Boten

Zeilen met een Kolibri: 'voor mij is dit de ideale boot'

Onno Hansen over zeilen met zijn Kolibri 660

Kolibri 660 Älskling

Wie is er niet opgegroeid met een Kolibri? In Zeilen 10/2025 kun je lezen over 100 jaar Kolibri Jachtbouw. Een van de meest succesvolle ontwerpen is de Kolibri 660. We spreken op het terras aan de jachthaven met enthousiast eigenaar Onno Hansen (64), die zeilt met Kolibri 660 Älskling.

Kolibri 660-eigenaar Onno Hansen

Waarom ging je voor deze boot?

"Ik woon op IJburg en heb een ligplaats in de jachthaven van WV IJburg; ik kon een box van maximaal acht meter krijgen, dus daar moest hij in passen. Wat ook meespeelde, toen ik naar boten ging kijken, was dat ik 't idee had om naar de Oostzee te gaan met de boot op de trailer. Maar gaandeweg kwam ik erachter dat je met 1400 kilo bootgewicht een flinke auto nodig hebt en het allemaal niet zo eenvoudig gaat."

"De boot komt met twee verschillende kielen, de standaard kiel die zo’n 90 centimeter steekt en de diepe kiel van 1,28 meter, die ik nu heb. Daar zijn er maar een paar van gemaakt. Omdat ik wilde proefvaren met zo’n diepe kiel heb ik via de Vereniging voor Kolibrizeilers iemand gevonden die zo’n boot had en gevraagd of ik een keer mee kon zeilen. De boot stond toen niet te koop, maar ik wist dat hij dat ooit wel had gestaan. Na het meevaren heb ik de gevraagd of de eigenaar hem aan mij wilde verkopen. Hoeveel zo'n boot kost? Omdat het vrijwel altijd bouwpakketten waren is 660 veel zelf afgebouwd en is er dus ook veel verschil in de kwaliteit. Je kunt hem vinden van bodemprijzen tot 17.000 euro. Voor deze werd 14.500 gevraagd."

Kolibri 660 Älskling onder zeil (c) Bertel Kolthof

Is deze boot ook zelf afgebouwd?

"Ja, hij is door de eerste eigenaren - Aad en Annemie van Elst – met alle geduld vrijwel helemaal zelf naast het huis gebouwd. De schotten plaatste hij onder begeleiding van de werf, die ze in verschillende stadia van afbouw verkocht. De onderdelen die nauwkeurig met de cnc-frees werden bewerkt waren relatief makkelijk te plaatsen. Samen met het feit dat er al een strakke vloer in lag, waterdicht en al afgewerkt en geïmpregneerd, dat maakte het voor veel mensen bereikbare zelfbouw. Als je als zelfbouwer dat vloertje waterpas legde, dan wist je zeker dat de boot waterpas lag en kon je de rest er zo in zetten. De romp was in 2000 klaar en hij is in 2003 te water gegaan - zeilklaar."

Moet je er veel aan doen?

"Na aankoop heb ik de vallen vervangen, antifouling gesmeerd en het antislipdek vervangen. Dat zat er 20 jaar op en was aan vervanging toe - da's helemaal niet moeilijk trouwens. Verder houd ik het lakwerk schoon, dan blijft het beter. De blank gelakte delen zijn moeilijk mooi te houden, zeker in de kuip. Dat geef ik van de winter gewoon een kleur denk ik. De zeilen breng ik eens in de zoveel tijd naar de zeilmaker voor onderhoud en de buitenboordmotor krijgt om de twee jaar een servicebeurt. De impeller vervang ik uit voorzorg elke vijf jaar. Bij elkaar kost het me 400 à 500 euro aan onderhoud per jaar."

Älskling voorafgaand aan de Zeilen Markerwaddenrally.

Is dit je eerste boot?

"Hiervoor heb ik een kwarttonner gehad, maar daarvoor had ik te weinig tijd. Mijn ouders hebben een Kolibri 700 gehad en daarvoor ook een 560, die ze nog van bouwer Leo van den Brink zelf hebben overgenomen. Daar heeft zijn zoon Pim, de huidige werfeigenaar, vast ook nog in gezeild. Die 560, met zeilnummer 107, kwam ik anderhalf jaar geleden verweesd tegen bij een werf in Aalsmeer. Volgens de Hiswa-voorwaarden heeft de werfeigenaar hem – na zoveel achterstallig liggeld – overgenomen en weer helemaal top gemaakt. Met die boot heeft Leo nog zijn eerste tochtjes gemaakt in het Marsdiep, vastgesnoerd in de kuip, zie ik zo voor me. Er zat in elk geval een oog voor de lifeline in. Om te bewijzen dat hij zeewaardig was. Dat was echt avonturieren voor de werf."

