026
Tekst en foto’s: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters

Meer Op reis