‘We maakten een S-gijp. Dat wil zeggen, je valt af tot binnen de wind, trekt het grootzeil over en op dat moment moet de stuurman opnieuw afvallen. De pitman -ik dus- kreeg de spinnakerboom niet snel genoeg op de goede hoogte; de hoek van de spi zat niet vast en het zeil werd instabiel. De zijwaartse druk werd te groot en de boot liep uit roer. Wat er had moeten gebeuren was: onmiddellijk de leischoot vieren en het spinnakerval meteen losgooien. Dan raak je druk kwijt. Na onze broach lieten we het spival en de neerhouder los, om vervolgens af te vallen, de spinnaker weer te hijsen en de boel weer te trimmen. Het is niet erg dat dit gebeurt, je leert ervan.’