Olav Cox voert sinds 2002 aankoopkeuringen uit van zeiljachten. Daarbij komt hij nogal eens in opmerkelijke situaties terecht. Onderstaande Dagboek van een keurmeester is in Zeilen 06/2026 gepubliceerd.
Scheef
Tijdens het uitwerken van een keuringsrapport gaat mijn telefoon. Ik zit diep geconcentreerd te werken en twijfel even of ik zal opnemen, maar tik dan toch op het groene icoontje. Een mannenstem vraagt of hij me mag storen met een vraagje over zijn boot. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt, laat maar horen. Hij stelt zich voor als Tim en vertelt dat hij onlangs een zeiljacht heeft gekocht in Engeland. Ik zie direct een avontuurlijk keuringstripje voor me, maar dan wordt duidelijk dat de boot al van hem is en in Nederland ligt. Sinds vanochtend, welteverstaan.
De Engelse oud-eigenaar heeft de boot mee overgevaren en is inmiddels weer op weg naar huis. Toen Tim een halfuurtje geleden zijn nieuwe aanwinst nog eens rustig bekeek, viel hem op dat de boot scheef ligt, naar bakboord. En dat was 24 uur geleden bij vertrek uit Engeland absoluut niet het geval!
“We hebben de hele oversteek op de motor gevaren, hoezo?”
Hij vertelt dat het een nogal onstuimige Noordzee-oversteek was geweest, waarbij het jacht, een jong polyester toerjacht van een grote seriewerf, met het vlakke voorschip behoorlijk op de golven had geklapt.
“En nou denk ik dat er iets mis is met de kiel en ik hoopte dat jij daar iets zinnigs over kunt zeggen. Kan het zijn dat de kiel aan één kant is losgekomen en er nu scheef onder hangt?”
Ietwat overdonderd door dit idee vraag ik hem of hij al onder de vloeren heeft gekeken.
“Goed idee, ga ik meteen doen!”
Ik hoor hoe hij vloerdelen optilt en constateert dat er geen water onder de vloeren staat. Hij vertelt dat hij onder de kajuittafel grote moeren ziet, in paren naast elkaar. “Nou, die zijn dan alvast niet door de romp heen getrokken,” zeg ik.
“Dat niet, nee, maar zou het kunnen zijn dat ze aan één kant allemaal zijn afgebroken, door een eerdere stranding of zo?”
Ik zeg dat dit wel erg onwaarschijnlijk klinkt, maar daar heeft zijn lichte paniek geen boodschap aan. Die Engelse verkoper heeft hem vast keihard opgelicht. Die kiel had er onderweg wel af kunnen donderen! En dan? Levensgevaarlijk! Waarom had er dan ook geen enkele expert tijd voor een aankoopkeuring? Nu zat hij mooi met een scheefliggend wrak opgescheept!
“Ligt de boot misschien dwars op de wind langs de steiger, of is er aan boord gewicht verplaatst?”
Geërgerd meldt hij dat het vrijwel windstil is en dat het op een 11 meter lang jacht vast geen verschil maakt waar zijn weekendtas ligt.
“Hebben jullie veel gemotord?” vraag ik.
“We hebben de hele oversteek op de motor gevaren, hoezo?”
“Nou, omdat de dieseltank van dit type jacht zich onder de stuurboord achterkooi bevindt, en die zou best invloed kunnen hebben op het scheefliggen. Hoeveel diesel zit daar nog in?”
Tim controleert de digitale tankmeter: “De dieseltank is voor 89 procent vol.”
Dat kan bijna niet kloppen: als ze de hele overtocht op de motor tegen de wind in hebben gevaren zal er aardig wat diesel zijn verstookt. Tim houdt echter vast aan de scheve kiel, dus ik vraag hem of hij kan proberen de boot met wat gewicht rechtop te trimmen, om zo een beter idee te krijgen van de grootte van het probleem. Een langslopende jongen in de haven is zo vriendelijk om even in het stuurboord gangboord te gaan staan, en Tim ziet vanaf de steiger dat de boot weer rechtop ligt. Ik raad hem aan de volgens de geavanceerde tankmeter vrijwel volle dieseltank toch maar eens bij te vullen.
Morrend gaat hij akkoord. Voor we ophangen vraagt hij me of ik anders morgen tijd heb om langs te komen om de kiel te inspecteren. Ik hoor die dag niets meer van hem.
Een paar dagen later ontvang ik een pakketje met daarin een grote doos bonbons en een kaartje: “Dag Olav, er ging precies 64 liter diesel in de tank, en toen lag de boot weer recht. Dank!”
Publicaties Olav Cox
In 2011 publiceerde Olav Cox zijn avonturenboek Ritme van de oceaan.