Stel: je hebt zo’n 50.000 euro te besteden en wilt eindelijk die eigen boot kopen. Maar welk schip geeft je het meeste plezier, comfort en betrouwbaarheid voor dat budget? Van toergericht tot sportief, van royaal tot verrassend praktisch: de komende vijf weken lichten we elke week één tweedehands boot uit. Eerder waren het de Bavaria 30 Cruiser, Dufour 30 Classic, Dehler 31 Top en de X-342. Deze week is de laatste, de Winner 9.50.
Deze Winner 9.50 was het eerste model Winner dat Dick Rus bouwde op zijn toenmalige werf in Enkhuizen. Net als de Dehler 31 is de boot (grotendeels) ontworpen door Cees van Tongeren, van ontwerpbureau Van de Stadt. De wens van de werf voor een snel en comfortabel toerjacht met voldoende leefruimte benedendeks vertaalde zich in de open opstelling tussen voor- en achterschip.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2Fa06EBQ4lQQxOS21765807403.png)
Twee gezichten
De Winner heeft onder dek een ouderwetse indeling: je komt binnen langs (niet óver) het aanrechtblad, de slaapplaats achter is niet afsluitbaar en de sanitaire ruimte bevindt zich voor het hoofdschot. De halfschotten van kombuis en navigatietafel zijn voorzien van een slingerpaal. Deze bewust gekozen indeling zorgt voor veel leefruimte en gecombineerd met een strakke, lichte inrichting ziet het er ineens heel modern uit. De teak intimmering, zoals die op de testboot aanwezig is, oogt traditioneler dan de eveneens verkrijgbare wit essen versie. Met uitzondering van wat slijtage op het houtwerk ziet de boot er netjes uit. Het ontbreken van schotten en intimmering maakt de eerste aanblik wel wat rommelig.
Slapen en kombuis
Zowel het bed achterin als de salonbanken zijn 1,94 meter lang. Dat is aan de krappe kant, maar overkomelijk. Het bed in de punt is gezellig krap en dus vooral geschikt voor een kleine volwassene of kinderen. Je kunt de punt enigszins afsluiten met een klein deurtje; deze is op de testboot echter niet (meer) aanwezig.
Achter de salonbanken zijn kastjes gemonteerd, met daarbovenop weer een legplank. Dat is praktisch en oogt ruimtelijk. Onder de banken zijn rvs water- en dieseltanks geplaatst voor een goede balans onder zeil. Het gegalvaniseerd stalen frame onder de vloer zit netjes in de verf en vertoont geen scheurtjes.
In de kombuis is een relatief groot werkoppervlak. Erachter zijn kastjes met plexiglas schuifpanelen geplaatst. De kleine afvalbak is ook achter het werkblad verwerkt, dus je moet met alle vieze troep over het werkblad heen – onhandig. Het kunnen verwijderen van een volle vuilniszak vanaf de achterkant, via de bakskist is dan wel praktisch gevonden. De afdekplaat van het grote driepitsfornuis kun je helaas nergens goed kwijt. Onder helling koken is echter goed mogelijk en door de positie van de kombuis zijn de lijntjes met de zeilende bemanning kort. De ruimte voor elektra is beperkt. Vlak boven de trap is een waterdicht afgesloten paneel via welk het modern en netjes geïnstalleerde schakelpaneel bereikbaar is. Extra apparatuur toevoegen kan eigenlijk niet zonder leidingen in het zicht te leggen. Dat wat op de testboot aanwezig is, ziet er netjes uit.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FkoAWNrz8j62jGL1765807627.jpg)
Aan dek
De enorme bakskist aan bakboord is opvallend. Hij heeft maar liefst twee vloertjes waaronder behoorlijk wat ruimte zit. Ook is hier het houtwerk van de achterzijde van de kombuis en diverse elektrawerk zichtbaar. Dat is allemaal voldoende beschermd, maar ook hier oogt het wat rommelig. Vanuit de bakskist kun je dingen ‘om het hoekje’ kwijtraken in het achteronder, waar het kan gaan zwerven en/of schade veroorzaken. Zo vinden we in het achteronder een oude klapschroef die in drie delen op expeditie is gegaan.
Onder zeil
De schoot is goed verstelbaar vanuit het gangboord en de boot luistert redelijk goed naar de trim. Met de helmstokverlenger in de hand en de grootschoot over het bovenbeen kan een kind de was doen.
De verchroomde Barient zelfhalende genualieren zijn uitstekend gedimensioneerd en functioneren goed. De lijnen zijn soepel en gangbaar. De vallieren op het dak zijn ook hier met de buiskap erop niet goed te bedienen. Net als de Dehler heeft het dek van de Winner TBS-antislipmateriaal.
Alle trimlijnen lopen naar achteren, maar voor het hijsen en reven moet je naar de mast. Dat kun je naar wens ook allemaal naar achteren leiden, maar dat is op dit formaat boot eigenlijk niet nodig – maar wel heel handig.
We hebben de Winner vaker gezeild en ook dit exemplaar is vriendelijk en luistert goed naar zijn roerganger, zonder veel te vragen. Het is geen langzame maar ook geen buitengewoon snelle zeiler, maar met voldoende pit om van A naar B te gaan en nooit als laatste aan te komen.
Disclaimer: deze tekst is eerder verschenen in Zeilen 11/2019. De genoemde prijzen kunnen dus verschillen.
Tekst: Marinus van Sijdenborgh de Jong
- Ben Scheurer