Aan boord

De koperkleurige olifant in de kamer

Coppercoat: duurzaam alternatief of terecht verboden?

Ben Rutte
De koperkleurige olifant in de kamer

Coppercoat is een antifouling met een trouwe schare enthousiaste gebruikers. Het heeft een zeer hoge concentratie koper en staat bekend om zijn lange levensduur. In alle ons omringde landen mag je het kopen en gebruiken, maar in Nederland is het niet toegelaten. Waarom is dat zo? En wat zijn de ervaringen van zeilers die er toch wel mee varen?

Ondanks een groeiende keuze aan alternatieve biocidevrije oplossingen gaan in Nederland elk jaar in maart honderdduizenden liters biocide houdende antifouling over de toonbank. Boot eigenaren brengen deze gigantische hoeveelheid antifouling aan op hun plezierjachten. Al deze verf doet er zo’n twee vaarseizoenen over om volledig in het oppervlaktewater te verdwijnen, maar in de praktijk smeren veel watersporters zelfs elk jaar een nieuwe laag. In Zeilen besteden we hieraan al jaren aandacht en schrijven we regelmatig over milieu vriendelijke alternatieven en de bruikbaarheid daarvan (zie ook de qrcode hiernaast). We hebben niet eerder uitvoerig over Coppercoat als alter natief geschreven, simpelweg omdat het product niet is toegelaten in Nederland. Op een verantwoorde manier een product belichten dat strikt gezien verboden is om op een zeiljacht aan te brengen, is ingewikkeld. Toch wordt het veel gebruikt en is het een terugkerend onderwerp van gesprek op jachthavensteigers. Dat is precies de reden dat we er nu wel aandacht aan besteden en een duik nemen in de stroperige wereld van de antifouling. We proberen uit te zoeken hoe de vork in de steel zit. Wat is Coppercoat precies, en waarom is het niet toegestaan ondanks de claims dat het minder schadelijk is voor het milieu?

'Het zat al op de romp.'

Folkert: “Wij kochten onze Norlin met Coppercoat op de romp in Denemarken. Het was voor mij geen optie om bij aankomst in Nederland een andere onderwaterverf of antifouling aan te brengen. Ik vind het niet duurzaam om de bestaande laag te verwijderen en iets nieuws aan te brengen. Dat het product in Nederland niet is toegelaten, heb ik voorlopig maar naast me neergelegd. Ik heb te weinig kennis van het product om te beoordelen wat de impact van Coppercoat is op het milieu. Mocht er in de toekomst een volledig nieuwe onderwater coating nodig zijn, dan zal ik die beslissing opnieuw moeten maken. Het werkt in elk geval erg goed en gaat jarenlang mee.”

Wat is het en hoe werkt het?

Coppercoat is een harde tweecomponenten epoxycoating met daarin ultrafijn koperpoeder, ontworpen om aangroei (zoals algen, mosselen en andere organismen) op de romp van schepen te minimaliseren. Het aanbrengen van het verfsysteem luistert nauw: het moet onder gecontroleerde omstandigheden in een aantal lagen worden aangebracht op het onderwaterschip. Het kopergehalte is bijzonder hoog (ongeveer 83 procent koper in de droge film), en de koper deeltjes zijn gevangen in de harde epoxylaag die erg duur zaam is en in tegenstelling tot zelfslijpende antifouling nauwelijks van de romp slijt. Coppercoat is niet goedkoop; voor een jacht van circa 11 meter moet je denken aan een investering van zo’n 1500 euro aan materiaal. Bij correct aanbrengen kan het systeem 10 tot 15 jaar effectief blijven.

Heel veel koper

In Nederland toegestane antifoulings mochten tot 2014 maximaal zo’n 25 procent koper bevatten en tegenwoordig nog maar zo’n 10 procent. Dat komt neer op ongeveer 150 gram koper per liter. Bij Coppercoat is dat maar liefst 2 kilogram per liter, meer dan tien keer zo veel dus. Het is niet vreemd dat een romp die met kilogrammen koper is ingesmeerd, weinig last heeft van aangroei van levende organismen. Daar staat tegenover dat de levens duur van een eenmaal aangebracht verfsysteem volgens de fabrikant dus minstens 10 jaar is. De ervaringen van onze lezers die je in dit artikel leest, lijken dat te bevestigen.

