Wie kent ’m niet, de kleine Kolibri? Een eeuw geleden startte Antoon van den Brink met wat nu Kolibri Jachtbouw heet. Naast Kolibri bouwde de werf onder andere honderden exemplaren van de Pluis en de Flying Dutchman. Naar de modernste inzichten, maar altijd in hout. Lees het hele verhaal in Zeilen editie 10/2025.
Al 100 jaar staat in Stompwijk, een polderdorpje tussen Leiden en Zoetermeer, de loods van Kolibri Jachtbouw. Buiten staan een paar bokken, een enkele kiel en wat grote bootonderdelen. Binnen zien we het walhalla voor de timmerman: houten mallen en strooklatten bedekken de gehele muur, een enorme zaagtafel neemt de helft van de ruimte in beslag. Achter een grote werkbank treffen we eigenaar en enig werknemer van de werf Pim van den Brink (62).
“Ik ben de derde generatie botenbouwer op dit terrein. In 1993 nam ik het bedrijf over van mijn vader Leo, die het op zijn beurt overnam van zijn vader Antoon. Mijn grootvader vestigde het bedrijf in 1925 als carrosserie en wagenmakerij. Hij hield van experimenteren, had het karakter van een uitvinder.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F09%2FU4FL5mbveRX8pc1758803430.jpg)
Zijn tijd vooruit
In 1928 krijgt carrosserie en wagenmaker Antoon van den Brink het verzoek om een BM te bouwen. “Ook al had mijn grootvader geen ervaring met botenbouw, hij wilde het wel proberen. Hij verbaasde zich over het hoge bedrag dat men bereid was voor de boot neer te leggen, en zag handel.” Zijn kennis doet hij op in het standaardwerk De Zeilsport van ingenieur J. Loeff. Hij bouwt uiteindelijk meerdere BM’s, maar ziet tegelijk ook wat er beter kan en ontwerpt zijn eerste open kielboot, de Forel. “Dat ontwerpproces pakte hij aan op gevoel: met een haalmes sneed hij uit een blok hout een mooie vorm, die hij vervolgens minutieus in plakken zaagde, om ze daarna op ware grootte op papier te zetten. Op basis van die tekeningen bouwde hij een spantenframe." De Forel slaat aan en de werf krijgt steeds meer vorm.
Na de bouw van een speedboot krijgt grootvader Antoon de opdracht voor een Vrijbuiter, een zeer vrije klasse. Hierdoor komt hij in contact met iemand die een nieuwe bouwmethode uit Amerika wil doorontwikkelen. Experimenten met die nieuwe bouwmethode, waarbij een pakket van stroken fineer en lijmfolie onder hoge druk en tempe ratuur over een mal wordt geperst, lopen op niets uit.
Ondertussen ontwerpt Antoon voor eigen gebruik ook een Vrijbuiter. Dit scheepje – dat nog steeds in de familie is, in zeilende staat – blijkt zijn tijd ver vooruit. De romp vorm heeft veel weg van een moderne America’s Cupper. Voor de zeilen experimenteert Antoon met dun triplex, waarvan de profieldiepte wordt bepaald door een inge nieus systeem van lijntjes. Het zeil blijkt veel effectiever dan rekbaar katoenen doek, maar is zeer onpraktisch in gebruik. Zo gauw Dacron zijn intrede doet, gaat het vleugelzeil de kachel in.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F09%2FyHgOwQlf197fTX1758803265.jpg)
Zeilen 10/2025
Wil je de rest van dit verhaal lezen? Bestel nu een digitaal jaarabonnement op Zeilen, dan heb je direct toegang tot dit artikel en vind je in ons digitale archief nog veel meer. Bestel hier.
Óf bestel een jaarabonnement 12x Zeilen+ digitaal lezen, dan krijg je maandelijks ons magazine thuisbezorgd én heb je met onze app altijd en overal de kennis van Zeilen tot je beschikking. Bestel hier.
- Klaas Wiersma