Stel je voor: je loopt over het strand van Sa Marjal op Mallorca en daar ligt-ie. Geen verlaten bijboot, maar een 28 meter lange aluminium oceaancruiser. Gebouwd voor Antarctica. Acht keer rond de wereld geweest. En nu… vast in het zand.
De naam: Acoa.
De vraag: wie neemt ‘m mee?
De prijs: één euro voor een aandeel.
Van wereldrond naar windkracht Harry
Tijdens storm Harry ging het mis aan de oostkust van Mallorca. Volgens lokale media verloor de boot een anker, raakte onbestuurbaar en liep uiteindelijk aan de grond bij Son Servera. Schipper Klaus Fietzeck (68) sloeg overboord, bereikte onderkoeld de kant en overleefde het ternauwernood. De boot zelf bleef achter. Scheef in het zand. Aluminium romp van 22 millimeter dik. Ooit het “Bentley onder de zeiljachten” genoemd. Dat maakt het contrast alleen maar groter.
Acht rondjes aarde – en dan dit
Acoa was geen doorsnee vakantiejacht. Ze maakte acht wereldomzeilingen en voer zelfs richting Antarctica. Geen lichtgewicht charterboot dus, maar een serieuze long-distance cruiser. En toch: een storm, een verloren anker, en je bent overgeleverd aan zee en zand. Hoe robuust je boot ook is, soms valt alles net verkeerd samen.
Wie betaalt het sleepje?
En dan begint het tweede hoofdstuk. Minder heroïsch, maar minstens zo spannend. Een bergingsbedrijf schat dat het meer dan €300.000 kost om de boot los te trekken en naar Port d’Alcúdia te slepen. Denk aan twee sleepboten, milieumaatregelen, een 100 meter lange oliescherm en het afvoeren van afval. Aan boord zou nog zo’n 500 liter diesel zitten. De boot is in handen van meerdere mede-eigenaren (naar verluidt Duits). Maar niemand lijkt zich geroepen te voelen om de rekening te betalen. Eén van hen biedt zijn aandeel nu aan voor €1. Letterlijk. “Ik wil er vanaf,” liet hij weten.
Van oceaanheld naar strandattractie
Voorlopig ligt Acoa er nog. Een onverwachte toeristische trekpleister op het strand. De lokale autoriteiten hameren op snelheid vanwege mogelijke milieurisico’s. Maar zolang niemand de knoop doorhakt, verandert er weinig. Het is een klassiek zeilersdilemma in groot formaat: gedeeld eigendom, hoge vaste lasten, en dan één slecht moment waarop alles samenkomt. En dus blijft de vraag hangen: wie trekt haar weer vlot? Of blijft deze 28-meter een stille herinnering aan hoe snel een oceaanboot ineens strandgoed kan worden?