Vanuit Amsterdam zeilt Toine Heijmans in een Jeanneau Espace uit 1987, die tevens dienstdoet als kantoor. Iedere maand schrijft hij een column voor Zeilen. Onderstaande column werd gepubliceerd in Zeilen 05/2026.
Weten wat je doet
De ziel van het zeilen houdt zich verborgen in het opkruisen van een smalle geul – daar kom je wel achter, als je gedwongen door fysiek ongemak (het komt goed, dank je) dit jaar nog geen mijl hebt gevaren. Denkend aan de boot droom ik alleen maar van de korte slagen die mijn superjacht maakt bij het naderen van de stad. Altijd weer de keuze zodra ik het Buiten-IJ bereik: zeilen eraf en motor starten om veilig naar binnen te tuffen, of hoog aan de wind klappen maken tussen de gevaarlijk denderende binnenvaart door.
Dat laatste is altijd het beste idee. Op het Buiten-IJ staat de wind meestal tegen, alsof Amsterdam het je moeilijk wil maken (daar is het de stad ook naar). Westzuidwest, komt door de tunnelwerking. Achter de monumentale, fonkelwit gerestaureerde vuurtoren Hoek van ’t IJ doemt het gedonder op: razende snelweg, spiegeltorens, vliegtuiglawaai. Meetings, e-mails, hypotheek. Alleen daarom al is het verstandig de thuisvaart zo lang mogelijk te rekken.
Laveren is vierdimensionaal denken en handelen
Rifje erin, de vlagen komen altijd onverwacht. Achter het dijkje van daan dat ooit de dikste smeerpijp van de stad droeg, maar nu tot natuurgebied is verklaard. De verzamelde meeuwen stijgen krijsend op als de zeilen klapperend door de wind gaan, als enthousiast publiek. Laveren is vierdimensionaal denken en handelen. Onder water liggen de keien van de dijk, en aan de andere kant de veenachtige ondiepten van Durgerdam. De ware koers speelt verstoppertje, verspringt van vlaag naar vlaag, en onderwijl verschijnen en verdwijnen diepliggende vrachtboten; de gevaarlijkste liggen gemeerd tegen de palen voor kegelschepen.
Oog op de dieptemeter, oog op de killende halshoek, oog op de openstaande Schellingwouderbrug, oog op de boeien, oog op de fokkenschoot die na elke klap alvast om de lier aan lij moet, want daar is de volgende klap alweer, en de volgende, en de volgende. Ogen tekort. Dat intense nergens anders aan denken, daar droom ik van. Maar het gaat me ook om iets anders.
Het woord laveren, lees ik, bestaat sinds de veertiende eeuw. En net als veel andere scheepvaarttermen kreeg het in de echte wereld een andere betekenis. Zoiets als: omzichtig moeilijkheden vermijden, tussen de klippen van het leven/de politiek/de liefde door er toch iets van maken, handig belangen afwegen om tot een compromis te komen. Terwijl het mooie van laveren wat mij betreft het tegenovergestelde is: tegen de wind in zeilen. Iets doen wat eigenlijk niet de bedoeling is. Daarom droom ik ervan.
Net als de rest van het land is het Buiten-IJ keurig uitgebaggerd, en afgebakend met betonning en voorschriften. Regels maken er de dienst uit, maar godzijdank mag je zelfs daar nog gewoon laveren. Van ondiepte naar ondiepte, vlak achter het brede achterschip van een containerschip door, de slagen zo lang mogelijk rekken want elke meter is er één. De schoot al klaar aan lij, het grootzeilval goed doorgezet, een haakse hoek, het ratelen van de genualier, en mijn superjacht is alweer onderweg naar de overkant.
Het trage hellen van de romp. Het kijken achter de zeilen door. De betonning doet er niet meer toe, alleen de diepte is belangrijk. En de rimpelingen op het water, en de wolken, en de waterstand, en de luchtdruk – álles is belangrijk bij het kruisend binnenvaren van de stad. Het gevoel net op tijd de boeg te keren, nooit te vroeg en nooit te laat.
Dat is de ziel van het zeilen: leven buiten de lijntjes, tegen de stroom in, en tegelijk precies weten wat je doet.
Publicaties Toine Heijmans
Toine Heijmans is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Vanuit Amsterdam zeilt hij in een Jeanneau Espace uit 1987, die tevens dienstdoet als kantoor. Eerder verschenen van zijn hand de roman Op zee en de vaarverhalenbundel Marifoonberichten. Voor zijn nieuwste boek Verwaaid selecteerde hij de beste columns uit vijf jaar Zeilen. Toine schaamt zich niet voor het espressoapparaat in de kombuis.