Soms zie je een beeld dat indruk maakt. Bij ons was dat een foto in de rubriek Wie was waar?, van de stalen Rekere 36 Jori voor anker in Patagonië. De boot én omgeving inspireerden ons om uiteindelijk zusterschip Awa te kopen. En nu is het plan om rond Zuid-Amerika te zeilen. De boot kan het aan. De vraag is meer: kunnen wij dit ook? Het hele verhaal lees je in Zeilen editie 09/2025.
De wekker gaat. Het is half vijf ’s morgens, half februari. De afgelopen maanden zijn we langs de Argentijnse oostkust naar het zuiden afgezakt. In Ushuaia hebben we de boot afgetopt met boodschappen en diesel. Hier in Puerto Williams, Chili, is mijn zusje Lotte is aan boord gekomen. De autoriteiten zijn op de hoogte van ons vertrek. We zijn er klaar voor: we gaan richting de wildernis.
In de ochtendschemer laten we de beschutte en nog slapende jachtclub achter ons. De wind staat tegen, maar zou in de ochtend niet hard zijn, zo was de voorspelling. Maar zodra we achter de landtong vandaan komen, blaast ons dertig knopen wind in het gezicht. Teleurgesteld kijken we elkaar aan. Moeten we op dag één al met de staart tussen de benen terug de haven in?
We geven ons niet gewonnen. Zwaar gereefd proberen we in ieder geval een paar mijl verder te komen. Het is behoorlijk hakken tegen de korte, steile golven in. Toch is de beloning van het vroege opstaan groot: een felle regenboog steekt af tegen de rood aangelichte wolken. Aan weerszijden van het Beaglekanaal schijnen de eerste zonnestralen op de besneeuwde toppen van de bergen. We maken een slag naar de Argentijnse grens van het vaarwater en weer terug.
In de beschutting van de eerstvolgende landtong gaat het anker uit in vlak water. Verderop trekken de woeste schuimkoppen nog steeds aan ons voorbij. De eerste vijf mijl zitten erop, de kop is eraf!
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FE83MIAK8C8FsX21756219202.jpg)
Varen in het ijs
“Daar, aan de overkant, daar is volgens mij geen ijs!” roep ik naar achteren. Gespannen banen we ons een weg tussen de kleine schotsen door. Deze komen van de twee gletsjers aan het eind van de westarm van Seno Pia. Op veel plekken waait het ijs naar één kant van het vaarwater en kun je aan de andere kant vrij gemakkelijk doorvaren. Maar soms moet je dus oversteken.
Met een pikhaak probeer ik de grootste schotsen aan de kant te duwen. Het valt me tegen hoe zwaar die schotsen ter grootte van een weekendtas al zijn. “Volgens mij moeten we echt niet verder gaan,” waarschuwt Marrit. Hoe dichter we bij de gletsjers komen, hoe moeilijker het wordt een doorgang te vinden. “Laten nog één keer proberen over te steken,” antwoord ik. Dit lijkt mij juist een mooi moment om de voordelen van onze stalen boot te benutten. We proberen het nog een stuk tot we beiden voelen dat we onze grens genoeg verlegd hebben. Marrit legt de boot stil en we genieten van het indrukwekkende uitzicht op de gletsjer.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FB6dRdn57dPvF7q1756125951.webp)
Zeilen 09/2025
Wil je de rest van dit verhaal lezen? Bestel nu een digitaal jaarabonnement op Zeilen, dan heb je direct toegang tot dit artikel en vind je in ons digitale archief nog veel meer. Bestel hier.
Óf bestel een jaarabonnement 12x Zeilen+ digitaal lezen, dan krijg je maandelijks ons magazine thuisbezorgd én heb je met onze app altijd en overal de kennis van Zeilen tot je beschikking. Bestel hier.
- Joost Doude van Troostwijk en Marrit Terpstra