Toen de hond van de Australische Jan Griffith bij slecht weer overboord sloeg tijdens een zeiltochtje voor de kust van Queensland, dacht ze dat ze haar nooit meer terug zou zien. Griffith zocht urenlang in de ruige zeeen naar haar huisdier, maar vond geen spoor van Sophie Tucker, zoals het beestje heette. Groot was dan ook haar verrassing toen ze vier maanden later een wriemelende Sophie weer in haar armen sloot.
“Ik dacht dat ik haar nooit meer zou zien, maar ze is een hond gebleken die goed voor zichzelf kan zorgen.” Bijzonder goed zelfs, want de hond zwom maar liefst vijf mijl door een van haaien vergeven gebied, om op een bijna verlaten eiland nog eens vier maanden te overleven.
Haar tocht begon niet ver buiten Mackay, een plaatsje aan de Australische kust. Vandaar zwom ze naar St. Bees eiland, een stuk verder uit de kust. Het stille vulkanische eiland ligt daar midden tussen de koraalriffen.
Er wonen slechts een paar mensen op het kleine stukje land, dat verder vooral bewoond wordt door koala’s en wilde geiten. Toen er steeds meer dode geiten werden gevonden, waarschuwden de bewoners de autoriteiten. Ze hadden een hond gezien, maar gingen er vanuit dat het om een wilde hond ging.
Wildlife rangers vingen het beest en daar hoorde Jan Griffith zijdelings van. Ze vroeg zich onmiddellijk af of het om Sophie Tucker kon gaan, maar besloot dat dat niet kon. “Dan had ze vijf mijl moeten zwemmen en bovendien moeten uitvinden hoe te overleven. We dachten ‘no way!’”
Toen de rangers de hond naar het vasteland hadden overgebracht, konden ze het toch niet laten een kijkje te nemen. Daar, in een kooi, zat een grijszwarte hond. “We riepen haar naam en ze werd gek – jankend en bonkend tegen haar kooi. Ze lieten haar los, ze rende naar ons toe en gooide ons uit enthousiasme bijna omver.”
Inmiddels is Sophie Tucker weer thuis. “Ze is al weer helemaal gewend, ik denk dat ze vooral geniet van de airconditioning.” Met recht een vreemd verhaal.