'Ik heb nog nooit iemand zien handhaven.'

Mark: “Twee jaar geleden heb ik onze Jeanneau Sunfast hele maal kaal gehaald, opnieuw Gelshield aangebracht en daarna afgewerkt met acht lagen Coppercoat. Met korrel 1000 heb ik het onderwaterschip gepolijst tot een spiegelgladde bodem. Na afgelopen vaarseizoen kwam de boot praktisch brandschoon uit het water. Ik heb kort gekeken naar andere producten, maar was snel overtuigd van Coppercoat. Ik wilde een gladde, aangroei werende bodem en dan blijven er niet veel opties over. Het lijkt me bovendien een stuk milieuvriendelijker. Dat de overheid het daar niet mee eens is en dit product niet wordt toegelaten, neem ik op de koop toe. Ik heb nog nooit iemand zien handhaven.”

Hoeveel komt er in het water?

De grote vraag is natuurlijk hoeveel gif er nu in het milieu komt. Daar zit ook meteen de kern van het probleem, want iedereen benadert dat weer net even anders. De instantie die verantwoor delijk is voor de toelating, is niet transparant over de door haar gehanteerde meetmethode. Om toch een benadering te kunnen maken gebruiken we het rapport Factsheet antifouling recreatie vaart dat in opdracht van Rijkswaterstaat door Deltares en TNO is uitgevoerd en waarin een inschatting wordt gemaakt van de emissies van schadelijke stoffen door uitlogen bij recreatie vaartuigen. Op basis van inschattingen van de gehele vloot plezierjachten in Nederlandse jachthavens is de aanname dat een gemiddeld onderwaterschip een oppervlak van 23,1 vierkante meter heeft. De verfopbrengst van antifouling is volgens de fabrikanten gemid deld 10 vierkante meter per liter, uitgaande van zelfslijpende antifouling die eens per jaar wordt aangebracht. Een belangrijke aanname is dat daarvan de helft per jaar wegslijpt of oplost. Per jaar wordt dan 2,3 liter antifouling per boot verbruikt. Tot 2014 mocht antifouling in Nederland maximaal zo’n 25 procent koper bevatten, vanaf 2018 is dat nog maar zo’n 10 procent. Dat komt neer op ongeveer 150 gram koper per liter of 345 gram per boot. Als in een jaar de helft wegslijpt en/of oplost, zorgt dat voor een kopermissie van zo’n 170 gram per boot per jaar. Voor Coppercoat is deze berekening iets lastiger omdat het product veel langer op de romp blijft zitten. Niet verifieerbaar onderzoek (in opdracht van de fabrikant) suggereert dat na vijf jaar intensief gebruik slechts 4 procent van de oorspronkelijke verflaag is weggeslepen, in tegenstelling tot de 50 procent per jaar waarvan de modellen voor zelfslijpende antifouling uitgaan. De ervaring van gebruikers lijkt dit redelijk te bevestigen maar hiernaar is geen empirisch onderzoek verricht. Met een verf opbrengst volgens de fabrikant van 4 vierkante meter per liter voor het gehele systeem (van vijf lagen) zou dat betekenen dat voor een onderwaterschip van 23,1 vierkante meter afgerond 6 liter Coppercoat nodig is en dus 12 kilogram koper. Als daar na vijf jaar 4 procent van afslijt, praat je over een koperemissie van 96 gram per jaar. Dat valt door de ruime marges in de aannames wel in dezelfde ordegrootte. Coppercoat loogt dus wel minder, maar niet extreem veel minder koper uit, zoals de fabrikant beweert.

Vragen aan het CTGB

Ondanks Europese harmonisatie van regels over biociden onder het Biocidal Products Regulation (BPR) zijn de regels op dit moment in Nederland anders dan in onze buurlanden. Dat komt mede doordat een groot deel van het Nederlandse vaarwater zoet is en de impact van biociden daardoor veel groter, bijvoorbeeld in de havens aan het IJsselmeer en in Friesland. Omdat uitgeloogde biociden blijven hangen, is de concentratie schadelijke stoffen daar veel hoger. Om de kwaliteit van het zoete water hoog te houden is het percentage toegestane biociden in antifouling op de Nederlands markt lager dan in de rest van Europa. Aangezien het onmogelijk is om onderscheid te maken tussen zoet- en zoutwaterzeilers, kan geen onderscheid gemaakt worden in de regelgeving. De regels in Nederland zijn dus overal gelijk en gebaseerd op het zoete water. Over deze internationale verschillen spraken we met Hans van Boven van het Ctgb, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Coppercoat is overal toegestaan, behalve Nederland en Zweden. Hoe verklaart u dat?

