Wieke van Oordt doet afwisselend verslag in Zeilen van haar avonturen als opstapper en als schipper. In 2020 publiceerde ze het boek Steigerjunkie en in 2021 kocht ze haar Beneteau First 26, Avalon, waarmee ze steeds verder de grenzen van haar vaargebied verlegt. Onderstaande column werd in Zeilen 06/2026 gepubliceerd.
De SG12 is me d’r eentje
Ik houd niet van de kleur rood. Dat dacht ik in mijn pré-zeilleven.
“Zit je klaar?”
Ik roep het naar voren, naar de plecht van mijn boot, waar mijn opstapper net naartoe is geklauterd en nu aan de bakboordzijde is gaan zitten. Ze heeft haar linkerarm geklemd om een stag en heeft, als ik het vanaf hier goed kan zien, inderdaad haar telefoon in haar rechterhand.
“Jaaa!” roept ze tegen de wind in, maar ik kan haar toch horen. “Ik ben er klaar voor.”
Later, al lang weer thuis, bladerend door de foto’s op mijn telefoon, herinnert de boei me aan hoe de zeildag was.
“Nog niet, nog niet! Hij moet eerst draaien, wacht tot je de letters en cijfers… NU.” Terwijl ik het roep, voel ik een ruk aan de helmstok. De boot maakt een zwieper en ik raak uit mijn evenwicht, ik kan nog net een val tegenhouden door mijn arm uit te strekken en tegen de rand te steunen.
“Au!”
O hemel, mijn opstapper. Ze is toch hopelijk niet omver gezwiept? Nee, gelukkig, daar zit ze nog, haar arm nog altijd stevig geklemd om het stag.
“Je moet wel ópletten, hè,” zegt mijn co-schipper. Hij was het die een ruk aan de helmstok had gegeven, waardoor de boot een scherpe bocht nam. “We gingen recht op die boei af.”
“Ja, ik weet het,” antwoord ik en zucht tevreden. We gingen er inderdaad recht op af, iets te recht, dat moet ik onmiddellijk toegeven, maar het kan niet anders dan dat dit een mooi plaatje heeft opgeleverd.
“En?” roep ik naar voren. Ah, ze komt al terug. Kan ik gelijk zelf zien hoe het is geworden.
“Geef nou maar even aan mij,” bromt mijn co-schipper naast me, schuift me opzij en gaat beter voor de helmstok zitten.
Ik strek mijn arm uit naar de opstapper, eerst om haar in de kuip te helpen en daarna om haar telefoon over te nemen. “Kijken, laat eens kijken.”
“Ja, wacht nou even. Ik moet eerst toch nog de…
O, je hebt hem al.”
“Ahhh, mooi! Zie zelf dan!”
“Ja, hij is goed gelukt.”
“Prachtig. Dat rood!”
Rood. Hekel aan. Kun je een kleur zo vervelend vinden dat je deze bant uit je omgeving? Eenvoudigweg niet wilt zien? Ik heb ooit een vriendin horen vertellen over een workshop die ze had gevolgd om erachter te komen welke kleuren wel en niet bij haar zouden passen. En welke invloed in het algemeen kleuren hebben op iemands reilen en – wait for it – zeilen.
Ik heb het destijds weggezet als een slim verdienmodel, zo’n kleurencoach, wat niets afdoet aan het feit dat ik het ermee eens ben. Mijn humeur wordt absoluut beïnvloed door kleur en dat van jullie ook. De ene kleur kalmeert, de andere wekt energie op. En bij mij verandert de voorkeur voor kleuren nog weleens, maar er is een constante: rood komt niet voor in mijn huis. Niet in mijn garderobe en, zo veel als ik het kan beïnvloeden, niet op de omslagen en in de illustraties van mijn boeken. Ik houd niet van rood en dat weten al mijn vrienden. Correctie: ik hiéld niet van rood, want dat veranderde dus – ook al – sinds ik ben gaan zeilen.
Zeg nou zelf: met het juiste licht erop is het rood van een boei onweerstaanbaar. En dat juiste licht is een donkere lucht en een groenzwart water, waardoor de tonnen dieprood worden. Ooit klikte ik tot mijn stomme verbazing het ene plaatje na het andere. Later, al lang weer thuis, bladerend door de foto’s op mijn telefoon, herinnert de boei me aan hoe de zeildag was. Is de boei een badeendje? Dan stond-ie rechtop, was het doodtij en o ja, ik weet het weer, kwamen we tijdens die tocht heel vroeg in de ochtend zomaar twee foeragerende bruinvissen tegen, pal naast Avalon. Een hevig hellende boei: jaaa, toen hadden we zo’n felle regenbui, weetjenog!
Ik herinner mijn zeiltochten aan de tonnen. Een paar favorieten: de M15W12, de T30, T19, de S1, de VL5, de PG, de D12, de GVS4, de BO5, de SPORT A, de SPORT B en de S8. Ik blader verder in het fotoalbum op mijn telefoon. Andere zeilers hebben…
Ik weet eigenlijk niet wat andere zeilers in hun fotoalbums hebben staan. Waar maken zeilers onderweg foto’s van? Van het eten dat ze ’s avonds maken of bestellen? Toetjes, ankerbiertjes? Whyyyy. Van andere boten? Waarom zou je dat doen? Wat is er leuk aan een foto van een boot? Nooit begrepen. Een foto van een boot bevat te veel detail, veel te onrustig. En wie hierin een pleidooi leest om geen boten meer op de cover van Zeilen te zetten, heeft het juist.
Er zijn twee zeilzaken waar ik wel urenlang naar kan kijken. De eerste is de zeiler zelf (meer portretten van zeilers graag!) en de tweede zijn tonnen. Van groen hield ik al, van het rood ben ik op het water gaan houden, en zelfs het geel van bijvoorbeeld sportboeien of die gekke kabelmannetjes ben ik enorm veel meer gaan waarderen.
De SG12.
“Dat was me d’r eentje! Weet je het nog?”
“De SG...” zegt mijn co-schipper. “Help me even.”
“Toen hadden we twee knopen mee en de wind kwam precíés van opzij, dus we vlogen erlangs. Het was een zondagochtend, even voor elf uur.”
“Eh…”
“Laat maar. Jij nam die avond mosselen in dat restaurant naast de haven. En bier van de lokale brou…”
“O jaa, natuurlijk!”
Publicaties Wieke van Oordt
Wieke van Oordt doet afwisselend verslag in Zeilen van haar avonturen als opstapper en als schipper. In 2018 publiceerde ze het boek Vrouwen kunnen niet zeilen en in 2020 Steigerjunkie. In 2021 kocht ze haar Beneteau First 26, Avalon, waarmee ze steeds verder de grenzen van haar vaargebied verlegt.