Zeiltrim

Praktijktip: Welke maat lier heb ik nodig?

Voor het verzwaren van een schootlier kun je niet gewoon een maatje groter pakken. Waar moet je rekening mee houden?

Marinus van Sijdenborgh de Jong
3 minuten
Praktijktip: Welke maat lier heb ik nodig?
Praktijktip: Welke maat lier heb ik nodig?

Als ik de fok bij windkracht 4 dicht wil trekken, heb ik Arnold Schwarzenegger nodig. De maat 8 schootlieren van mijn 22-voeter zijn dus te klein. Zelfhalende lieren (aangeduid met ST, van self-tailing ) met twee versnellingen zijn kostbaar en zwaar. Dus ik ben op zoek naar een simpel model: single speed en niet zelfhalend.

Maat

Mijn huidige lieren zijn van Meissner, een Nederlands merk dat niet meer bestaat. De 8 op de lier staat voor een krachtverhouding: duw je met 1 kilo tegen de lierhendel van een maat 8 lier, dan kun je er in theorie 8 kilo mee genereren. Een gemiddelde volwassene in goede conditie trekt maximaal zo’n 20 tot 25 kilo kracht.

In de praktijk zit of sta je nooit optimaal voor een lier, dus gaan we uit van zo’n 10 tot 15 kilo. Met de huidige lieren trek ik in het slechtste geval (10 x 8 =) 80 kilo.

Tig jaar geleden testten we de trekkracht van lieren in de praktijk ( Zeilen 12/2013, om precies te zijn). Daaruit bleek dat je circa 50 procent van je input verliest in en rond de lier. Ook in de geleiding van de schoot door het lij-oog gaat nog eens 10 procent van die kracht verloren, waardoor er bij de fok van mijn berekende 80 kilo nog maar 36 over is.

Hoeveel kracht in de schoot?

Kennelijk komt er meer kracht op de schoot dan 36 kilo. De kracht op een schoot (SL, ofwel sheet load ) bereken je als volgt: SA x V2 x 0,02104. Hierbij is SA het zeiloppervlak in vierkante meters en staat V voor de schijnbare windsnelheid in knopen. Voor mijn bescheiden fok van 7 vierkante meter bij 16 knopen kom ik uit op 38 kilo. Dat is meer dan ik comfortabel kan leveren, maar het scheelt niet veel.

Enig onderzoek leert dat bovengenoemde formule voor schootkracht is gebaseerd op een genua, waarbij je min of meer haaks op het voorlijk trekt. Mijn fokje betreft een high aspect-fok – een relatief hoge, smalle fok, waarbij je onder een zeer ongunstige hoek aan de schoothoek trekt. De kracht die je nodig hebt om het achterlijk van zo’n high aspect-fok dicht te trekken is twee keer zoveel als bij een 150 procent-genua. Voor mijn fok kom ik dan op 76 kilo uit.

Langere lierhendel

Daarnaast blijkt mijn lierhendel 8 inch en niet de standaard 10 inch (25,4 centimeter) te zijn, waarop liermaten gebaseerd zijn. Daardoor kan ik nog eens 20 procent minder kilo’s in de lier stoppen: dat levert bij de fok nog maar 28,8 kilo op in plaats van de benodigde 76. Geen wonder dat ik Schwarzenegger nodig heb!

Zo kom ik uiteindelijk tot de volgende berekening. Eerst corrigeer ik voor het verlies van 10 procent: 76 / 0,90 = 84,4 kilo trekkracht die de lier moet leveren. Omdat de lier slechts de helft van de ingevoerde kracht benut, betekent dit dat er 84,4 / 0,5 = 168,8 kilo nodig is. Deel ik dit door de kracht die ik zelf kan zetten (10 kilo), dan kom ik uit op 168,8 / 10 = 16,88. Ik moet dus op zoek naar een lier van maat 16.88.

Andere benadering

Tuig- en knoopexpert Brion Toss benadert de zaak iets anders in zijn standaardwerk The Complete Rigger’s Apprentice. Hij geeft de volgende formule voor de gewenste krachtverhouding: (SA x 29) / 15,9. Daarbij geeft de factor 29 de windkracht en verliezen weer, en de 15,9 staat voor het maximum aantal kilo dat een persoon comfortabel aan de lierhendel kan leveren. In mijn geval komt daar (7 x 29) / 15,9 = 12,77 uit, ook ruimschoots boven de maat 8 die ik nu heb. Als ik uitga van de minimaal te leveren kracht van 10 kilo, kom ik zelfs op een lier van maat 20.3: (7 x 29) / 10. Andersom, suggereert Toss, kan ik ook uitrekenen wat voor kracht mijn huidige lier van mij vraagt door de huidige krachtverhouding van 8 in te vullen: (7 x 29) / 8 = 25,37. Meer dan 25 kilo!

Boven budget?

Eerst leek ik slechts één maat groter nodig te hebben, maar volgens de berekeningen kom ik op maat 16 of zelfs maat 20 uit. Daarin is voldoende keus, mits de portemonnee het toelaat; per lier betaal je rustig 500 euro of meer. Voor dat bedrag kan de boot heel de zomer liggen.

Gelukkig levert Toss ook alternatieven. Met een blokje aan de schoothoek van de fok en het ene eind van de schoot aan de genuarail, is de schoot ineens 2:1 vertraagd en komt er nog maar de helft van de kracht in de schoot terecht. Komt mijn maat 8 toch nog uit. Mits ik voor slechts 100 euro een goede kwaliteit 10 inch lierhendel koop: lang zo gek nog niet.

Deze praktijktip is gepubliceerd in Zeilen 07/2026. Zit jij ook met een dilemma of heb je een praktijktip? Mail het naar marinus@zeilen.nl.

Meer Zeiltrim