“Voor toelating van biociden was lang geen Europese regeling, waardoor elk land zijn eigen regeling had. Heel veel landen gedoogden diverse biociden. Nederland was een van de eerste die daarvoor een nationale beoordelingssystematiek had, en bovendien was Nederland relatief streng. Wij beoordeelden al op criteria die sterk lijken op wat nu onder de Biocidenverordening (BPR) centraal in Europa gebeurt. Dit is een contrast met een land als bijvoorbeeld Duitsland, waar vroeger een melding en registratie van een biocideproduct al voldoende was. Die oude lokale regelgeving geldt daar nu nog steeds.”

Blijft dat zo, of worden de regels op Europees niveau op een lijn gebracht?

De BPR is een verordening op Europees niveau die de basis legt voor de toelating van biociden. Maar nog lang niet alle landen hebben hun biocide toelating al onder dat BPR gebracht. Daarnaast kunnen de uitvoering en handhaving van de regelgeving per land verschillen, afhankelijk van hoe de lidstaten de verordening implementeren.

Dat is erg onduidelijk. Als je als fabrikant een nieuwe toelatings aanvraag doet volgens het BPR, mag je dat dan in elk Europees land laten doen? En is het product dan meteen overal toegelaten?

“Ja, dat klopt: als een product onder het BPR wordt toegelaten, is dat meteen voor heel Europa. In het BPR staat exact omschreven waaraan het product moet voldoen en wat je als fabrikant precies moet aan leveren als je het wilt laten beoordelen. Daarbij geldt wel dat er in heel Europa voor beoordelingen een capaciteitsprobleem is, en dat geldt ook voor het Ctgb. Een toelating voor een nieuw product kan soms wel een paar jaar duren en de kosten voor een aanvraag gaan al snel in de richting van honderdduizend euro.”

Hoe schadelijk is Coppercoat?

Coppercoat heeft een extreem hoog gehalte aan koper, vergeleken met reguliere antifouling. Als de coating met water in contact komt, worden langzaam koperionen vrijgegeven die daarin hun schadelijke werk aan water organismen doen. Opgeloste koperionen zijn biologisch actief: ze kunnen gemakkelijk worden opgenomen door organismen, wat hun celprocessen verstoort. Koperionen tasten enzymen aan, verstoren de celadem haling, en kunnen de osmoregulatie (het reguleren van water en zoutbalans) in aquatische organismen zoals vissen en schaaldieren verstoren. Al deze giftige eigen schappen remmen de aangroei van organismen op het onderwaterschip, maar hebben ook een giftige werking op al het andere leven in het water. Vast koper is veel minder reactief. Metalen oppervlakken en ingekapseld koper poeder (zoals in Coppercoat) zijn minder giftig. Als koper in contact komt met water en zuurstof, vormt zich een oxide of patinalaag (zoals kopergroen). Deze laag vertraagt verdere afgifte van koperionen, waardoor de giftig heid beperkter is. Dit laatste vormt de basis van de claim van Coppercoat, namelijk dat het systeem koper afgeeft aan de omgeving, maar in zeer gecontroleerde hoeveelheden. Hierdoor zou het minder belastend zijn voor het milieu, in vergelijking met traditionele antifoulingoplossingen. Die hebben een lager gehalte aan biociden, maar laten veel meer achter in het milieu en moeten dus ook vaker (lees: vrijwel elk jaar) opnieuw worden aangebracht.

'In Duitsland is het gewoon te bestellen.'

