Stel: je hebt zo’n 50.000 euro te besteden en wilt eindelijk die eigen boot kopen. Maar welk schip geeft je het meeste plezier, comfort en betrouwbaarheid voor dat budget? Van toergericht tot sportief, van royaal tot verrassend praktisch: de komende vijf weken lichten we elke week één tweedehands boot uit. Vorig week was het de Bavaria 30 Cruiser. Deze week is het de Dufour 30 Classic.
Het eerste dat opvalt als we bij de Dufour binnenlopen, is het formaat. Deze boot is in tegenstelling tot de andere testboten maar 8,99 meter lang – en zo oogt hij ook. Deze in 1997 geïntroduceerde Dufour 30 Classic voldeed helemaal aan het beeld dat Michel Dufour voor ogen had bij oprichting van zijn werf in 1964: een relatief goedkope, degelijke en tamelijk snelle familiezeiler. De vanafprijs bij de introductie was met 47.512 gulden bijzonder concurrerend. Het exemplaar dat wij varen, staat te koop voor 29.000 euro en is in uitmuntende staat.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FSbzy0IdfB3m5Kb1763995866.png)
Binnenschaal troef
De Dufour is zeer eenvoudig, maar ook zeer compleet uitgevoerd. Het interieur is grotendeels opgetrokken uit een polyester binnenschaal die ook zorgt voor de stijfheid van het onderwaterschip. Het meubi lair bestaat verder uit goed (!) gelakte en gefineerde multiplex panelen.
De bergruimte is door het gebruik van de binnenschaal zeer beperkt. Diezelfde binnenschaal heeft ook tot gevolg dat de water en dieseltank in de uiteinden van de boot zijn geplaatst, wat het stampgedrag niet ten goede komt. In plaats van afsluit bare kastjes zijn er halfopen vakken: niet heel zeevast. Een wegneembare slingerlat voor elk vakje is hier goud waard.
Korte slaapplaatsen
Het formaat van het interieur wordt bepaald door de indeling. De sanitaire ruimte en de achterhut zijn wat verder doorgeschoven naar voren, waardoor er weinig ruimte overblijft voor de hut in de punt. Dat zie je terug in de slaapruimte, die net voldoende is voor een niet al te lange volwassene. Oorspronkelijk was het een open hut, waarbij een Uvormige salonbank was bedacht. Het hoofdschot – de afsluitbare hut in de punt – is pas in tweede instantie geïntroduceerd voor dit model, en dat zie je terug in het formaat van het deurtje. Dat is met 1,35 x 0,35 meter minimaal en vereist een zijwaartse entree. De zit op de salonbanken is uitstekend; helaas zijn ze te kort om op te slapen.
De kajuittafel zit stevig vast en is ook nuttig in opgeklapte toestand (slinggerrandje aanwezig). De kombuis is klein maar bruikbaar, net als de navigatiehoek. Alleen de zit is (letterlijk) onder de maat. In de sanitaire ruimte is een heuse natkast aangebracht, maar ook hier lijken niet de juiste slangen en/of aansluitingen gebruikt: het stinkt.
Vocht
De motor en ander installatiewerk zijn goed bereikbaar. In de binnenschaal zijn uitsparingen gemaakt om het installatie werk te geleiden. Door het ontbreken van enige bekleding valt op dat het laminaat ter hoogte van de kuip erg dun is. Vanuit de hut kun je via een luikje in het achteronder komen, waar al wat water staat (dat gewoon tegen het houten schot kan blijven staan).
Onder zeil
Onder zeil is de Dufour een heerlijk eenvoudige en lichtvoetige boot. De top getuigde mast staat relatief ver naar voren, waardoor een zeker openbootgevoel ontstaat. Door de hoge kuipvloer zit je meer óp dan in de boot. Tegelijkertijd zit je behoorlijk dicht bij het water en is de zeilbeleving maximaal. De boot is geleverd met helmstok en zonder overloop, waar- door je in de kuip veel ruimte overhoudt. De testboot is in zeer goede, gangbare staat. We sturen de Dufour naar aan de wind en meten een uitstekende 6,1 knopen snelheid. Dat is grotendeels te danken aan de weinig gebruikte set zeilen die er mooi op staat. Aan de wind is de boot uitstekend in balans en met een beetje trimmen staat er nauwelijks druk op de helmstok.
De Lewmar 30ST-daklieren zijn zowel voor de trimlijnen en vallen als voor de fokkenschoten ingericht, waardoor de lijnen van één boord nooit te trimmen zijn. De lier is immers bezet door de fokkenschoot. Een klem op de schoot vóór de lier zou dat euvel verhelpen. Reven doe je bij de mast; onder de giek is voor dat doel een extra zelhalende lier geplaatst.
Gek genoeg is er geen garage aanwezig voor het kajuitluik – buiswater kan eenvoudig naar binnen stromen – en zijn zowel de kikkers als het ankerbeslag te klein uitgevoerd, waardoor ze nauwelijks bruikbaar zijn. Dat strookt niet met de uitstekende gedimensioneerde lieren en klemmen en de algehele hanteerbaarheid van de boot.
Disclaimer: deze tekst is eerder verschenen in Zeilen 11/2019. De genoemde prijzen kunnen dus verschillen.
Tekst: Marinus van Sijdenborgh de Jong
- Ben Scheurer