De boot hangt in de kraan, het water lonkt — en dan zie je het: een straaltje waar het niet hoort. Lekkages spoor je het liefst op in de winterstalling, niet bij de eerste mijlen in het voorjaar. Met deze tips ga je droog en vol vertrouwen het water op.
Begin met een droge nulmeting
Maak bilge, kastjes en bakskisten volledig droog en leg keukenpapier op strategische plekken. Noteer bestaande vochtplekken, zodat je meteen ziet of er nieuw vocht bij komt zodra de boot weer in het water ligt.
Controle onder waterlijn en kiel
Onder de waterlijn wil je geen verrassingen. Controleer huiddoorvoeren, afsluiters, kielbouten en kitnaden op corrosie, scheurtjes of stroefheid. Alles wat roest, scheurt of stroef werkt, moet vóór de boot weer het water ingaat worden aangepakt.
Inspecteer schroefasafdichting, saildrive-manchet en andere rubberen onderdelen. Controleer watertanks, pompverbindingen, afvoerleidingen en boileraansluitingen. Zet het systeem eventueel onder druk om lekkages te vinden; een lekkende saildrive of leiding kan flinke schade veroorzaken.
Naast routinecontrole van de motor is het belangrijk om afdichtingen rond de schroefas en de impellerbehuizing (wierpot) te inspecteren. Rubber kan door kou uitdrogen of scheuren en voor lekkage zorgen zodra het systeem onder druk komt te staan...
Elektronica en kabeldoorvoeren
Water volgt kabels naar binnen. Controleer kabelwartels bij de mast, doorvoeren van zonnepanelen en antenne-aansluitingen. Kleine openingen kunnen snel grote problemen geven.
Dek, ramen en luiken
Veel lekkages komen van boven. Controleer dekbeslag, preekstoel- en hekstoelpoten, scepterpotten, lieren, dakluiken en de mastvoet. Bij oudere boten zijn ramen en luiken vaak de boosdoeners: let op verkleuring, zachte plekken en oude siliconen. Een lage-druk sproeitest kan verborgen lekkages snel blootleggen.