Herman: “Drie jaar geleden heb ik onze Compromis voorzien van Coppercoat. Daar ben ik nog steeds tevreden over. In de Carieb hebben wij om de vier weken de aangroei met een harde borstel verwijderd. Sinds juli zijn wij weer in Nederland en ik heb onlangs bij de winterstalling met de hogedrukspuit wat groen slijm van de romp afgespoten. Omdat ik in Duitsland woon, heb ik de Coppercoat hier gewoon besteld. Voor het aanbrengen heb ik de boot drie weken in een verwarmde hal gezet. Dat zorgde voor de vereiste constante temperatuur en luchtvochtigheid.”

Toelating in Nederland

De instantie die verantwoordelijk is voor het toelaten van antifoulings in Nederland, is het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Daar is het product simpelweg niet bekend: “We hebben geen oordeel over Coppercoat en de geclaimde eigen schappen, omdat we het middel nooit ter beoordeling hebben gekregen en het onderliggende ‘bewijs’ niet kennen. We moeten een onderbouwde aanvraag hebben om de geclaimde eigenschappen te kunnen beoordelen. In 2015 is ons via een distributeur gemeld dat de producent een aanvraag in Nederland zou indienen, maar die is er nooit gekomen.”

'Hoewel die berekening in grote lijnen acceptabel is voor conventionele ééncomponenten antifouling, is die niet geschikt voor een harde tweecomponenten epoxycoating met daarin koperdeeltjes’

Daarmee verschuilt het Ctgb zich achter de formele procedures, want de fabrikant en toenmalige Nederlandse distributeur hebben wel degelijk een poging tot aanvraag ondernomen en informatie verschaft aan het Ctgb, maar hebben die uiteindelijk niet doorgezet vanwege de hoge kosten en omdat de aanvraag kansloos bleek. De fabrikant van Coppercoat zegt daarover tegen ons het volgende: “Wij begrijpen dat het op dit moment geen zin heeft om goedkeuring aan te vragen in Nederland. Dit komt doordat in plaats van te kijken naar de feitelijke, werkelijke uitlogingspercentages van een antifouling, een wiskundige berekening wordt gebruikt. Hoewel die berekening in grote lijnen acceptabel is voor conventionele ééncomponenten antifouling, is die niet geschikt voor een harde twee componenten epoxycoating met daarin koperdeeltjes.

'Wettelijk niet toegestaan? Ik zit er niet mee.'

GeertJan: “Mijn Beneteau First is door de vorige eigenaar in de Coppercoat gezet en ik ben er zeer tevreden over. Op zout water is er wel wat aangroei, maar vaar je sneller dan 5 knopen dan wappert het er vanzelf af. Ik lig nu op brak water en er groeien af en toe water pokken op het onderwaterschip en er is wat mosachtige aangroei. Die veeg je er met een bezem zo vanaf, de waterpokken zijn weer barstiger, maar laten zich met een ijskrabber makkelijk verwijderen. Ik was al bekend met Coppercoat en had het zelf gebruikt als ik de kans had gehad. Omdat het niet of nauwelijks meetbaar is in het milieu en het juist veel gif voorkómt, vind ik het een prima materiaal en zit ik er niet mee of het wel of niet wettelijk is toegestaan.”

'Na twaalf jaar pas kleine pokjes'

Fred: “Afgelopen zomer spotte ik, na twaalf jaar, de eerste kleine pokjes op onze zeilsloep, bij de propeller en op de schoepjes van de snelheidsmeter. Een volgende laag op de romp zal binnen kort nuttig zijn. De vinkiel is nog prima. Destijds heb ik er vier lagen opgezet. Dat was lastig met de overnaadse romp. Die had al een epoxyglasweefsel coating die er tijdens de renovatie opgezet was, ruim 25 jaar terug. Ik ben er zeer tevreden over. Mijn vaargebied is Lauwersmeer en Waddenzee, en ik maak langere tochten van twee tot drie maanden naar Denemarken en Zweden. Ik heb altijd een gladde boot."

Kort gezegd: de berekening die zij gebruiken, kijkt naar de hoeveelheid biocide in een hoeveelheid verf en gaat ervan uit dat 90 procent hiervan binnen twee jaar wordt uitge loogd. Dit is prima voor standaard ééncomponenten zelf slijpende antifouling. Maar bij Coppercoat zou het 90 jaar duren (en niet slechts twee jaar) om 90 procent van zijn biocide uit te logen. Dus het kijken naar de hoeveelheid biocide die wij gebruiken en dit vervolgens delen door twee, geeft een totaal onjuist en betekenisloos cijfer.”