Kolibri 560 nummer 107, uit 1970, na opknappen. (c) Privé-archief geïnterviewde

Hoe zou je deze boot omschrijven?

"Het is een hartstikke leuke boot die je voor heel veel doeleinden kunt gebruiken: hij is door zijn formaat geschikt voor zeilen op klein water, maar door zijn zeewaardigheid ook voor zee. Je kunt er uitstekend mee toeren met z’n tweeën en door zijn lichtvoetigheid doet hij het ook goed in wedstrijden. Ik zou dan wel zoeken naar de versie met diepe kiel. De boot heeft door zijn 7/8e-tuigage een flink grootzeil en daar begin je dan ook met reven – bij windkracht 4 of 5 is het eerste rif nodig. De werkfok kun je gewoon laten staan en tenzij je met spinnaker wilt varen, hoef je dus heel weinig op het voordek te zijn. Een aantal jaar terug stond er veel wind in de Zeilen Markerwaddenrally hebben we heel de tocht met één rif gezeild en toen gingen we ruimewinds regelmatig in plané: we haalden 9 knopen over de grond. Mijn Kolibri weegt iets van 1400 kilo, maar het is een snelle boot. De zeewaardigheid ervan geeft je ook een stukje vrijheid; je kunt gewoon zelf een tocht kunt maken van IJmuiden naar Oudeschild. Je moet alleen de goede omstandigheden uitzoeken - staat ook nog op mijn verlanglijst trouwens. Voor mij is het de ideale boot."

De boot is van hout, maakt dat uit voor jou?

"Hout heeft voor mij weinig geheimen. Ik ben bouwkundig adviseur van beroep en ik heb lang gewerkt voor de VVNH, de Koninklijke Vereniging van Nederlandse houtondernemingen, waarvoor ik bijvoorbeeld voorlichting heb gedaan gelamineerd hout en gelamineerde constructies. De Kolibri-romp is een volledig kruislings gefineerde rondspant, verlijmd met epoxy onder druk in een klimaatgestuurde ruimte. Die technieken zijn razend interessant. Vanaf Van de Stadt die door Bruynzeel een paar platen multiplex kreeg met de vraag ‘kun je hier wat mee in de bootbouw?’ Je weet hoe dat gegaan is: daar is de Valk uitgekomen. En later met de Gougeon Brothers, die voor de luchtvaarttechniek dingen in elkaar lijmden."

Ze hebben bij de werf altijd geheimzinnig gedaan over de bouwmethode...

"Klopt, maar hoe je onder druk hout moet verlijmen staat gewoon in handboeken over houttechniek. Bijvoorbeeld welke luchtvochtigheid en wat voor temperatuur je nodig hebt. Het juiste hout bemachtigen zou tegenwoordig het moeilijkst zijn denk ik. Een aantal grote Franse bedrijven heeft de markt van losse fineren in handen. Da’s best een ding. Overigens zijn die fineren nu niet aan te slepen, onder andere vanwege circulair bouwen, dat nu helemaal in is. De laatste ontwikkelingen om het allemaal nog circulairder te maken zijn op het gebied van lijm: ze proberen watervaste lijm te maken van lignine, een van nature voorkomende polymeer in hout."

(c) Bertel Kolthof

"Maar terug naar de boot: een houten boot gedraagt zich anders, is wat lichter en dynamischer dan een polyester boot. Er zit geen binnenschaal in, waardoor je de ruimte efficiënt kunt benutten, voor toerdoeleinden. Daarnaast heeft alles wat erin zit aan verstevigingen meteen een functie. En je hebt ook geen mastondersteuning nodig in de kajuit: de gelamineerde balk onder de mast vangt alle krachten op. Ook wat betreft slaapplaatsen is er genoeg ruimte. De hondekooi is 80 centimeter breed en ruim twee meter lang. En voorin heb je serieuze ruimte ruimte voor twee personen. Dat vind je niet veel in polyester boten van dit formaat."

Älskling onder spinnaker. (c) Privé-archief geïnterviewde

Wat betekent zeilen voor jou?

"Ik heb op m’n achtste leren zeilen van mijn vader. En ik kwam erachter dat je bij zeilen wordt beloond voor alles wat je goed doet; alles wat je fout doet moet je overdoen. Dus als je alles goed voorbereid en goed in elkaar steekt, merk je dat je met weinig inspanning ver komt. Ik ben dan ook een berekenende zeiler zou je kunnen zeggen. Als je goed voorbereid gaat het vanzelf. Dat heeft me ook in mijn leven verder geholpen en in mijn werk als bouwkundige. Eigenlijk moet je een omgekeerde agenda hebben om alles goed te organiseren: net zoals je een zeiltocht voorbereid."

Meer Boten