Handhaving

In veel jachthavenreglementen staat het verbod om als zeiler niet toegelaten middelen op je boot te smeren. Je kunt er als particulier een boete voor krijgen van 2500 euro en de werf waar je in overtreding bent, kan worden aangesproken. Er wordt door verschillende instanties gehandhaafd, maar er zijn weinig voorbeelden bekend van aan particulieren opgelegde boetes. In Nederland is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de instantie die toezicht houdt op het juiste gebruik van antifouling door particulieren in de watersport. Ook Rijkswaterstaat en de Waterschappen kunnen betrokken zijn bij handhaving. Tot slot moet de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) toezien op de verkoop en het correcte gebruik van biociden. Die controleert bijvoorbeeld of de producten die te koop worden aangeboden, voldoen aan de Europese regelgeving volgens het BPR.

'Wij varen er nu al tien jaar mee rond'

Scarlett: “In 2014 zijn er zeven lagen Coppercoat gespoten op de romp van onze Beneteau First. Daar varen we nu al tien jaar mee. Er was minimale aangroei, en afspuiten en licht opschuren volstond. Afgelopen winter moest de boot uit het water om afsluiters te vervangen. We hebben alles geschuurd en opnieuw vier lagen met de roller aangebracht. Dat was een enorme klus maar de boot is voor de komende tien jaar weer beschermd tegen aangroei. In de zomer varen we op zout en in de winter liggen we op zoet water. Dat het in Nederland verboden is, was voor ons eigenlijk geen issue. Van de leverancier begrepen we dat de lobby van de grote verfindustrie beter georganiseerd is om hun antifoulingproducten door de Nederlandse toelating te krijgen dan de lobby van Coppercoat.”

Conclusie

Als je je goed verdiept in de vraag of Coppercoat een goed alternatief is voor reguliere antifouling, verdwaal je al snel in een web van tegenstrijdige en nietverifieerbare beweringen en een toelatende instantie die, al dan niet bewust, geen duidelijkheid schept over de precieze afwegingen die het maakt. Dat gebrek aan transparantie werkt burgerlijke ongehoorzaamheid in de hand en is precies de reden dat we geprobeerd hebben om daar enige helderheid in te krijgen, en dat is (nog) maar deels gelukt. Coppercoat is in Nederland niet toegelaten, omdat het formeel niet is beoordeeld door de toelatende instantie. De reden daarvoor is dat die toelating onder de in Neder land geldende regels kansloos is vanwege het hoge gehalte aan koper. Toch is er geen aanwijzing dat Coppercoat meer biocide (koper) afgeeft aan het milieu, eerder een stuk minder. Wel zijn de claims van de fabrikant, en het onderzoek dat die aanlevert, in onze ogen te rooskleurig. Het belangrijkste voordeel, namelijk de lange levensduur van Coppercoat, wordt door de toelatende instanties buiten beschouwing gelaten. Die levensduur zorgt ervoor dat je als watersporter niet elk jaar opnieuw een laag antifouling hoeft aan te brengen met alle bijkomende vervuiling van dien. Denk aan schuurstof, verfresten, oplosmiddelen in de verf en dergelijke. De milieubelasting daarvan, opgeteld bij alle zelfslijpende antifouling die elk jaar in het milieu achterblijft, is nooit goed onderzocht. Als dat wel zou gebeuren, wordt naar onze verwachting duidelijk dat Coppercoat een heel goede en verantwoorde oplossing is voor antifouling ten opzichte van de huidige biocide houdende antifoulings. Dat laatste is belangrijk om erbij te vermelden, want Coppercoat blijft een product met een extreem hoog gehalte aan biocide en wat ons betreft is het dus zeker geen ‘milieu vriendelijke’ oplossing. De trend in Europa wijst op een totaal biocideverbod in de toekomst. In dat geval zal ook Coppercoat overal worden verboden. Gezien de moeite die het Europese landen nu al kost om een uniform biocide_ beleid te hanteren, verwachten we niet dat zo’n totaal verbod er op korte termijn zal komen.

Meer Aan boord